De hunkering

Op de dag dat Ajax de Cup won, of veroverde, was ik niet in Amsterdam of Wenen. Die avond liep ik langs een televisie waarop zo te zien straatgevechten in een Bosnische stad werden vertoond - maar dat leek wel het Leidseplein. Jongeren waren druk bezig een tramhuisje met de grond gelijk te maken. Ik bleef even staan om te zien of er nog bekenden werden gelynched, zag alleen een politieman met gasmasker te paard - een beeld dat me aan het affiche van het Historial de la Grande Guerre in Péronne deed denken - en liep door. Een paar dagen later las ik in een Nederlandse krant dat een kleine groep relschoppers weer had geprobeerd, het feest voor de grote meerderheid van goedwillende liefhebbers te bederven. Daarbij waren 100 mensen gewond geraakt, 36 gearresteerd, de schade moest nog worden begroot en er bestond verschil van mening over de rol van de politie. Die was òf veel te laat gekomen, òf juist op tijd omdat eerdere verschijning een provocerende uitwerking zou hebben gehad.

Wie weet hoe het leven moet worden geleefd, maakt zich er niet druk over. Ik ben weleens terecht gekomen in een tram stampvol supporters op weg naar een wedstrijd. Voorzover dat nog mogelijk was sprongen of stampten ze van de ene kant naar de andere zodat de wagen vervaarlijk uit het lood begon te wankelen, en daarbij riepen ze 'Joden, joden!' Ik heb ook weleens een treinstel gezien dat eruit zag alsof het uit de oorlog was gekomen maar het had supporters vervoerd. Ik ben eens aangekomen op een station waar de aanhang van een voetbalclub werd verwacht. Geen pretje. Maar je moet er niet te lang over zeuren. Het zijn bijverschijnselen van het voetbalgeloof, of, zoals het hoofdartikel in deze krant zegt: “Noem het vreugde of hysterie. Maar welke kwalificatie dan ook, er manifesteerde zich de afgelopen dagen een samenleving die welhaast wanhopig op zoek is naar identificatie. We willen ergens bijhoren, maar weten over het algemeen niet waarbij en hoe.” Ongetwijfeld.

Ik dacht er niet meer aan tot ik een paar dagen geleden een collega tegenkwam die ik al een poosje niet had gezien. Ze had een verband om haar voorhoofd en op haar rechterjukbeen een grote schaafwond. Wat was haar overkomen? Op de avond van de triomf was ze, niet deelnemend aan de voetbalvreugd, toevallig in een groep van een stuk of tien supporters terecht gekomen. Die hadden eerst 'Vuile hoer' geroepen, de vastberadensten hadden geduwd, daarna geslagen, ze was gestruikeld en over de straat gesleurd, met haar gezicht over de stenen. De politie was ergens anders en strijdbare omstanders hadden zich niet gemeld. “Wat deed je? Ben je naar de politie gegaan?”, vroeg ik. Domme vraag hoewel voor de hand liggend. “Wat kon ik doen?”, zei ze. “Ik zag alleen dronken koppen met rood-witte petjes. Allemaal stomlazerus.”

De Amsterdamse raadscommissie voor politiezaken heeft zich over de rellen laten informeren. Volgens commissaris Wagenaar waren de arrestanten zonder uitzondering first time offenders, jongeren tussen de 20 en de 25 jaar oud, uit keurige families, van tot dusver onbesproken gedrag en vrijwel allemaal van buiten de hoofdstad. “Achteraf zeggen zij hun gedrag zelf niet te kunnen verklaren.” Er waren twee zonen van burgemeesters en de zoon van een politiecommissaris bij.

Sinds allerlei traditionele gemeenschappen hun samenhang hebben verloren “kan de burger gemakkelijk verdwalen in de rationaliteit waarop het menselijk handelen tegenwoordig moet worden beoordeeld. Die burger heeft dus op gezette tijden een uitlaatklep nodig voor zijn verlangen naar collectieve verbondenheid. Behalve de koningin en - straks, bij zijn huwelijk - de kroonprins, bieden eigenlijk alleen sport en muziek die mogelijkheid”, lees ik in het hoofdartikel Voetbal als hunkering.

In Amsterdam-Zuid staat het Olympisch Stadion, 'de schepping van Jan Wils'. Ga nog eens kijken, want binnenkort wordt het gesloopt. Het is lang geen lelijk bouwwerk, een tijdsdocument in steen en beton. Toen er nog geen sprake was van identiteitscrisis en het zoeken naar collectieve verbondenheid kwamen de massa's daar ook al 'Hup-Holland-Hup' en 'Ajax-Ajax' roepen. Er werden nog geen tramhokjes afgebroken, al broeide er iets. W.F. Hermans vertelt in een van zijn Boze Brieven van Age Bijkaart (pag. 65 e.v.) hoe hij in november 1973 met Geert Lubberhuizen op de eretribune naar Holland-België kijkt. De uitgever draagt een buitenmodel wintermuts die de omgeving niet bevalt. Men begint te sarren maar dan doet Johan Cruijff iets waardoor de aandacht wordt afgeleid en de Nederlandse literatuur gered. Goeie ouwe tijd.

Intussen is het nieuwe stadion in Amsterdam-Zuidoost bijna klaar. Met zijn dakconstructie is het een van de achtste wereldwonderen, maar ik weet wel zeker dat dit de 'relschoppers' niet zal kalmeren, noch de hunkering der identiteitsbehoeftigen tot bedaren zal brengen. Voetbal, hysterie en geweld en nog veel meer horen bij elkaar. “Als racisme wint verliest de sport”, zeggen hooggeplaatste sportlieden op de affiches. Het is niet waar. Ieder weekeind wagen scheidsrechters hun leven; nergens wordt zoveel geniepig geweld gedoogd als op het voetbalveld, nergens zo racistisch gescholden.

Komt dat door het voetbal? Of biedt het voetballen alleen de beste gelegenheid om eens flink en met de geringste pakkans tekeer te gaan. Het après-voetbal gaat, voorzover ik dat onwetenschappelijk heb vastgesteld, gepaard met de massaalste aanval op publiek eigendom, maar ook als er geen voetbal is worden die aanvallen vastberaden voortgezet. Voetbal kan er blijkbaar toe leiden dat een vrouw door dronken supporters wordt uitgescholden en met haar gezicht over straat wordt gesleurd. Maar ook als er niets van sport aan de hand is kun je van een jongere uit keurige familie, zelfs misschien van een burgemeesterszoon, een pak rammel krijgen als je een verkeerde muts draagt of niet respectvol genoeg kijkt.

Voetbal is de inspiratie tot veel theorie waarin op zijn best 'begrip wordt opgebracht' en die op zijn slechtst een constructie van schijnheiligheden is. Ik opper dat voetbal geen 'hunkering' naar identiteit is, maar het beste voorwendsel om zoveel mogelijk kort en klein te slaan, desnoods ook mensen. Goed beschouwd ook een hunkering, nog veel universeler dan het voetbal.