Pyongyang lijkt een grote concessie te hebben gedaan

Als het zoveelste akkoord dat de Verenigde Staten en Noord-Korea gisteren hebben gesloten over het Noordkoreaanse nucleaire programma ditmaal standhoudt, betekent het dat Pyongyang een grote concessie heeft gedaan. De communistische noorderlingen accepteren kerncentrales uit Zuid-Korea, waar volgens de Noordkoreaanse standaard-retoriek een “fascistisch marionettenregime” zetelt. Àls het akkoord standhoudt, want de ervaringen van de Amerikaans-Noordkoreaanse bijeenkomsten van de afgelopen jaren hebben de betrekkelijkheid van het begrip aangetoond. Al verscheidene malen waren de twee landen het 'eens' en steeds weer bleek dit in tweede instantie voor meer dan een uitleg vatbaar.

“We hebben nog een lange weg te gaan” zei de Noordkoreaanse hoofonderhandelaar Kim Gye Gwan daarom gisteren voorzichtig. En zijn Amerikaanse evenknie Robert Gallucci: “Dit was niet de laatste horde.”

Na het op 21 oktober vorig jaar ondertekende 'Agreed Framework' tussen de Verenigde Staten en Noord-Korea bestond even een euforische stemming in Washington: de jarenlange nucleaire crisis rond Noord-Korea leek tot een goed einde te zijn gebracht. Noord-Korea zou zijn eigen verouderde grafietcentrales sluiten en buitenlandse lichtwatercentrales cadeau krijgen. De VS en andere landen verdachten de Noordkoreanen er namelijk al jaren van plutonium te winnen in zijn nucleaire installaties, waarmee kernwapens gemaakt konden worden. Met de levering van lichtwatercentrale (waarin ook plutonium vrijkomt) zou Noord-Korea de controle over het produktieproces kwijtraken.

De euforie was voorbarig. Naderhand bleek de grote omissie: in het 'framework' was niet de naam genoemd van het land dat de nieuwe centrales zou leveren en dat bleek nu juist van cruciaal belang. De Amerikanen wilden dat Zuid-Korea de leverancier zou worden; de Noordkoreanen wilden centrales uit elk land accepteren, behalve uit Zuid-Korea. Het betekende de zoveelste impasse.

In de tussentijd had Noord-Korea eind vorig jaar wel al zijn grafietcentrales gesloten en waren de VS begin dit jaar begonnen met het leveren van ruwe olie, ter voorlopige compensatie van het gebrek aan energie in Noord-Korea.

Nieuwe onderhandelingen over een nadere invulling van het 'Agreed framework' hadden daarna op verscheidene locaties plaats. En op de laatste plek: Kuala Lumpur, gingen de Noordkoreanen door de bocht. Ook zij zagen in dat er maar een land was dat de centrales kon leveren: Zuid-Korea, om de simpele reden dat alleen de Zuidkoreaanse regering bereid was het grootste deel van de benodigde vier miljard dollar te fourneren. Seoul ziet de verkoop van zijn centrales (die zijn gebaseerd op een Amerikaans ontwerp) aan het noorden als een investering 'in eigen land', vooruitlopend op een hereniging van de twee Korea's.

In de gisteren uitgegeven gezamenlijke verklaring van Noord-Korea en de VS wordt Zuid-Korea weliswaar niet met name genoemd, maar staat dat KEDO de hoofdaannemer mag uitzoeken. KEDO staat voor Koreaanse Energie Ontwikkelingsorganisatie, een consortium van twintig landen onder leiding van de VS, Zuid-Korea en Japan, dat in maart in New York werd opgericht. KEDO is belast met de afhandeling van de technische en financiële kant van het Geneefse akkoord. In de oprichtingsakte van de organisatie staat dat “twee (Zuid-)Koreaanse standaard reactormodellen” aan Noord-Korea zullen worden geleverd. En dat gaat nu gebeuren.

Onduidelijk is of er in Kuala Lumpur ook concessies aan Noord-Korea zijn gedaan. Nieuw is dat een Amerikaans bedrijf als 'project-coördinator' zal optreden, maar dat kan nauwelijks een genoegdoening voor Pyongyang zijn. Zuid-Korea zal namelijk niet nalaten zoveel mogelijk zijn handelsmerk rond te strooien om zo maximaal politiek profijt te trekken. Mogelijk is dat de VS aan Noord-Korea extra financiële steun hebben toegezegd, maar daarmee zullen de Amerikanen toch eerst terug moeten naar KEDO, want het is ondenkbaar dat de Republikeinse meerderheid in het Amerikaanse congres meer dan een grijpstuiver overheeft voor een van de laatste stalinistische regimes ter wereld.

Ten slotte blijft de vraag hoe Noord-Korea zijn eigen bevolking zal voorlichten over het accepteren van de centrales uit het gehate zuiden. In de noordelijke propaganda werd tot nu toe benadrukt dat er uit het zuiden niets goeds kon komen. De Zuidkoreaanse centrales werden zelfs als “ondeugdelijk en onbetrouwbaar” bestempeld. Het totalitaire regime van Kim Jong Il zal een reden voor de ommekeer moeten bedenken. De Noordkoreaanse bevolking is wel gewend aan de bokkesprongen van zijn leiders. Zo hield het regime eigenwijs lange tijd vol dat er voldoende voedsel in het land was, terwijl de bevolking aan den lijve ondervond dat dat niet zo was. De Noordkoreanen zullen ook de verklaring over de centrales wel accepteren. Maar wie de Democratische Volksrepubliek Korea bezoekt voelt dat er onder de bevolking een kritische grens bestaat als het gaat om de leugens van het regime, een grens die op straffe van een opstand niet moet worden overschreden.