In de townships van Z-Afrika versterkt huur de burgerzin

KAAPSTAD, 14 JUNI. “Power” Malgas woont al negen jaar gratis. Sinds de financiële boycot van het apartheidsbewind heeft hij geen huur betaald. Hij investeerde intussen flink in zijn gemeentewoning. “De gemeente zou het niet meer herkennen”, zegt hij droogjes als hij de creatieve bouw-anarchie in Zuid-Afrika's zwarte townships met eigen werk illustreert.

Het is een ruim, bakstenen huis in een betere straat van Khayelitsha, een zwarte voorstad van Kaapstad. Afscheidingen van muren herinneren aan de woning van ooit. Power bouwde twee extra slaapkamers, maakte de keuken groter en bouwde de voorkamer uit tot een shebeen, een buurtkroeg. Op zaterdagmorgen om elf uur is een groepje jongens met grote flessen bier en waterige ogen verwikkeld in een politiek debat over de verschillen tussen het ANC en het PAC, het Panafrikaans Congres.

Power Malgas is een van de honderdduizenden zwarte Zuidafrikanen die al jarenlang hun huur, elektriciteit of gemeentelijke heffingen niet hebben betaald. De boycot begon in het midden van de jaren tachtig als onderdeel van de ANC-strategie om de zwarte woonoorden 'onregeerbaar' te maken. De apartheidsregering moest financieel op de knieën worden gedwongen. Het is geëindigd in een cultuur van gewenning. Het doel - een democratische regering - is bereikt, maar de meeste inwoners schrijven nog steeds hun maandelijkse cheques niet uit. Soms omdat ze werkloos zijn en niet kunnen betalen, soms omdat het niet meer past in hun bestedingspatroon.

De regering van Nelson Mandela is een grote campagne begonnen om de zwarte townships aan het betalen te krijgen. Als Operatie Masakhane - “Laat ons samen bouwen” - niet lukt, zijn de plannen voor de wederopbouw van de zwarte woongebieden tot mislukken gedoemd. Volgens Power Malgas, een bekende gemeenschapsleider in Khayelitsha, zal de campagne slagen. “We hebben de mensen altijd voorgehouden dat de boycot tijdelijk was. Vanaf de eerste dag wisten de mensen dat ze eens, als er een democratische regering zou zijn, weer voor huur en diensten zouden moeten betalen. Maar ik geef toe: men heeft de neiging gewend te raken aan niet betalen. Waar ook ter wereld zouden mensen liever geen belasting of huur betalen? Iedereen wil een gemakkelijk bestaan. Je zult altijd mensen houden die doorgaan met de boycot. Dan moeten we actie ondernemen. Het leven is niet gratis.”

De regering heeft ook te maken met andere calculerende burgers, die klagen over bevoordeling van zwarten. Kleurlingen in Johannesburg zijn de straat opgegaan omdat ze ook liever niet betalen. Twee blanke zakenlieden in Port Elizabeth verschenen onlangs voor de rechter nadat ze hadden geweigerd hun gemeentelijke belastingen te betalen. Ze eisen gelijk behandeld te worden als de bewoners van zwarte woongebieden bij de stad, waar de gemeente onlangs een achterstand van 30 miljoen gulden kwijtschold.

Power heeft zelf nog geen geld overgemaakt aan de gemeente. “In principe ben ik begonnen te betalen, in de praktijk nog niet”, zegt hij orakelig. Hij wacht tot de gemeente de hoogte van de huur bepaalt en het moment dat de betalingen moeten ingaan. In januari 1994 ondertekenden de toenmalige president De Klerk en ANC-president Mandela tijdens een plechtige ceremonie een akkoord dat de betalingsachterstand van tot dan - meer dan een miljard gulden, was de schatting - kwijtschold en de bewoners ertoe wilde aanzetten om weer hun rekeningen te voldoen. Het gebeurde maar in zeer geringe mate. Nu zullen mensen met terugwerkende kracht vanaf januari 1994 moeten gaan betalen, verwacht Power. “Als ze hebben vastgesteld hoeveel en vanaf wanneer, ga ik betalen”, stelt hij. Andere bewoners praten zichzelf vast in een cirkel. Ze willen pas gaan betalen als ze verbeteringen in hun levensomstandigheden zien. Maar die zullen er pas komen als ze gaan betalen.

De straten van Khayelitsha en andere zwarte woongebieden in Zuid-Afrika tonen de gevolgen van de betalingsboycot. Gaten in de weg zijn al jaren niet gerepareerd. Huizen vertonen de kwalen van geen onderhoud. Bij een hevige regenbui loopt het water niet weg omdat het rioolsysteem niet is onderhouden. De boycot heeft de financiële grondslag onder het lokaal bestuur weggeslagen. Dat was destijds precies de bedoeling. De zwarte gemeentebestuurders, de marionetten van de apartheidsregering, werd het werk onmogelijk gemaakt.

De democratie is nog steeds niet tot het laagste bestuursvlak doorgedrongen. Pas op 1 november worden in Zuid-Afrika de gemeenteraadsverkiezingen gehouden. 'Masakhane' moet voor die tijd resultaat opleveren anders hebben de lokale politici geen geld om te besturen. Banken willen geen hypotheken meer verstrekken in gebieden waar de boycot doorgaat. Omdat het ANC juist in steden, dorpen en buurten aan zwarte kiezers moet bewijzen dat hun leven onder Mandela beter is, is de betalingscampagne politiek van groot belang.

De regering heeft zwaar moreel geschut ingezet. In zijn priesterkleed wijst aartsbisschop Desmond Tutu in televisiespots en paginagrote advertenties de mensen op hun verantwoordelijkheden “als gelijke partners, gelijke burgers”. Grote billboards in Soweto prijzen Masakhane aan met een logo uit de sociaal-realistische school: mannen en vrouwen met schop, schoffel en stenen boven de Zuidafrikaanse vlag. 'Masakhane' wil niet alleen geld binnenhalen - het is een begin van de restauratie van burgerzin.

Chris Ngcobo is zijn eigen spiegelbeeld. In de jaren tachtig ging hij als gemeenschapsleider en bekend ANC'er in Soweto, de zwarte stad bij Johannesburg, de deuren langs om de boycot te propageren. Hij werd ervoor gearresteerd en zonder proces gevangen gezet. Nu is hij door de regering aangesteld als campagneleider van 'Masakhane' en probeert hij dezelfde mensen weer te laten betalen. Ngcobo gebruikt voor het tegengestelde doel dezelfde strategie. “Ik werk net als toen via de straatcomités, de wijkgroepen, de vrouwengroepen, de jeugdliga van het ANC en de shebeens. Ik ken de structuur van de townships. Het verschil is dat de stemming is omgeslagen. Vroeger hoefden we maar een paar groepen in beweging te krijgen, en we begonnen een veldbrand. We hadden een duidelijk doel. Dat klimaat is er niet meer. Ik zie een politieke apathie die hier in de jaren tachtig niet bestond.”

De regering heeft 400 miljoen gulden uitgetrokken om achttien gebieden te ontwikkelen, als prikkel voor de inwoners om te gaan betalen. De eerste resultaten zijn er. In Soweto is het aantal mensen dat gemeentelijke heffingen betaalt, gestegen van 19 tot 30 procent. Er staat nog een bedrag van 45 miljoen aan achterstallige betalingen uit. De elektriciteitsbetalingen in Soweto namen toe van 20 tot 64 procent, vooral omdat het elektriciteitsbedrijf Eskom van collectieve meters is overgeschakeld op individuele meters. De bewoners moeten eerst een kaart kopen, waarvoor ze als bij het oude muntensysteem een bepaalde hoeveelheid elektriciteit krijgen.

Uit een overzicht van de grootste provincie, Gauteng, blijkt dat de betaling van gemeentelijke heffingen in de eerste vier maanden van dit jaar aarzelend op gang is gekomen. In sommige notoire boycot-gebieden, zoals Sharpeville en Sebokeng, betaalt slechts vijf procent van de inwoners. De achterstanden van alle grote townships loopt in de tientallen miljoenen. Chris Ngcobo wijt dit aan de desorganisatie bij de gemeenten. Veel mensen ontvangen geen of verkeerde rekeningen. “In Soweto moeten 35.000 mensen op één punt hun huur gaan betalen. Als ze al willen betalen, willen ze geen uren in de rij staan.”

'Masakhane' wil mensen motiveren, verantwoordelijkheden bijbrengen en betrekken bij de ontwikkeling van hun gemeenschap. Pas in laatste instantie wil Ngcobo denken aan het afsluiten van de elektriciteit of uithuiszetttingen. Het vorige bewind liet dat meestal achterwege omdat de situatie in veel townships te gespannen was. “Het is gemakkelijk om te vernietigen, en moeilijk om op te bouwen. Wij zijn niet bang om impopulaire beslissingen te nemen. Maar ik ben optimistisch dat we de mensen bereiken. Ze betalen immers niet meer aan De Klerk, ze betalen aan Mandela.”