Hollandse prestigestrijd bij Europa-Cuptoernooi;

Gisteren is in Haarlem het honkbaltoernooi om de Europa Cup 1 begonnen. Onder de acht deelnemers twee Nederlandse teams: titelverdediger Neptunus uit Rotterdam en landskampioen Kinheim uit Haarlem. “De onderlinge rivaliteit is te vergelijken met die tussen Ajax en Feyenoord.”

HAARLEM/HOOFDDORP, 14 JUNI. Frans van Aalen is er niet gerust op. De Red Devils uit Moskou bieden 'zijn' jongens geduchte tegenstand op deze winderige avond in Hoofddorp. Nerveus drentelt Mr Neptunus heen en weer langs de zijlijn van het hoofdveld aan Sportpark Toolenberg, zijn zorgelijke blik verscholen achter de onafscheidelijke zonnebril. “Het Russische honkbal zit in de lift”, mompelt de technisch manager in het voorbijgaan. Even verderop schreeuwt echtgenote Loes haar stembanden schor. “Vreet 'm op, Bobo!”, klinkt het vanonder de blauw-witte paraplu in de richting van zoon Bob als deze zich zwaaiend met de knuppel opmaakt voor zijn slagbeurt.

Pas bij een voordelige tussenstand van 4-3 is Van Aalen senior (54) aanspreekbaar. De eerste zege voor de titelverdediger in het Europa-Cuptoernooi voor landskampioenen lijkt immers nabij. Neptunus? “Prachtige club met een goede ploeg, niets mis mee”, zegt de oud-coach en -speler die al sinds zijn tiende levensjaar verbonden is met het lot van de honkbalclub uit Rotterdam-West. En het verschil met concurrent Kinheim? “Wij zijn bestuurlijk gezien wat zakelijker ingesteld. Maar wat wil je? We komen niet voor niets uit Rotterdam”, lacht Van Aalen.

Geconfronteerd met dezelfde vraag slaakt Patrick Vielvoye een diepe zucht. Tsja, het verschil. Daar vraag je hem wat. De achtervanger annex buitenvelder van Kinheim bolt de wangen, trekt z'n baseball-cap recht en zegt na enig gepeins: “Bij Neptunus is minder emotie. Zakelijkheid overheerst inderdaad. Maar ook in het veld. De spelers weten exact wat en hoe ze in welke situatie moeten doen. Bij Kinheim is het allemaal veel losser georganiseerd, zowel binnen als buiten het veld.”

De 23-jarige Vielvoye verdedigde zes seizoenen de kleuren van Neptunus. Eind vorig jaar verruilde hij de club uit zijn geboortestad voor het rood-wit van regerend landskampioen Kinheim. Niet zonder reden, vertelt de 33-voudig international in de kantine van Kinheim. “Hier krijg ik wel de waardering die ik verdien. Bij Neptunus zagen ze mij steeds meer als meubilair, als dat jongetje van twaalf die de ballen voor het eerste opraapte.”

Het 'verraad' werd Vielvoye niet in dank afgenomen. Neptunus was ernstig teleurgesteld in de talentvolle catcher, niet in de laatste plaats omdat hij uitgerekend onderdak vond bij de grote concurrent Kinheim. “'Wat doe je nou? Je bent toch Neptuniaan!', riepen ze. Maar het is goed zo. Jaren heb ik alles over gehad voor Neptunus. Nu heb ik voor mezelf gekozen.”

De rivaliteit tussen Kinheim en Neptunus is groot. “Vergelijk het maar met die tussen Ajax en Feyenoord”, zegt Kinheims penningmeester Huub van den Ende. Wedstrijden tussen beide topclubs uit de hoofdklasse worden op het scherpst van snede uitgevochten. Hoewel beide kampen anders willen doen geloven, staat daarbij niet alleen de sportieve eer op het spel. Op de achtergrond speelt ook de vraag wat de 'honkbalstad van Nederland' is. “Al ben ik een geboren en getogen Rotterdammer, toch zeg ik: Haarlem. Honkbal leeft hier”, meent Van den Ende.

De penningmeester van Kinheim is niet de enige die er zo over denkt. De Noordhollandse hoofdstad heeft het predikaat vooral te danken aan de Nicols, de roemruchte club die geruime tijd het vaderlandse honkbal domineerde. Begin vorig jaar werd de viervoudig winaar van de Europa Cup 1 opgedoekt na een serie financiële blunders. Van de ene op de andere dag verloor Nederlands enige honkbal-arena, het Pim Mulier-stadion, haar vaste bespeler. Honkbalminnend Haarlem was voortaan aangewezen op het knusse veld aan het Badmintonpad van 'kakclub' Kinheim.

De laatste maakte gretig gebruik van het bankroet van de stadgenoot. Vijf van de negen basiskrachten groeiden op bij de voormalige rivaal op nog geen kilometer afstand. Toen Kinheim ruim een jaar geleden twee internationals (Crouwel en Jansen) uit de failliete boedel van Nicols overnam, tekende Neptunus vergeefs protest aan bij de honkbalbond. Volgens de Rotterdammers was er sprake van competitievervalsing omdat beide spelers na het sluiten van de inschrijvingstermijn overstapten. Uitgerekend dat duo leidde Kinheim vorig najaar tijdens de enerverende Holland Series tegen Neptunus naar de landstitel, de tweede in het bestaan van de vereniging die dit jaar haar zestigste verjaardag viert.

“Dat kampioenschap beschouw ik als de bekroning van ons beleid”, zegt voorzitter Peter Jager. Niet zonder trots roemt de jurist de structuur van zijn club. De tachtig Vrienden van Kinheim staan jaarlijks garant voor ongeveer honderdduizend gulden, waardoor Nederlands grootste soft- en honkbalvereniging (550 leden) niet afhankelijk is van de nukken en grillen van één hoofdsponsor. Bovendien is het eerste team financieel losgekoppeld van de rest van de club. De kans dat Kinheim eenzelfde lot beschoren is als Nicols, is daardoor gering.

Maar Kinheim is meer dan honkbal alleen, benadrukt Jager. Neem de jeugdopleiding, neem de genoeglijke sfeer. “Topsport en gezelligheid moeten samen kunnen. De tachtig Vrienden borrelen iedere eerste woensdag van de maand. Denk maar niet dat honkbal gespreksonderwerp nummer één is. Sterker nog, zeker twintig weten niet eens de weg naar ons stadion te vinden.”

Gezelligheid versus zakelijkheid. Bob van Aalen (30) glimlacht om de vergelijking na afloop van het duel tegen Red Devils (5-3). “Gezelligheid is allemaal leuk en aardig. Het draait uiteindelijk om het resultaat. Ik lust ook best een biertje na de wedstrijd, maar alleen als we gewonnen hebben”, zegt de Neptuniaan. Voorlopig telt de strijd om de koperen bokaal, verzekert de oud-international. “En voor ons is niets mooier dan winnen van Kinheim. Zeker in Haarlem.”