'Een sociaal loket leidt tot log monopolie'; Waarschuwing aan vooravond fusie van grote bedrijfsverenigingen

ZEIST, 15 JUNI. Terwijl de politieke spanning over de toekomst van de WAO en de Ziektewet toeneemt en het regeringskamp daarover verdeeld is geraakt, maken de uitvoerders zich op voor hun toekomstige rol bij de werknemersverzekeringen. De sociale zekerheid biedt de uitvoerders zelf nog maar weinig zekerheden; behalve dat van de comfortabele monopolieposities waarop bedrijfsverenigingen lange tijd konden rekenen, straks geen sprake meer zal zijn.

“Het zijn spannende tijden”, zegt drs. F. Venema, directeur ad interim bij de bedrijfsvereniging BVG. “Er is van alles aan de hand en veel verandert.” Te beginnen bij de BVG zelf. Want dit uitvoeringsorgaan de werknemersverzekeringen in de gezondheidszorg staat aan de vooravond van een fusie met de Detam, de organisatie die de werknemersverzekeringen voor de detailhandel uitvoert. Twee zelfadministrerende bedrijfsverenigingen die, anders dan de meeste zusterorganisaties hun werkzaamheden dus niet bij het GAK hebben ondergebracht, worden één grote. Bij de BVG werken 2600 mensen voor 41.000 werkgevers en 760.000 werknemers. De Detam is de bedrijfsvereniging voor 66.000 bedrijven met 812.000 werknemers; ze telt zelf 2500 personeelsleden.

Deze fusie, waarvoor de plannen inmiddels zijn voorgelegd aan de ondernemingsraden, moet in 1997 zijn afgerond en leidt tot een verlies van 500 arbeidsplaatsen. “We zijn complementair aan elkaar”, vindt Venema. De BVG bestrijkt in de gezondheidszorg een gesubsidieerde, publieke sector en bedient vooral grotere werkgevers; de Detam opereert op het private domein en telt veel kleine ondernemingen onder haar leden.

Dat de BVG in Venema een directeur ad interim heeft, is veelzeggend voor de tijdgeest waarnaar bedrijfsverenigingen zich hebben te schikken. Hij is 'gehuurd' van het organisatiebureau Berenschot en is tevens directeur van Berenschot Interim Management in Utrecht en Berenschot Euromananagement in Brussel. Zijn specialisatie: reorganisaties. Bij de huidige bedrijfsverenigingen is daarvoor in de eerste plaats een 'cultuuromslag' nodig, meent hij. Van organen die keurig op tijd uitkeringen verstrekten tot concurrerende bedrijven wier streven het hoort te zijn “elke onnodige aanspraak op sociale zekerheid aan te pakken”, aldus Venema. “Een zakelijke opstelling leidt echt niet tot a-sociale effecten”, is zijn overtuiging.

Detam en BVG samen komen op dit moment op een aandeel van 25 procent (1,6 miljoen verzekerde werknemers) op een overigens afkalvende markt van publieke verzekeringen. Als de Tweede Kamer het voorstel van het kabinet volgt - dat is niet zeker - verdwijnt bijvoorbeeld de Ziektewet om plaats te maken voor particuliere verzekeringen en mogen particuliere verzekeraars de bedrijfsverenigingen concurrentie aandoen met WAO-verzekeringen. Op hun beurt tasten de uitvoeringsorganen van de werknemersverzekeringen de particuliere markt af, zonder dat ze precies weten waar de wetgever hun mogelijkheden zal begrenzen om oneigenlijke concurrentie te voorkomen.

In elk geval wil staatssecretaris Linschoten (sociale zaken) vastleggen dat publieke gelden (zoals WW- en WAO-premies) louter voor publieke doelen worden gebruikt. Een afbakening die nodig is omdat de huidige uitvoeringsorganen in toenemende mate allianties in holdingconstructies willen aangaan met particuliere verzekeraars. Zo heeft de BVG het initiatief genomen om samen met de verzekeringsmaatschappijen AMEV en VGZ het bedrijf TeamZorg BV op te richten dat allerlei verzekeringen in de sociaal-medische sfeer aan ondernemingen aanbiedt.

Dat de bedrijfsverenigingen in hun huidige, publiekrechtelijke vorm verdwijnen, staat vast. Nu zijn er nog 19 bedrijfsverenigingen die worden bestuurd door werkgeversorganisaties en vakbonden uit de bewuste bedrijfstak. In 1997 moet er één landelijk bestuur komen waarin de sociale partners wel zitting hebben, maar dat onder leiding van een onafhankelijk voorzitter zal opereren. Staatssecretaris Linschoten (sociale zaken) heeft dat eind vorige maand laten weten.

De huidige besturen van de bedrijfsverenigingen maken plaats voor sectorcommissies (met daarin de sociale partners uit de bedrijfstakken) die het landelijke bestuur mogen adviseren. De uitvoering van werknemersverzekeringen als de WW en de WAO moet regionaal geschieden en op contractbasis worden uitbesteed aan uitvoeringsinstellingen. Daar liggen dus de kansen voor de uitvoeringsorganisaties die nu nog in dienst van de bedrijfsverenigingen opereren. Zij moeten met elkaar per regio om de markt vechten; het kabinet gaat ervan uit voorlopig alleen de bestaande uitvoeringsorganen voor de contracten in aanmerking zullen komen: GAK, BVG-Detam, het Sociaal Fonds Bouwnijverheid, het GUO en een nog op te richten instelling voor de overheid. De sectorcommissies moeten het landelijke bestuur adviseren welke uitvoerders per regio de contractparners zullen worden.

Bij de onderlinge concurrentiestrijd die de uitvoerders worden geacht aan te gaan, moeten ze anderzijds de samenwerking met andere organisaties zoeken: de sociale diensten en de arbeidsbureaus. Op die manier moeten sociale zekerheid en werkloosheidsbestrijding hand in hand gaan; de cliënt wordt straks vanachter één loket bediend, zo staat het Linschoten voor ogen.

Vandaar Venema's eerdere constatering: het zijn spannende tijden. “Je moet nu mensen hebben”, zegt de BVG-directeur, “die over hun eigen schutting heenkijken, in opties kunnen denken en onzekerheden accepteren.” Onzekerheden zijn er in elk geval genoeg. Een klein voorbeeld: de regionale indeling voor uitvoering van de werknemersverzekeringen moet aansluiten op de bestaande gebiedsafspraken voor de arbeidsbureaus. De BVG is nu bezig het aantal regiokantoren op 28 te brengen. Maar inmiddels heeft het Centraal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening (CBA), dat de arbeidsbureaus overkoepelt, besloten tot schaalvergroting: het aantal regio's wordt van 28 teruggebracht naar 18.

Dat was een klein voorbeeld. Een groter voorbeeld van onzekerheid: dat het landelijke bestuur en de sectorcommissies er komen, zoals Linschoten wil, staat nog helemaal niet vast. De sociale partners hebben weinig trek in het model dat de staatssecretaris op tafel heeft gelegd. De landelijke werkgeversorganisaties hebben in een brief aan de Tweede Kamer zuinig laten weten “geen afgerond oordeel” te hebben over de vraag “of het zinvol is (...) tezijnertijd bestuursleden voor te dragen”.

Die twijfel wordt gevoed door het gebrek aan echte bevoegdheden dat er volgens de werkgeversorganisaties straks voor de sociale partners zal zijn, als Linschoten zijn plannen doorzet. Los daarvan hebben de werkgevers er fundamenteel bezwaar tegen dat het kabinet de uitvoering van de sociale verzekeringen wil reorganiseren, terwijl elke duidelijkheid wat er met het stelsel op lange termijn zal gebeuren, ontbreekt.

Het is een discussie die Venema irriteert. “Er wordt meer aan stoelen dan aan doelen gedacht”, constateert hij. Maar ook heeft Linschoten zelf vragen open gelaten. Hoe bindend is het advies van de sectorcommissies over de te kiezen contractpartners bijvoorbeeld? En, voegt Venema eraan toe: “Wie moet de regie voeren bij de regionale samenwerking?” Een wettelijk afgedwongen samenwerking tussen uitvoeringsorganen, arbeidsbureaus en sociale diensten is volgens de werkgeversorganisaties welhaast per definitie gedoemd te mislukken. De BVG-directeur ziet eveneens weinig in zo'n verplichting. “Een samenwerking die voorgeschreven wordt, doet af aan de meest wezenlijke intenties bij decentralisatie. Dus ik zou zeggen: leg niet alles in de wet vast, ga niet uit van één concept, maar denk in opties, houd het flexibel.”

Toch is de verregaande samenwerking van de organen die de werknemersverzekeringen uitvoeren met de arbeidsbureaus en de sociale diensten een van de kernpunten in de plannen van staatssecretaris Linschoten en minister Melkert. Maar onomstreden zijn ze niet, bijvoorbeeld niet bij sommige uitvoerders zelf.

Op een symposium aan de Erasmus Universiteit voorspelde de president-directeur van het GAK, dr. E. de Jong, gisteren dat het streven naar 'één loket' voor werklozen, WAO'ers en de bijstandsontvangers tot een grote, logge en monopoloïde organisatie zal leiden. Als geen ander wordt De Jong geacht verstand van bureaucratie te hebben. Hij sprak de vrees uit dat de beoogde samenwerking onder leiding van een landelijk bestuur dat de premies zal vaststellen, uiteindelijk zal leiden tot één nationaal uitvoeringskantoor, twee tot drie maal zo groot als het GAK nu. “Zat u daar nu echt op te wachten?”, luidde zijn retorische vraag.