Wederom poging tot herstel Turkse betrekkingen

ANKARA, 14 juni. Morgen zal opnieuw een poging worden gedaan om de verstoorde betrekkingen tussen Turkije en Nederland te herstellen.

Het hoofd van het landelijke coöordinatie centrum van het ministerie van binnenlandse zaken, J Scholten, zal morgen in Ankara besprekingen voeren over hoe (de Koerdische) terreur gezamenlijk bestreden kan worden. Zijn bezoek is een uitvloeisel van twee eerdere besprekingen in Geneve, op 5 mei en 8 juni. Hierin zou zijn overeengekomen dat Nederland Turkije meer steun verleent bij de bestrijding van de separatistische Koerdische Arbeiders Partij PKK, die strijdt voor een onafhankelijk Turks Koerdistan, maar de laatste jaren met zijn politieke arm, de ERNK, ook steeds activer is in Europa. De hoop in Ankara is dat hiermee de weg wordt geopend voor de Turkse regering om de Turkse ambassasadeur in Nederland, Z. Celikkol, die in april uit protest tegen de oprichtingsvergadering in Nederland van het Koerdische parlement-in-ballingschap naar Turkije werd teruggeroepen, zonder gezichtsverlies naar zijn post in Den Haag terug te sturen.

Turkije meent dat het Koerdische parlement-in-ballingschap een mantelorganisatie is van de PKK en dat Nederland de oprichting ervan had moeten verbieden. Den Haag, dat het Koerdische parlement niet erkent, beroept zich op de grondwet die vrijheid van vereniging en vergadering garandeert.

Ankara plaatste Nederland uit protest hiertegen op de rode lijst. Dat betekent dat er voorlopig op defensiegebied geen zaken meer met Nederland worden gedaan.

De kwestie van terreurbestrijding is een netelig onderwerp omdat Turkije op grond van zijn restrictieve wetten iemand ook het etiket van terrorist opplakt als hij zich alleen in woord of geschrift schuldig heeft gemaakt aan 'ondermijning van de nationale eenheid'. De verwachting is dat het Turkse parlement zich de komende weken uitspreekt over de democratische hervormingen waarover al jarenlang wordt gesproken in Turkije, maar dat ook dan, gezien de conservatieve meerderheid in het parlement, de vrijheid van meningsuiting beperkt blijft.