Rolling Stones onbeschut in Nijmeegse De Goffert; De bevrijding van 'Satisfaction'

Concert: The Rolling Stones - 'Voodoo Lounge Tour'. Gehoord: 13/6 De Goffert, Nijmegen. Herhaling: 14/6 De Goffert, Nijmegen; 18/6 Renbaan, Landgraaff.

Keith Richards de eerste zes noten van (I Can't Get No) Satisfaction te horen spelen is bevrijdend. Dat loopje is na dertig jaar popgeschiedenis inmiddels net zo veelzeggend als de tekst van het nummer zelf. Tegen de tijd dat The Rolling Stones, gisteravond in het Goffert-stadion in Nijmegen, Satisfaction inzetten was het geluid bijgetrokken en stond Richards' treiterig herhaalde riff helder in het geluidbeeld, als het droge commentaar op Jagger bronstige geloei.

Als een bende cowboys, gekleed in knielange jassen en zonnebrillen, betraden Ron Wood, Jagger en Richards gisteravond het podium. Het openingsnummer, de beginselverklaring Not Fade Away, klonk misschien nog aarzelend maar al harder, voller en spetterender werd toen het samenspel van de gitaristen met hun blazers, pianist en achtergrondzangers. The Rolling Stones kozen de pronkstukken uit hun schatkamer van repertoire, en deden daarbij het verleden eer aan. In de twee uur dat de groep optrad konden niet alle hits aan bod komen, en het was jammer dat van Black And Blue niets gespeeld werd, maar daar stonden uitvoeringen van Gimme Shelter, Street Fighting Man, Miss You, It's Only Rock 'n' Roll, Brown Sugar, Jumpin' Jack Flash en Beast Of Burden tegenover. De cd waar deze tournee om begonnen is en waar zijn naam aan ontleend is, Voodoo Lounge uit 1994, werd goeddeels genegeerd.

Ook in het decor was niets te herkennen van de 'voodoo lounge'-sfeer die bijvoorbeeld bij de concerten in Paradiso van tweeëneenhalve week geleden wel was nagestreefd. In de Goffert speelden de Rolling Stones op een podium dat wordt omsloten door een burcht van staal, een futuristische constructie waar zeshonderd ton ijzer in verwerkt zit. Je kunt je afvragen wat er was gebeurd als het gisteravond gehoosd had, want de Stones-burcht heeft geen dak. Het speelvlak is onbeschut en dat geeft, in combinatie met het gestaalde gevaarte àchter de muzikanten, een mooi beeld van kwetsbaardheid gepaard aan onoverwinnelijke kracht. Het bouwsel kan bij het invallen van de duisternis prachtig worden belicht, er zit een videoscherm in verwerkt en boven de kantelen kromt zich een gestileerde slangekop die vuur spuwt. Aan weerszijden bevinden zich lange loopbruggen waar soms Ron Wood en Keith Richards, maar natuurlijk vooral Jagger gebruik van maken.

Mick Jagger is de kasteelheer van de Stones. Hij kan zijn aan zestigduizend mensen gerichte 'how you're doing here?' laten klinken alsof hij een minnares toespreekt, wisselt in navolging van de avondtemperatuur steeds van jasje ('whère is your fur coat when you need it?') en zingt ondertussen krachtig en snerend of met het breekbare timbre van een nummer als Wild Horses. Jagger pronkt met zijn wespetaille en er wordt als vanouds gedribbeld, gedraaid en gekronkeld.

Net als in Paradiso, waar ze het voor het eerst speelden, deden de groep hier hun versie van Dylans Like A Rolling Stone, compleet met harmonica-solo van Jagger. Maar hoe toepasselijk het ook is, het nummer kreeg geen opzienbarende uitvoering en bleef typisch 'Dylan'. Ook Keith Richard zong nog twee nummers, waronder The Worst van Voodoo Lounge. Zijn bijna timide zang kreeg steun van zangeres Lisa Fisher terwijl hij er zelf bescheiden bij stond. Richards probeerde nog even een schowbizz-achtig 'It's great to be back!', direct gevolgd door een zacht 'It's good to be anywhere, really..'.

Toen het hoo hoo-intro klonk van Sympathy For The Devil gaf dat net zo'n gevoel van opluchting als Satisfaction; hoe lang geleden het ook is dat die nummers gemaakt zijn, ze behoren ook nog tot het hier en nu. Mick Jagger verscheen met hoge hoed en pandjesjas, uit het decor groeiden een opblaasbare Elvis, een Madonna met kind, een voodoo-priester en een duivelse geitekop. Ondanks het bombardement aan effecten behield het concert ook op dat moment de menselijke maat. Al was het maar omdat Mick soms moest stoppen om zijn veters te strikken.