Top Medicopharma wordt niet vervolgd

HAARLEM/AMSTERDAM, 14 JUNI. De curatoren van de in 1991 failliet verklaarde farmaceutische groothandel Medicopharma zien ervan af de verantwoordelijke bestuurders en commissarissen persoonlijk aansprakelijk te stellen, zo hebben ze dinsdag meegedeeld.

De curatoren P. Heidinga en R.J. Schimmelpenninck zijn weliswaar van mening dat de bestuurders en toezichthouders verantwoordelijk zijn voor de ondergang van Medicopharma, maar zien geen reden om over te gaan tot vervolging. In dat laatste geval moet er sprake zijn van “kennelijk onbehoorlijk bestuur”. Na een half jaar wikken en wegen menen de curatoren dat dit niet het geval is geweest.

Begin dit jaar kwamen Heidinga en Schimmelpenninck met hun eindverslag. Daarin stelden zij onomwonden dat de betrokken bestuurders en commissarissen verantwoordelijk waren voor de ondergang van de Zaanse groothandel. In hun verslag stelden zij vast dat het faillissement was terug te voeren op verkeerde strategische keuzen. Vooral de agressieve expansiepolitiek van bestuursvoorzitter S.J. Fontein, gesteund door zijn president-commissaris Tj. Wiemersma Greidanus, hadden het bedrijf in grote moeilijkheden gebracht, aldus de curatoren.

Volgens Heidinga is er echter een nadrukkelijk verschil tussen verantwoordelijk zijn voor de ondergang van Medicopharma en kennelijk onbehoorlijk bestuur. Bij dat laatste gaat het om handelingen die geen redelijk denkend bestuurder zou hebben verricht. “Achteraf kun je wel zeggen dat zij fouten hebben gemaakt, maar als je hun beslissingen in de tijd plaatst, ligt dat al een stuk moeilijker”, aldus Heidinga.

Medicopharma sloot in 1991 de boeken met een verlies van 203 miljoen gulden. (ANP)