ALEKSANDR LEBED; De stem van miljoenen Russen

Pavel Gratsjov, Ruslands minister van defensie, heeft hem uitgemaakt voor 'enfant terrible', 'een grillige populist', een 'lastpost die wordt beïnvloed door machtswellustelingen'. Maar Aleksandr Ivanovitsj Lebed, luitenant-generaal en bevelhebber van het Veertiende Leger tot gisteren president Jeltsin hem op zijn verzoek ontsloeg, is meer dan zomaar een lastpost: hij is moedig, uitgesproken, en charismatisch. Belangrijker nog: hij zegt wat miljoenen in Rusland denken, en hij zegt het zo kernachtig en onomwonden als van een officier mag worden verwacht. Geen wonder dat velen in hem de volgende Russische president zien - of de leider van een coup die, zoals Jane's Intelligence Review onlangs speculeerde, “van Rusland een staat-van-beleg-land kan maken zoals Zuid-Korea of het Chili van Pinochet” - een leider die door Lebed herhaaldelijk is geprezen. Lebed is, zo schreef Jane's, “de stem van Ruslands soldaten”. Maar hij is de laatste tijd óók steeds duidelijker de stem - en de held - van Ruslands gefrustreerde burgers geworden.

De Russische inval in Tsjetsjenië in december was voor de no-nonsense-generaal aanleiding voor heftige kritiek op president Jeltsin en op zijn chef (en voormalige vriend) Gratsjov. “De chaos in Rusland zal elke minuut dat president Jeltsin aan de macht wordt, erger worden”, zei hij in februari tegen het Duitse blad Bild. “De controle op de staat is verloren gegaan. Rusland lijkt steeds meer op een roerloos schip. Er wacht ons een kolossale sociale explosie die overal, en niet alleen in Rusland, zal worden gehoord.” Jeltsin en Gratsjov, zo schreef hij eerder in een artikel in de Moscow News, sturen in Tsjetsjenië “jongens-soldaten op het volk af - en verdoemen hen daarmee”.

Maar al ver voor december waren de relaties met Moskou verzuurd, wegens Lebeds harde kritiek op alle kwalen van de nieuwe Russische samenleving, corruptie en mismanagement voorop, en wegens de plannen van Moskou 'zijn' Veertiende Leger uit Transnistrië weg te halen. Dat leger maakte in 1992 onder zijn leiding in korte tijd een eind aan de oorlog tussen de Moldaviërs en de Russisch-communistische separatisten, die op de linkeroever van de Dnjestr een eigen republiekje uitriepen, Transnistrië. Het Veertiende Leger handhaaft sindsdien een wankele vrede en is volgens Lebed de enige garantie dat de Moldaviërs en de separatisten elkaar niet opnieuw naar de keel vliegen. De plannen om het leger - het enige Russische leger buiten Rusland - weg te halen is volgens Lebed een recept voor een nieuwe oorlog, vooral omdat het enorme wapenarsenaal in handen van de separatisten zal vallen. De weigering van Gratsjov naar dat oordeel te luisteren heeft Lebed er uiteindelijk toe gebracht zijn ontslag te nemen en uit de strijdkrachten te stappen.

Dat gebeurde met warme insteming van Gratsjov - maar tot ongenoegen van Jeltsin. De populaire Lebed immers kan nu de politiek in. Hij heeft zijn kandidatuur nog niet aangekondigd, maar menigeen ziet hem al bij de presidentsverkiezingen van volgend jaar tegen Jeltsin in het krijt treden en als de huidige populariteitscijfers iets betekenen, zal Lebed die strijd winnen ook.

Of dat goed voor Rusland is, is een tweede. Lebed, schreef Aleksandr Golts onlangs in het legerblad Krasnaja Zvezda, combineert “persoonlijke moed, een duidelijk militair talent, een onafhankelijk oordeel, integriteit en een openlijke minachting voor politieke manipulaties”. Maar aan de andere kant, zo vroeg hij zich af, “heeft Rusland een Pinochet nodig?”.

De in 1950 in Novotsjerkassk geboren Lebed studeerde in 1985 af aan de militaire academie, werd 'Held van de Sovjet-Unie' in Afghanistan en maakte een bliksemcarrière door op moeilijke posten als het roerige Tbilisi (1989) en Baku (1990), waar hij de consequenties ondervond van militair ingrijpen in politieke processen en daar een forse weerstand tegen ontwikkelde. Hij was in 1991 als plaatsvervangend commandant van de parachutisten tijdens de orthodox-communistische coup tegen Gorbatsjov dan ook een van de weinige commandanten die openlijk weigerden aan de staatsgreep deel te nemen. Zijn weigering heeft ertoe bijgedragen dat de opstandige Alfa Groep afzag van een aanval op het Witte Huis van Boris Jeltsin. Toen Jeltsins aanhangers hem meer prezen dan hem lief was, zei hij: “Ik ben geen democraat. Ik ben een loyale Sovjet-communist. Maar ik wil geen bloed zien in de straten van Moskou”.

Anders dan Gratsjov zag de soldaat-pur-sang Lebed weinig heil in een functie aan Jeltsins hof, en omdat hij toen al te uitgesproken was om te worden genegeerd en te populair om te worden opgeofferd werd hij naar Moldavië gestuurd. Maar ook vanuit die buitenpost bleef Lebed zich melden. Meer dan wie ook verwoordde hij na de ineenstorting van de Sovjet-Unie de gevoelens van verbittering en verraad binnen het leger en de gevoelens van angst onder de Russische gemeenschappen in de onafhankelijk geworden ex-Sovjet-republieken. Het leverde hem het imago op van een man van de daad. Zijn credo: ,Ik ben autoritair, omdat ik een generaal ben die een zware en vreselijke taak heeft: mensen naar hun dood te sturen. Maar ik heb altijd geprobeerd ervoor te zorgen dat ze levend uit de hel terugkeren.''