Pina Bausch uit de kunst bij Brechts Zeven doodzonden

Dansvoorstelling: Tanztheater Wuppertal met Die Sieben Todsünden en Fürchtet Euch nicht. Regie, choreografie: Pina Bausch; tekst: Bertolt Brecht; muziek: Kurt Weill; toneelbeeld, kostuums: Rolf Borzik; begeleiding: Radio Kamer Orkest o.l.v. Jan Michael Horstmann. Gezien: 13/6 Koninklijk Theater Carré, Amsterdam. Aldaar: 14 en 15/6. Inlichtingen: Holland Festival, 020-6276566.

Na jarenlange afwezigheid is Pina Bausch en het Tanztheater Wuppertal terug in Nederland. De Duitse choreografe en haar gezelschap hebben dit jaar een centrale plaats in de dansprogrammering van het Holland Festival. Dat presenteert de komende weken van 'die Pina' enkele werken uit de tweede helft van de jaren zeventig en één uit 1982. De terugblik is te beperkt om een goed overzicht te bieden van de ontwikkeling in Bausch' stukken. Maar de dubbelvoorstelling Die sieben Todsünden/Fürchtet Euch nicht (1976) laat wel zien waar haar wortels liggen.

Het oeuvre van Pina Bausch stoelt op de expressionistische Ausdruckstanz, de Amerikaanse moderne dans en het vervreemdend theater van Bertolt Brecht. Hoewel haar eerste choreografieën uit 1968 en 1969 nog pasten in de moderne danstraditie, kondigde zich in het begin van de jaren zeventig al een omslag aan. Later zal zij zich steeds meer verwijderen van de dans door het toepassen van theatrale middelen als spel en zang, waarbij zij ook nog de elementen pantomime, revue en variété voegt.

Bertolt Brecht schreef Die Sieben Todsünden der Kleinbürger voor een zangeres, een danseres en vier zangers die een familie voorstellen. Bausch voegt daaraan nog 26 dansers toe. Twee zussen (eigenlijk de splitsing van één personage) reizen van Louisiana naar het noorden om geld te verdienen waarmee een huis voor het gezin kan worden gekocht. De berekenende Anna I exploiteert hiervoor de gevoelige Anna II. Via prostitutie en beschermheren bereiken zij samen het gestelde doel, maar dat gaat ten koste van Anna II.

Annette Jahns (zang) en Jo-Ann Endicott (dans) geven een indrukwekkende vertolking van de twee Anna's. Vooral Endicotts realistische interpretatie is aangrijpend. Bij haar slaat de aanvankelijke weerzin om in zelfdestructie. Haar weg leidt van de straat in de goot. De hebzuchtige familie - de zangers Hans Christoph Begemann, Arthur Friesen, Cameron Rolls (die alterneert met Siegfried Schmidt) en Marek Wojciechowski - kreeg het karakter van een barbershop-quartet.

Het danserskoor is uit de kunst georkestreerd door Bausch. De vrouwen duiken op als een groep zwarte vampiers. De mannen ordenen zich tot rijen stramme hoerenlopers. Dit zijn beelden die de machinale meedogenloosheid in Fritz Langs film Metropolis (1926) evenaren. Maar de groep dansers vormt samen ook weer de kickline uit een revue. Bausch verwijst hiermee naar het Berlijn uit de jaren dertig: liederlijk, decadent en vooral vrouwonvriendelijk.

In het tweede deel Fürchtet Euch nicht past Bausch voor het eerst de collage-techniek toe die zoveel navolging kreeg. Zij monteerde op muziekfragmenten en songs van Kurt Weill, uit ondermeer de Dreigroschenoper, Happy End en Das Berliner Requiem, een aantal losse scènes. Zij zijn soms kort en krachtig, soms te veel uitgesponnen om te boeien.

De rode draad is het verhaal van de 'vermoorde onschuld'. Een meisje dat verleid wordt door een oude heer. Oorspronkelijk was dat een jonge Casanova, maar de vertolker van toen is nu rijper, dikker en grijzer geworden. Je ziet veel vertrouwde gezichten terug in de voorstelling. De namen van Mechthild Grossmann, Jan Minarik, Jacob Andersen, Dominique Mercy, Nazareth Panadero, Helena Pikon, Jean Laurent Sasportes en veel anderen blijven onverminderd verbonden aan Pina Bausch en haar Tanztheater Wuppertal.