G-7 buigt zich over de agenda van de volgende eeuw

HALIFAX, 15 JUNI. De Amerikaanse president Clinton was vorig jaar tijdens de top van de G-7 in Napels de eerste die sprak van de noodzaak te bouwen aan de “internationale economische architectuur van de 21ste eeuw”. Bij de vijftigste verjaardag van de instellingen van Bretton Woods was enige reflectie ook wel gepast. De leiders van de Verenigde Staten, Canada, Japan, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië en Italië besloten in Napels dat bij de top van juni 1995 in het Canadese Halifax (Nova Scotia) zou worden bezien in hoeverre internationale instellingen als het Internationaal Monetaire Fonds (IMF), de Wereldbank, andere multilaterale banken en diverse VN-organen nog in staat zijn een adequaat antwoord te geven op de nieuwe uitdagingen in de sterk veranderende wereldeconomie.

Erg concreet was het in Napels allemaal niet. En de vele critici van Clinton onderstreepten nog maar eens dat hij altijd al had uitgeblonken in retoriek. De financiële crisis in Mexico en de ineenstorting van de Baringsbank zouden de suggestie kunnen wekken dat de Amerikaanse president toch de gaven van een ziener moeten worden toegeschreven. Feit is dat de economische agenda van de G-7 voor de 21ste eeuw door de schokgolven op de financiële markten een bovenmatige urgentie heeft gekregen.

De aandacht van de staatshoofden, regeringsleiders en diverse ministers van de G-7-landen, die vanavond aan hun driedaagse top beginnen, reikt verder dan de steeds terugkerende turbulenties op de financiële markten. De wereldeconomie raakt steeds verder geïntegreerd, waardoor alle landen de invloed ondervinden van economische ontwikkelingen elders, grensoverschrijdende investeringen en beleggingen stijgen in hoog tempo, zorg voor milieu en good governance zijn belangrijke universele waarden geworden, de invloed van ontwikkelingslanden op de wereldeconomie neemt toe, maar tegelijkertijd leven nog miljarden mensen in armoede; en de integratie van landen in Oost-Europa en de voormalige Sovjet-Unie vereist verdere steun van het Westen.

De Amerikaanse onderminister van financiën Larry Summers zei aan de vooravond van de bijeenkomst in Halifax dat de topleiders zich vooral op deze structurele kwesties met een meer lange-termijn-karakter zullen concentreren. De G-7 lijkt hierdoor iets van haar oorspronkelijk karakter - een meer informeel gesprek bij de open haard - terug te krijgen. De top, waaraan in de persoon van voorzitter Santer van de Europese commissie ook de Europese Unie deelneemt is, zoals altijd, grondig voorbereid door de zogenoemde sjerpa's. Dat wil niet zeggen dat de G-7-landen de illusie hebben hun 'oplossingen' aan de rest van de wereld te kunnen opleggen. “Deze problemen zijn te ingewikkeld en hebben te veel kanten om door één forum te kunnen worden aangepakt”, aldus Summers.

    • Hans Budding'