En weer is er geen nieuwe Eric Clapton opgestaan

Concert: Pavement, Mercury Rev, Shudder To Think, Blumfeld, Crowsdell en Lotion. Gehoord: 12/6 Paradiso, Amsterdam.

Het was de avond van de anti-gitaarhelden. Maar liefst zestien elektrische gitaristen stonden er op het podium, verdeeld over de zes bands van het Newyorkse Big Cat-platenlabel die zich aan een vol Paradiso presenteerden. Langzaam maar zeker neemt Big Cat de rol over van het door Nirvana en Soundgarden bekend gemaakte Sub Pop, als bakermat van de Amerikaanse gitaar-underground. De groep Pavement heeft op grond van sterke cd's als het recente Wowee Zowee! een dusdanige reputatie opgebouwd, dat het uitgebreide voorprogramma niet eens nodig was om een volle zaal te trekken. De live-presentatie werkte zelfs in het nadeel van openers Lotion en Crowsdell, die respectievelijk te vroeg en te zeer door zenuwen bevangen moesten spelen om recht te doen aan hun verdienstelijke platen. Ook het Duitse Blumfeld kwam moeizaam op gang. Het vreugdeloze trio, dat rechtstreeks weggelopen leek uit een film van Fassbinder, tilde de tamelijk fantasieloze gitaarrock pas naar een hoger plan toen een tweede gitarist op het toneel verscheen om toonloze noise te produceren.

Een nieuwe Eric Clapton diende zich gisteravond niet aan. “Wij zijn meer punk dan er in 1977 gemaakt werd”, zei zanger/gitarist Craig Wedren van Shudder To Think al eens in een vraaggesprek, “omdat we alle conventies los durven laten en we onze eigen muziek maken”. Daarmee formuleerde hij het credo van de Big Cat-stal, waar technisch vernuft minder zwaar weegt dan spontane invallen. Met zijn galmend vibrato toonde de kaalgeschoren Wedren zich een van de betere zangers van de avond, hoewel zijn band terugviel op voorspelbare harde rockcliché's.

Psychedelische tijden herleefden bij Mercury Rev, dat met dwarsfluit en irritant knipperlicht een poging deed om de zweverige space-rock van Hawkwind nieuw leven in te blazen. Ook Pavement bleef niet gevrijwaard van hippieneigingen, gezien de benevelde motoriek van Stephen Malkmus en een aan The Greatful Dead verwante manier om nummers uit te spinnen tot een langdurig herhaald accoordenschema. Niettemin werd het een een indrukwekkend optreden waarin pop, rock en country zich vervlochten in memorabele en onorthodoxe songs. Malkmus zong met overslaande stem en waagde zich zelfs aan een rudimentaire en keiharde versie van een Beatles-nummer. Eigen songs als het schijnbaar nonchalant gespeelde AT&T vielen er niet eens bij uit de toon, want Pavement bezit de ongrijpbare combinatie van eenvoud en doeltreffendheid die de beste popgroepen kenmerkt. Dat je daarbij zo stoned als een garnaal kunt zijn, is een underground-wetenschap die zo oud is als de weg naar Kralingen.