Gered van scheurgrage kindervingertjes

Vanmiddag nam P.J. Buijnsters in Nijmegen afscheid als hoogleraar boekwetenschap en Nederlandse letterkunde van de achttiende eeuw. Zijn afscheidsrede wijdde hij aan zijn passie: het verzamelen en bestuderen van oude kinderboeken.

P.J. Buijnsters (18 okt. 1933) heeft het grootste deel van zijn leven gewijd aan de achttiende eeuw. Dit heeft geleid tot een indrukwekkende reeks studies, boeken die zonder uitzondering eruditie koppelen aan toegankelijkheid, een combinatie die in de historische letterkunde met een lantaarntje moet worden gezocht. Buijnsters schreef onder meer over Justus van Effen, Rhijnvis Feith, imaginaire reisverhalen, achttiende-eeuwse criminelen en spectatoriale geschriften. Ook schreef hij over Hieronymus van Alphen en over Wolff & Deken. Via die laatste drie kwam hij als vanzelf terecht bij oude kinderboeken - een studiegebied dat hem sinds de jaren zeventig mateloos boeit. Zoals bekend publiceerde Van Alphen enkele gedichtenbundels voor kinderen; Wolff en Deken schreven kinderpoëzie en een opvoedkundig werk.

Wat betreft oude kinderboeken beschouwt Buijnsters mr. C.F. van Veen (1912-1982), een verzamelaar die hij vanmiddag in zijn afscheidsrede andermaal lof toezwaait, als zijn voornaamste leermeester. Van Veen bezat een enorme collectie centsprenten en kinderboeken - de beste die ooit in ons land is samengebracht. Hij woonde in een stolpboerderij in Warder, helemaal vol met boeken. “Die boerderij herbergde een ware toverwereld vol surprises, met de eigenaar als grootste attractie,” aldus Buijnsters. “Als verzamelaar was Van Veen een amateur in de letterlijke zin van het woord, een liefhebber die terecht altijd van zichzelf zei: ik heb geen boeken, die boeken hebben mij.”

Buijnsters laat vandaag meer kinderboekenverzamelaars de revue passeren. De belangrijkste pionier, zelfs internationaal bezien, was Gerrit van Rijn (1846-1912). Van Rijn begon zijn carrière als koekbakker in Utrecht. Daarnaast was hij een ijverige straatevangelist, totdat hij door een lezing van Nicolaas Beets in vuur en vlam werd gezet voor het verzamelen van oude kinderboeken. Zijn grootste concurrent was een zekere Tideman. Die zou min of meer stelselmatig kinderboeken cadeau hebben gevraagd voor de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden, waar ze overigens nooit zijn terechtgekomen. Na zeventien jaar verzamelen zag Van Rijn zich in 1883 gedwongen zijn collectie van de hand te doen, wegens acuut geldgebrek. Hij liet voor eigen rekening een catalogus drukken, maar na een half jaar vergeefs wachten bracht hij zijn verzameling naar een veiling. Daar werden de 1352 nummers verkocht voor precies ƒ 791,65 - een bedrag waar Buijnsters 's nachts nog wel eens wakker van ligt.

Inmiddels staat Buijnsters te boek als een van de voornaamste Nederlandse particuliere verzamelaars van oude kinderboeken. Anders dan zijn voorgangers heeft hij zijn verzamelwoede echter gekoppeld aan zijn wetenschappelijke belangstelling. Samen met zijn vrouw heeft hij vele jaren gewerkt aan een bibliografie van kinderboeken uit de periode 1700-1800, een naslagwerk dat eind dit jaar zal verschijnen. Ooit was Van Veen van plan zo'n bibliografie samen te stellen; later wilde hij zich tot ABC-boekjes beperken, maar ook dat is er niet van gekomen. Het is nu eenmaal een enorme klus, zo ondervond ook het echtpaar Buijnsters. “Tot voor kort waren oude kinderboeken in bibliotheken nauwelijks samengebracht. Van veel van die boeken is de auteur onbekend, dus je moest zoeken op titel. Vaak troffen we die boeken in erbarmelijke staat aan. Kinderboeken zijn bij uitstek gebruiksboeken. Daarom zijn er ook zo veel verloren gegaan. Ook de afgelopen vijftig jaar zijn er nog zeer veel verdwenen: door de oorlog, door brand of waterschade, of gewoon door onoplettendheid van een bibliothecaris. Als wij soms een boek wilden bekijken dat we eerder in handen hadden gehad, bleek het in de tussentijd te zijn zoekgeraakt.”

Sinds een jaar of tien is het klimaat in Nederland wat dit betreft veranderd. Neerlandici haalden vroeger de neus op voor kinderboeken, maar tegenwoordig bestaat er zelfs een aparte werkgroep oude kinderboeken. En in 1989 verscheen De hele Bibelebontse berg, een fraaie studie over de geschiedenis van het kinderboek in Nederland en Vlaanderen van de Middeleeuwen tot nu. Buijnsters nam in dat boek de achttiende eeuw voor zijn rekening, toen er voor het eerst echt sprake was van aparte kinderboeken.

Vanmiddag, in zijn afscheidsrede, benadrukt Buijnsters echter nog eens dat nog lang niet de hele geschiedenis van het Nederlandstalige kinderboek in kaart is gebracht. “Bij lange na niet. Er is bijvoorbeeld nauwelijks iets geschreven over prentenboeken. Die zijn ook extreem zeldzaam. Dat komt doordat kinderen al op het titelblad of in het voorwoord uitdrukkelijk werden aangespoord om de platen uit te knippen, te kleuren en op te plakken. Ongeschreven is ook de geschiedenis van de beweegbare prentenboeken, de 'pop-ups' of driedimensionale uitklapboeken en de zogenaamde shaped books, dat wil zeggen boeken in de vorm van een trein, een poppenhuis, een Ark van Noach, enzovoort. Stuk voor stuk objecten die schoonheid paren aan technisch vernuft. Van dit soort boeken, die sinds 1780 voorkomen, is vrijwel niets terug te vinden in de bestaande geschiedenissen van het Nederlandse kinderboek.”

Buijnsters is blij dat de belangstelling voor oude kinderboeken is toegenomen. Nog dit jaar worden er maar liefst vier tentoonstellingen over ABC-boekjes gehouden, en in de Bodleian Library in Oxford zal binnenkort voor het eerst een selectie te zien zijn uit de enorme collectie kinderboeken van de Britse verzamelaars Iona en Peter Opie.

Die toegenomen belangstelling heeft echter een belangrijk nadeel: oude kinderboeken zijn vrijwel onbetaalbaar geworden. De prijs van een zeldzaam boekje kan zo oplopen tot een paar duizend gulden. Heel vaak is van een oud kinderboek slechts één ongehavend exemplaar overgebleven. Kinderen lazen en lezen nu eenmaal het liefst met plakkerige of scheurgrage vingertjes, vaak nog gewapend met schaar, potlood of stift. Vanuit bibliofiel oogpunt is het eigenlijk onverantwoord kinderen boeken in handen te geven.