De museumwaardigheid van Walt Disney; Oer-Mickey en Oer-Donald in Noord Brabant

De magie van Disney ontstaat in de beweging; als je de film stilzet gaat veel van de betovering verloren. Toch ontroert de tekening van Hiawatha, verrast het precieze decor van Pinokkio, en dansen Aristokatten op potloodschetsen mee in een feest van herkenning.

De Magie van Disney, Noordbrabants Museum, Verwersstraat 41, 's-Hertogenbosch. T/m 3 sept. Di t/m vr 10-17u, za, zo 12-17u. Catalogus Disney Special Stripschrift ƒ 9,95. Inl 073-877877.

Zeven jaar nadat Walt Disney in Amerika furore maakte met de eerste tekenfilm met geluid uit de filmhistorie, Steamboat Willie, werden zijn Mickey Mouse-films “door velen reeds beschouwd als Kunst (met een hoofdletter) en moeten zij tot de klassieken gerekend worden”, aldus een artikel uit De Haagsche Post van 13 oktober 1934. Over de vraag of zijn werk kunst is of alleen amusementswaarde bezit, bekommert Disney zelf zich echter niet. Van kunst heeft hij geen verstand, vertrouwt hij de schrijver van het stuk toe en de psychologie laat hij aan anderen over. “Hij maakt slechts film om er geld mee te verdienen”, vervolgt het artikel, “al is het wel zijn streven om goede films te maken.”

Zeventig jaar later speelt die vraag - kunst of amusement - nog altijd als het om het werk van Disney gaat. Het Noordbrabants Museum in 's-Hertogenbosch heeft de knoop door gehakt. Disney's werk behoort weliswaar tot de massacultuur, aldus het museum, maar de films en tekeningen die zijn studio presenteren zijn het museum waardig. De expositie De Magie van Disney bestaat uit driehonderd, deels originele tekeningen en ingekleurde tekenfilmvellen (cels) van de Disney-studio's, uit de verzameling van collectionneur John Basmajian (1899-1989). De potloodschetsen, inkttekeningen en cels geven een chronologisch overzicht van het levenswerk van Disney en zijn medewerkers, van de jaren dertig met de oer-Mickey Mouse en oer-Donald Duck via Sneeuwwitje tot recente produkties zoals De kleine zeemeermin.

Het strekt het Noordbrabants Museum tot eer dat het de eerste grote museale presentatie van werk van Disney in Nederland brengt. Maar het is een ongelijke strijd tussen de tempel van de beeldende kunst, het museum, en de tempel van het bewegende beeld, de bioscoop. Want de magie van Disney's tekenfilms ontstaat vooral door de animatie, door de beweging van de getekende figuren, en die komt het best tot zijn recht op een beeldscherm. Wie de film stilzet krijgt alleen een vleugje van de magie te zien.

De selectie van de honderden tekeningen heeft iets willekeurigs: het zijn er vooral veel. In die diffuse massa verdampt de vraag of Disney-tekeningen kunst zijn. Maar dat mag de pret niet drukken. Vooral de oudere tekeningen ontroeren: de kleine Hiawata, een oude Donald Duck in een krakkemige auto, een houterig hertje in de sneeuw, nog gemaakt voordat Disney zijn tekenaars tekenles en anatomieles liet volgen. De tekeningen en cels van de gietijzeren Disney-klassieken leveren een feest van herkenning op: ja! dat is de boze koningin uit Sneeuwwitje; ah, dus zo precies zijn de achtergronden van Pinokkio geschilderd; en kijk, daar heb je Mowgli uit Jungle Boek, van wie ze alleen zijn hoofd, armen en benen getekend hebben als hij onder een plant ligt te slapen.

Wonderbaarlijk hoe Disney, die zelf amper tekende maar vooral regelde, ideeën leverde, zijn staf al in 1937 zo ver kreeg dat die met Sneeuwwitje en Pinokkio een standaard voor de internationale avondvullende tekenfilm heeft gezet (zoals onlangs nog met de kaskraker uit de Disney-studio, De Leeuwekoning.) Het bekijken van al die tekeningen en cels maakt één ding duidelijk: het is nauwelijks te bevatten hoeveel organisatie, creatief talent, tijd, inspanning en geld er nodig is om een tekenfilm te maken: voor één seconde film zijn 24 plaatjes nodig.

Hoe een Disney-film tot stand komt wordt getoond met beeldmateriaal van de film De Aristokatten uit 1970, de eerste film die de studio's maakten na het overlijden van Disney in 1966. We zien ontwerpschetsen voor de figuren, zoals de straatkat Thomas O'Malley, en de kleine katjes Toulouse, Berlioz en Marie; stukjes storyboard (tekeningen waarop het tekenfilmverhaal als strip is afgebeeld) en gedetailleerde schetsen, uitgewerkt tot achtergrondtekeningen, met de cels waarop de bewegende hoofdrolspelers getekend zijn. Vooral de ontwerpen voor de hoofdfiguren zijn onthullend; ze hebben krulletjes en tierlantijnen die de definitieve katten niet hebben. Ze maken iets zichtbaar van het creatieve proces, laten zien welke keuzes zijn gemaakt. Van zulke schetsen had ik graag meer gezien; ook van andere Disney-figuren die nu zo bekend zijn dat je niet kunt voorstellen dat ze er in een ontwerpstadium anders uitgezien hebben.

Op een batterij videoschermen worden hoogtepunten uit de klassieke tekenfilms vertoond. Niet te zien is de film Three Caballeros uit 1945, die speelt in Zuid-Amerika, met Donald en de papegaai Joe Carioca in de hoofdrol. De Disney studio's weigeren die film nog te vertonen, omdat Donald daarin te wellustig naar de schonen zou lonken. Er zijn wel cels uit de film te zien.

Er is ook een overvloed aan hedendaagse Disney-merchandising tentoongesteld: bekers, badlakens, beddespreien etcetera: die Disney-prullaria waren van vitaal belang voor het voortbestaan van de aanvankelijk armlastige Disney-studio, in de jaren dertig al, zoals ook in de informatieve catalogus, een Disney Special van het blad Stripschrift wordt aangestipt. Zonder prullaria-revenuen had Disney geen films kunnen maken. Daarom was het aardig geweest om ook historische Disney-poppetjes uit de jaren dertig en veertig te tonen. Maar misschien zijn die al te kostbaar? Net zoals veel van het oorspronkelijke tekenwerk dat aanvankelijk als praktisch waardeloos werd beschouwd, en nu onbetaalbaar is.

    • Paul Steenhuis