Hels kleuterkabaal

Aan het begin van het jaar begon juf Jeanny van basisschool De Verrekijker in het Zuidlimburgse Amstenrade met een groep van 24 kleuters. 'Dat is een prettig aantal', zegt ze met iets van weemoed in haar stem, 'daarmee kun je nog eens leuke dingen doen.' Nu, aan het eind van het schooljaar is haar klas uitgegroeid tot 42 kinderen. Vorige week kwamen de laatste vierjarigen erbij. Terwijl de andere kleuters in alle hoeken van het lokaal luidkeels aan het spelen zijn hebben de twee nieuwkomertjes even rust gezocht op een stoeltje aan de zijlijn van het rumoer.

Veel dingen kunnen niet meer als je met ruim veertig kinderen de dag moet doorkomen, is de ervaring van juf Jeanny. Restaurantje spelen en echte pannekoeken bakken is definitief van het programma geschrapt. Verven en kleien zijn op een lager pitje gezet. De echte bakstenen en tegels zijn wegens ruimtegebrek uit de bouwhoek verwijderd. Gymnastiek moet, maar het vereist een hele organisatie voordat alle kleutertjes zichzelf uit- en aangekleed hebben. 'Gelukkig is de winter met al die dassen, mutsen en handschoenen voorbij', verzucht de juf.

Met een bewonderenswaardige rust beweegt Jeanny Jetten zich tussen haar enorme kleuterschare. Het is een hels kabaal in de klas, maar dat lijkt ze na 26 jaar nauwelijks meer te horen. 'Bovendien', zegt ze, 'je kunt kinderen van deze leeftijd toch niet zeggen dat ze stil moeten zijn als ze spelen.' 42 kinderen in zo'n klaslokaal is teveel, stelt ze vast. Vorig jaar had haar collega Maria een recordaantal van 47 kleuters onder haar hoede.

'Dat is het lot van een groeischool', constateert schoolhoofd Paul Nijsten. Ook volgend schooljaar zullen de drie kleuterklassen op De Verrekijker niet veel kleiner zijn, vreest hij want inmiddels zijn er al 52 vierjarigen aangemeld, tien meer dan dit jaar. Naar zijn mening is er de laatste decennia te weinig geïnvesteerd in het basisonderwijs. Nijsten zwaait met de onlangs uitgekomen nota 'Een impuls voor het basisonderwijs' van staatssecretaris Netelenbos en vindt het fijn dat zij extra miljoenen voor de onderbouw van de basisschool uittrekt. 'Maar', zo laat de directeur er waarschuwend op volgen, 'we moeten ons er niet op verkijken, door andere maatregelen wordt ons weer geld en formatie afgenomen.' Met de aanstelling van een onderwijsassistent, een van de maatregelen die de staatssecretaris voorstelt, wordt de kleuterjuf wel enigszins ontlast, het probleem van te volle kleuterklassen blijft bestaan. Op De Verrekijker zou een extra lokaal de oplossing zijn voor de overbevolkte kleuterklassen. Maar de school die eind jaren zeventig voor minder leerlingen volgens de toen geldende normen is gebouwd, zit volgens de huidige berekeningen van het ministerie te ruim in z'n jasje. Waar het schoolhoofd zijn 340 leerlingen laat is zijn zorg. In de kelder is al een extra lokaal ingericht, en de overblijf bevindt zich eveneens half onder de grond. Nijsten loopt de centrale hal in waar de computers staan en vaak groepjes kinderen zitten te werken. Ook de ouderavonden en musicals worden in deze ruimte gehouden. 'Hier kun je toch niet zomaar een klas met kleuters neerzetten?' Aan tafels, op de grond, boven op het podium, op elke vierkante meter wordt in het lokaal van juf Jeanny gespeeld. Toch blijkt er in wat aanvankelijk een chaos lijkt wel enig systeem te zitten. In de drie onderbouwgroepen van De Verrekijker wordt volgens de methode van het ervaringsgerichte leren en het 'vrije kleuterinitiatief' gewerkt. Een aanpak, zo legt juf Jeanny uit, die gestructureerd is en afwisselend op inspanning en ontspanning is gericht. Ze moet precies bijhouden welke initiatieven haar leerlingen nemen, wat bij 42 kinderen nog een flinke administratie vergt.

Na het kringgesprek dat vandaag werd afgerond met liedjes en versjes, mogen de kleuters allemaal een 'speelhoek' kiezen. Wie rust zoekt kan zich boven op het podium dat midden in de klas is gebouwd met een boek of puzzel terugtrekken, maar de meeste kinderen prefereren toch de bouwhoek, de watertafel, de schoenwinkel, de tekenhoek of de Legotafel. Om wat ruimte te scheppen mogen zes kinderen op de gang spelen. Job en Ruud, beiden vier jaar, zitten daar achter de computer. Omdat Ruud nog niet weet hoe de muis werkt, legt Job hem dat haarfijn uit. Een paar meter verderop wordt in een van stof opgetrokken winkeltje de kassa vakkundig gedemonteerd, terwijl Maud (5) meedeelt dat ze iets 'heel lekkers' aan het maken is. Binnen in de klas moet juf Jeanny regelmatig 'nee' verkopen als de kinderen komen vragen of ze in een andere hoek mogen spelen. 'De gang is vol, lieverd', zegt ze tegen een kleutertje dat graag naar de winkel wil. 'Nee, de bouwhoek kan nu niet', krijgt een ander te horen, 'daar spelen al vier kinderen. Misschien vanmiddag.' Intussen blijkt er een klein waterballet bij de watertafel te zijn ontstaan dat door een vlijtige kleuter met een schone theedoek is opgedweild. En als de juf heeft geklapt dat er gegeten en gedronken mag worden, komen ongeveer twintig kinderen op haar af met een beker die ze niet zelf kunnen opendraaien. Omdat er in de klas niet voldoende plek zou overblijven voor het ervaringsgerichte leren in de speelhoeken is er lang niet voor elk kind een tafeltje en stoeltje. Tijdens het kringgesprek zit een deel van kleuters midden in de kring op de vloer.

Directeur Nijsten vergelijkt de overvolle kleuterklassen met een legbatterij. Daar verwonden de beesten elkaar en beginnen ze in hun eigen staart te bijten. 'Met zoveel kinderen op een te kleine oppervlakte ontstaan ook fricties omdat ze bij iedere stap tegen elkaar aanlopen. Sommige kinderen gedijen niet in zo'n grote groep, die hebben meer ruimte en meer aandacht nodig. En dan moeten we via postbus 51 vernemen dat het onderwijs aandacht moet besteden aan pesten en sociale weerbaarheid. Een leskist zus en een methode zo. Nee, ik denk dat er de laatste jaren te weinig geïnvesteerd is in het basisonderwijs en dat we nu op de blaren moeten zitten.'