Franse bom geesteskind De Gaulle

Met de eerste Franse kernproef, een thermonucleaire explosie in de atmosfeer boven het Algerijnse deel van de Sahara, werd Frankrijk in februari 1960 het vierde land met een kernbom, na de Verenigde Staten, Rusland en Groot-Brittannië, en voor China. Volgens het Internationale Agentschap voor Atoomenergie (IAEA) in Wenen heeft Frankrijk sindsdien 192 proeven genomen. Zo kreeg de force de frappe, zoals het geesteskind van generaal De Gaulle werd genoemd, zijn huidige gestalte: een veelzijdig arsenaal van mobiele enkelvoudige 'slagveldwapens' tot intercontinentale raketten in silo's (ICBM's) op het plateau van Albion in het zuiden van Frankrijk en bijna honderd meerkopsraketten aan boord van zeven nucleair aangedreven onderzeeboten.

De proeven werden aanvankelijk bovengronds gehouden, zowel in de hogere luchtlagen als dichter bij het aardoppervlak. Toen de Sahara door de Algerijnse onafhankelijkheid in 1962 onbruikbaar werd, verplaatste Frankrijk zijn openluchtlaboratorium naar Frans Polynesië in de Stille Oceaan. Vanaf 1966 test Frankrijk op het atol Mururoa, deel van de Tuamoto-archipel.

Vanaf 1975, onder president Giscard d'Estaing, werden alleen nog ondergrondse proeven gehouden. De socialistische president Mitterrand gaf vanaf 1981 opdracht tot een nieuwe reeks proeven die tot doel hadden ook de Franse kernmacht te voorzien van meervoudige, onafhankelijk bestuurbare kernkoppen (MIRV's), waarmee de supermachten Rusland en de VS hun wederzijdse afschrikking op peil hielden.

Een Franse beweging tegen kernwapens heeft, anders dan in Europa, noch in Frankrijk, noch in de overzeese gebiedsdelen veel voet aan de grond gekregen. Ook het schandaal na de aanslag door de Franse geheime dienst op het Greenpeace-actieschip Rainbow Warrior in 1985 heeft geen verandering gebracht in het Franse kernproefprogramma. Frankrijk bagatelliseert steevast rapporten die waarschuwen voor de risico's van kernproeven door vrijkomende radioactiviteit of schokgolven.