Shell: Gevaarlijk Greenpeace is slechts uit op effectbejag

ROTTERDAM, 14 JUNI. Shell is er volledig van overtuigd dat het 'dumpen' van het olieplatform Brent Spar in de Atlantische Oceaan louter voordelen biedt voor het milieu. Met zijn “gevaarlijke” acties is Greenpeace slechts uit op “promotioneel effectbejag”, zoals de oliemaatschappij meldt in een artikel over Brent Spar in het interne tijdschrift Shell Venster. Het bedrijf wil het grote publiek duidelijk maken dat het allemaal wel meevalt met die milieuvervuiling.

Shell vindt dat het genoeg gedaan heeft om vast te stellen wat de beste manier is om van Brent Spar af te komen. De 140 meter hoge drijvende 'boei' voor de tijdelijke opslag van opgepompte olie werd in 1991 uit dienst genomen, omdat een 'modernisering' ruim 90 miljoen gulden zou kosten. Die investering werd overbodig geacht omdat een pijpleiding voldoende capaciteit bood de olie naar land te brengen.

Shell deed vervolgens verschillende studies naar manieren om van het olieplatform af te komen. Besloten werd uiteindelijk dat sloop aan land geen bijzondere voordelen met zich mee zou brengen voor het milieu, veel geld zou kosten (volgens Shell in het slechtste geval 45 miljoen Britse ponden) en wellicht ook mensenlevens zou kosten, gezien de geringe ervaring die met de sloop van dergelijke bouwwerken is opgedaan. Het milieu zou door sloop aan land juist extra gevaar kunnen oplopen, aldus Shell, omdat bij de operatie het drijvende gevaarte horizontaal te kantelen de stalen structuur zou kunnen scheuren. Daarmee zouden de milieugevaarlijke stoffen die in het platform zijn achtergebleven (onder meer de zware metalen koper en lood en licht radioactieve zouten) in de relatief ondiepe Noordzee terechtkomen. Shell baseerde deze dreiging onder meer op de schade die ontstond bij het rechtopzetten in 1977 van de in Nederland gebouwde romp van de 'boei'. Twee tanks scheurden daarbij en werden onbruikbaar. Volgens Shell was het veel beter de 'boei' te laten zinken in het diepe water van de oceaan, waar de volgens het bedrijf geringe vervuiling weinig kwaad kan. Shell vroeg toestemming daarvoor aan de Britse regering en deze stemde in.

De milieuorganisatie Greenpeace was het daarmee volstrekt oneens. De organisatie stelt zich op het standpunt dat alle olieinstallaties in de Noordzee aan land moeten worden gedemonteerd en baseert dat op een reeks van verdragen over het voorkomen van vervuiling op zee. Greenpeace verweert zich heftig tegen het dumpen van Brent Spar omdat de organisatie uiterst bevreesd is voor een precendentwerking. De Brent Spar is de eerste van een hele reeks installaties uit de jaren zeventig, de hoogtijdagen van de offshore-industrie in de Noordzee, die de komende jaar buiten gebruik worden gesteld en ontmanteld zullen moeten worden. De kosten voor deze operatie worden voor alle 418 installaties momenteel in de Noordzee op ruim 2 miljard pond geschat. Greenpeace vindt het niet alleen billijk dat dit betaald moet worden voor het milieu, het is er tevens van overtuigd dat het niet louter weggooid geld is, zoals de oliemaatschappijen menen. Volgens de organisatie kampen de scheepswerven in Groot-Brittanië met een gebrek aan orders door de geringe investeringen die door de oliemaatschappijen in Noordzee-olie worden gedaan. Het ontmantelen aan land van de installaties zou dus voor veel werk zorgen. Daarbij zijn volgens Greenpeace de mogelijke fatale gevolgen voor werknemers overdreven. De organisatie zegt dat onvoldoende aan het verminderen van de risico's door zorgvuldig planning is gedaan. Dat zou volgens Greenpeace ook blijken uit reacties van de bouwers, die in tegenstelling tot de oliemaatschappijen ervan overtuigd zijn de installaties tegen relatief geringe kosten ontmanteld kunnen worden. In de Golf van Mexico zijn op last van de Amerikaanse regering verreweg de meeste olieplatformen aan land ontmanteld. Een enkele keer hebben de Amerikaanse autoriteiten toegestemd een platform in zee te laten afzinken om als kunstmatig rif het zeemilieu te verrijken. Rond de Noordzee zijn alleen Groot-Brittanië en Noorwegen tegen een verplichting oude installaties aan land te ontmantelen.

Waarom Shell zo hardnekkig vasthoudt aan het 'dumpen' van Brent Spar leek directeur J. Strating van Stork gisteren toe te lichten bij de opening van een congres over de offshore-industrie. De grote dagen van de offshore-industrie op de Noordzee zijn voorbij, het gebied is te duur geworden in vergelijking met andere delen van de wereld. Oliemaatschappijen willen de kosten drukken om in die goedkope gebieden te investeren. De ontmanteling van oude installaties is volgens Strating meer dan alleen een probleem van 'hoe kunnen we technisch het beste dit karwei klaren'. “Het is vooral ook een emotioneel probleem dat betrekking heeft op sociaal geaccepteerde normen en waarden”, aldus Strating. “Mensen hechten grote waarde aan een schoon milieu, ze hebben gerechtvaardigde zorgen over de toekomst. Dit moet niet worden genegeerd.”

    • Z.C.A. Luyendijk