Vrije beroepsbeoefenaar beducht voor de tucht van de markt

WASSENAAR, 14 JUNI. Vrije beroepsbeoefenaren zijn hoogst beducht voor de tucht van de markt. Onder de titel: 'Meer markt en minder regels: wat verandert er voor het vrije beroep?', organiseerde de Raad voor het Vrije Beroep (RVB) er gistermiddag een symposium over.

In voorbereiding daarop, zo memoreerde RVB-voorzitter mr. H.L. de Haas, was zelfs als titel overwogen: 'Het vrije beroep naar de knoppen'. Uiteindelijk werd daar van afgezien. “De uitstraling zou te negatief zijn”, lichtte De Haas toe. “Toch”, voegde hij daaraan toe, “zou het een vlag zijn geweest, die de lading van de zorg van veel bestuurders dekt.”

De RVB-voorzitter predikte in een kasteel in Wassenaar alleen voor eigen parochie. “Geen minister, maar ook geen enkele ambtenaar van Economische Zaken heeft een uitnodiging om hier als spreker op te treden aanvaard”, treurde De Haas. Want met grote regelmaat spreken regering en parlement over zaken die het vrije beroep aangaan. Dat gaat echter volgens hem doorgaans zonder overleg te plegen met de specifieke beroepsgroep, of de RVB. En heeft dan al discussie plaats, zo zei hij, “dan is dat veelal op basis van standpunten, niet van argumenten”.

Wat zit de Raad voor het Vrije Beroep - die 27 organisaties met 56.000 leden variërend van artsen tot apothekers en accountants bundelt - nu eigenlijk zo dwars? Marktwerking, luidt het antwoord. Of anders gezegd de deregulering, die onder het Paarse kabinet één van de speerpunten van beleid is. Ook de vrije beroepsbeoefenaren, decennia lang gewend om ongestoord en tegen een maatschappelijk relatief fors salaris hun diensten te verlenen, moeten eraan geloven. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om het procesmonopolie in de advocatuur, dat ter discussie staat, evenals de vaste tarieven in het notariaat en de beperking daarin van het aantal vestigingsplaatsen. Maar het betreft niet alleen het mogelijke verdwijnen van afschermende regelgeving. Steeds meer vrije beroepsbeoefenaren vissen in dezelfde adviesvijver. Te denken valt onder andere aan accountants, notarissen, advocaten en belasting- en ondernemingsrechtadviseurs.

Overigens is er ook een aantal vrije beroepsgroepen, zoals de medisch specialisten, die juist klagen over te veel regels. Volgens voorzitter drs. F.M.L. Palmen van de Landelijke Specialisten Vereniging hebben zijn leden over hun inkomen niets te zeggen: “Dat regelt de wetgever en we hebben geen enkele illusie dat daar een eind aan zal komen.”

Om in Den Haag meer oor voor de noden van het vrije beroep te krijgen, maakte de RVB gisteren bekend aansluiting te hebben gezocht bij de belangenorganisatie van het midden- en kleinbedrijf, MKB Nederland. Op die manier verwacht de RVB dichter bij het vuur te zitten, sneller informatie te kunnen verkrijgen en vooral een betere versterker voor haar geluid te hebben gevonden.

Voorzitter J. Kamminga van MKB Nederland onderstreepte dat het goed is dat het kabinet met de dereguleringsoperatie een aanval op de administratieve rompslomp heeft ingezet. “Tientallen jaren van regelzucht hebben we achter de rug. De ondernemer was een zakenvuller en winst een vies woord”, herinnerde Kamminga (tevens makelaar in Groningen) zich. De omslag kwam met het aantreden van het eerste kabinet Lubbers in 1992. Dat koos als credo: 'Minder overheid, meer markt'. Inmiddels dertien jaar later dreigt echter volgens Kamminga de slinger door te slaan naar de andere kant.

Dat standpunt deelt dr. B.F. van Waarden, hoogleraar Organisatie en Beleid aan de universiteit van Utrecht. “Ambtenaren draven door”, vindt hij. “Marktwerking is een modieuze slogan overgewaaid uit Amerika.”

'Meer markt, minder regels', stelt Van Waarden, suggereert een tegenstelling die er niet is: “Regels maken concurrentie mogelijk, het zijn de minimale voorwaarden voor het creëren van een markt.”

Volgens Van Waarden wordt met het afschaffen van veel regelgeving juist het tegengestelde bereikt van wat werd beoogd. Weliswaar ontstaat eerst een fase met veel concurrentie, maar daarna volgt een periode van schaalvergroting. Als voorbeeld gaf Van Waarden de situatie in de Amerikaanse luchtvaart. Na deregulering ontstond een markt met veel aanbieders. “Alles was mogelijk, van vliegen met je eigen boterham mee, tot in een gouden badkuip de lucht in”, grapte de hoogleraar. Thans zijn er nog maar zes mega-maatschappijen over en een aantal regionale aanbieders. “De prijzen gaan omhoog. Vliegtuigen worden slecht nagekeken, de veiligheid neemt af.” Het resultaat, aldus Van Waarden, is herregulering.

Een andere voorbeeld is volgens hem de Amerikaanse advocatuur waar een tweedeling is ontstaan tussen grote kantoren en een periferie met daarin een flink aantal kleinere. Conclusie is volgens de hoogleraar dat het verbieden van onderlinge afspraken tot monopolievorming leidt.

Ook naar de mening van prof.drs. B.F. van Londen, partner van het organisatie-adviesbureau Horringa & De Koning, heeft dereguleren lang niet altijd het gewenste effect. In eerste instantie is minder regelgeving in ieders belang. De consument is goedkoper uit en de ondernemer wordt gedwongen scherp te letten op de prijs en de kwaliteit van de geleverde produkten en diensten. Ook voor de overheid ziet Van Londen voordelen. Zo biedt het schrappen van regelgeving, waardoor zij minder hoeft te controleren, ruimte voor personele bezuinigingen.

Maar een prijsdaling van de diensten van de vrije beroepsbeoefenaar, als gevolg van meer concurrentie, kan volgens Van Londen ook ten koste gaan van de kwaliteit van dat beroep, zoals opleidingseisen, nascholingsverplichtingen en een klacht- en tuchtrecht. Maar juist dat kwaliteitsargument, zo legde Van Londen de vinger op de zere plek, is gevaarlijk. “De indruk onstaat dan al snel dat het alleen over de eigen portemonnee gaat, terwijl een hoge kwaliteit van de dienst in het belang is van de consument.”

Dat de verhouding prijs/kwaliteit van de diensten in de vrije beroepen moeilijk is te beoordelen lichtte Van Londen als volgt toe. Een textielfabrikant heeft het volgens hem makkelijk bij het volgen van een prijs/kwaliteits-strategie. “Ieder draadje dat hij minder in een lapje verwerkt, kan ook de prijs een centje lager.” Daarentegen ligt de relatie prijs/kwaliteit in het vrije beroep aanmerkelijk lastiger. “De geleverde dienst is goed, of niet. Er is geen breed instrumentarium waarmee je kunt concurreren.”

Van Londen stak de hand in eigen boezem. “Zolang we het beeld niet onderuit weten te halen dat vrije beroepsbeoefenaren te veel verdienen, verliezen we politiek de discussie. Verdere deregulering is in dat geval moeilijk tegen te houden.” Tot die slotsom kwam ook RVB-voorzitter De Haas. “Het vinden van de juiste argumenten is een moeilijk punt.”

Organisatie-socioloog Van Waarden stelde de vrije beroepsbeoefenaren enigszins gerust. Naar zijn inschatting zal het allemaal zo'n vaart niet lopen. Dereguleren past volgens hem niet bij de Nederlandse hang naar zekerheid: “Vrijwel geen land geeft per inwoner zoveel geld uit aan verzekeringen en sociale zekerheid.”

Bovendien wordt aan de ene kant iets verboden, zoals onlangs het bouwkartel, maar komt er aan de andere kant weer regelgeving bij, zoals de recentelijk ingevoerde sloopheffing van 250 gulden op nieuwe auto's, waarvan naast het milieu vooral demontagebedrijven de vruchten zullen plukken. “Kleine correcties, daar zal het bij blijven”, voorziet Van Waarden.