Utrecht: Transparant rolluik breekt stalen corridor

Juwelier G. Spijk in de Utrechtse Minrebroederstraat capituleert. In drie maanden tijd werd de ruit van zijn winkel Ex Parte vier maal ingegooid. Er verdween voor 22.000 gulden aan sieraden. Onder druk van zijn verzekering installeert hij binnenkort toch maar een hekwerk dat 's avonds kan worden neergelaten.

Spijk piekert er niet over een rolluik te nemen. “Ik vind die dingen vreselijk. Je krijgt een enorme doos achter je ruit en de belettering gaat eraf bij het oprollen. Voor mij is een etalage heel belangrijk. Alles wat je etaleert, daar komen kopers voor terug. De omzet van mijn horloges is gehalveerd, omdat die vitrinekasten nu meer naar achteren staan.”

Met zijn hek voldoet Spijk in ieder geval ruimschoots aan de regels inzake rolluiken die de gemeente Utrecht op 1 augustus wil invoeren. In de binnenstad mogen dan bij winkel- en bedrijfspuien geen gesloten metalen rolluiken meer worden aangebracht. Wel toegestaan zijn rolluiken die voor 75 procent transparant zijn.

De gemeente wil zo voorkomen dat winkelstraten na sluitingstijd veranderen in 'onherbergzame stalen corridors'. Al jaren nam de Utrechtse commissie voor welstand en monumenten stelling tegen de rolluiken, maar dat resulteerde zelden in actie van gemeentewege. “Gedogen is een te mooi woord voor dat beleid”, evalueert D. de Frenne, medewerker van de dienst Volkshuisvesting. Vaak vroegen winkeliers geen vergunning aan, maar installeerden ongezien in een weekeind de stalen pantsering.

Er komt nu een generaal pardon voor alle illegale luiken, maar binnen vijf jaar moeten ze door een open model of veiligheidsglas zijn vervangen. Gedurende twee jaar is subsidie beschikbaar voor vervanging. Naar verwachting komt een kwart van de duizend bedrijven in de binnenstad voor subsidie in aanmerking. Het verbod geldt niet voor juweliers.

P. Hogervorst, voorzitter van de ondernemersvereniging in de binnenstad, denkt dat de maatregel gemakkelijk kan worden ontdoken. Het verbod geldt immers de buitengevel, maar er zijn ook rolluiken aan de binnenkant van de etalageruit. “Wie mag bepalen wat je in je etalage hangt?” vraagt Hogervorst retorisch.

Open luiken zorgen niet automatisch voor meer gezelligheid, zo leert Amsterdam. Deze stad voert al enkele jaren actie tegen naargeestige winkelpuien. “We hadden verwacht dat de winkeliers hun verlichting achter die open rolluiken zouden aandoen, maar dat gebeurt vaak niet en dan maakt het in feite weinig uit”, zegt C. Schot, medewerker bij de Stedelijke Woningdienst. “Je zou denken dat een ondernemer van de situatie gebruik maakt om zijn waren aan te prijzen, maar dat blijkt onterecht.”

Schot vindt Utrecht “heel optimistisch” met een overgangsperiode van vijf jaar. “Wij gokken op wat langere termijn. Zo'n rolluik gaat minstens tien jaar mee.”

Het voorbeeld voor Utrecht is Den Haag. Daar wordt de stalen pui al sinds 1987 geweerd. Na een gedoogperiode van vijf jaar besloot de gemeenteraad onder druk van de detailhandel tot temporisering en “gedeeltelijk gedogen”. Sinds 1 mei jongstleden mogen luiken van vóór 1987 alleen nog in geval van calamiteiten worden gebruikt.

Twintig procent van de ondernemers stoort er zich niet aan en tegen hen wordt actie ondernomen, zegt L. de Metz van de dienst Bouwen en Wonen. Maar het effect is onmiskenbaar, zoals in de Spuistraat. “Daar kreeg je een paar jaar geleden nog het idee dat je in de Bronx was.”

Het Haagse beleid geldt voor alle bedrijven. De Metz kent een juwelier die nu beschikt over veiligheidsglas, alarminstallatie en een apparaat dat bij onraad de winkel meteen in een mistwolk verandert. “Dat ziet er leuk uit.”