'Drugsbaronnen zaten achter bom Medellín'

BOGOTA, 15 JUNI. De Colombiaanse minister van binnenlandse zaken, Horacio Serpa, heeft drugsbaronnen in Medellín er gisteren van beschuldigd opdracht te hebben gegeven tot de bomaanslag zaterdagavond in die stad. Bij de aanslag vielen 28 doden en raakten meer dan 200 mensen gewond.

Volgens de minister is er “een groot aantal aanwijzingen” dat de baronnen van hetzij het Cali-kartel hetzij dat van Medellín dissidenten van een guerrillagroepering hebben ingehuurd om de bom te plaatsen in het park van de stad, waar op dat moment een drukbezocht muziekfestival ten einde liep. In Medellín hebben voormalige medewerkers van de drugsbaron Pablo Escobar, die in december 1993 werd doodgeschoten, 'volksmilities' gevormd die losse banden onderhouden met de marxistische guerrillabeweging in Colombia.

Direct na de aanslag werd de bom al in verband gebracht met de arrestatie, afgelopen vrijdag, van Gilberto Rodríguez Orejuela, een van de leiders van het zogeheten cocaïnekartel van Cali. Zondag echter zei een Colombiaans televisiestation een communiqué ontvangen te hebben waarin linkse guerrillastrijders de aanslag opeisten.

Onbekenden hebben dinsdag in Medellín het hoofd van de spionage-afdeling van de geheime politie in die stad ontvoerd en vermoord, aldus bronnen bij de politie gisteren. Volgens een woordvoerder van de politie zit de drugswereld achter de moord. De woordvoerder kon niet aangeven of de verantwoordelijkheid bij het kartel van Cali of dat van Medellín ligt. Het kartel van Cali heeft er lange tijd van afgezien om een terreurcampagne te voeren zoals het kartel van Medellín dat deed aan het einde van de jaren tachtig en het begin van de jaren negentig. Een groep binnen het Cali-kartel zou echter inmiddels van standpunt zijn veranderd en nu voor een gewelddadige confrontatie met de regering kiezen. (AFP, Reuter)