'Britse wapens door fout in Iran beland'

LONDEN, 14 JUNI. Het is niet uitgesloten dat Britse wapens, ondanks een door het Verenigd Koninkrijk in 1984 ingesteld wapenembargo tegen Iran, “door een bureaucratische fout” tussen 1986 en 1989 toch in dat land zijn terechtgekomen. Dat heeft Michael Heseltine, minister van handel en industrie, gisteren in het Britse Lagerhuis gezegd. Volgens Heseltine gaat het om kannonnen die de Britse firma BMARC naar Singapore heeft geëxporteerd.

De minister verwierp de beschuldiging van de oppositionele Labour-partij dat de regering op de hoogte was van de leveranties. Wel gaf hij toe dat functionarissen van het ministerie van handel “niet voldoende acht hebben geslagen” op rapporten van de Britse inlichtingendienst dat de Zwitsere maatschappij Oerlikon, die BMARC tot 1988 bezat, de Iraanse regering had aangeboden om via Singapore kanonnen te leveren.

De zaak heeft in het Verenigd Koninkrijk de aandacht getrokken omdat de huidige plaatsvervangend minister van financiën, Jonathan Aitken, niet-uitvoerend directeur was van BMARC van 1988 tot 1989. In maart liet Aitken al in een verklaring weten dat hem nooit enig signaal had bereikt dat erop zou kunnen wijzen dat Iran de eindbestemming van de wapens was.

In het Verenigd Koninkrijk loopt al enige tijd een onderzoek naar illegale wapenleveranties aan Irak, dat eveneens door het wapenembargo van 1984 werd getroffen. Waarnemers verwachten dat de commissie, die deze zaak onderzoekt, zich in haar rapport, dat deze herfst klaar zou zijn, zeer kritisch over het optreden van een aantal regeringsfunctionarissen, onder wie de voormalige Britse staatssecretaris van buitenlandse zaken, William Waldegrave, uitlaten. (AP, Reuter)