Bolle Arie op jacht naar zijn eigen geld

Wij, gewone burgers, dromen misschien van een lot uit de loterij of een mooie vakantie, boeven hebben hun eigen dagdromen. En niet alleen eigen dagdromen, ook eigen mythes, gewoonten en taal. In vijf afleveringen praten mensen uit het milieu over wat hen zoal bezighoudt.

In de drugshandel gaan tientallen tot honderden miljoenen guldens om. Vaak vindt Justitie bij groothandelaren in drugs echter betrekkelijk weinig geld. De Fiod maakt berekeningen van astronomische winsten. Maar de in beslaggenomen jachten, luxe auto's en woningen vertegenwoordigen slechts een deel van die winsten. Op Justitie breken knappe koppen zich het hoofd over de vraag waar al het geld blijft dat volgens hun berekeningen moet worden verdiend in de illegale handel. Criminelen blijken zich over die vraag ook regelmatig te buigen.

“Criminelen zijn zelf ook altijd op jacht naar hun eigen geld”, aldus een advocaat. “Ik maak regelmatig mee dat mijn cliënten met betalingsproblemen kampen.” Ze hebben geld, bakken zelfs, alleen niet zelf. Wanneer een boef een slag slaat maakt hij geld over op moeilijk traceerbare rekeningen in het buitenland. Maar ook geeft hij het aan andere criminelen. Deels als schenkingen en leningen, maar ook als voorfinanciering voor volgende transporten.

Om aan het honorarium voor hun advocaten te komen, rijden criminelen soms dagenlang kriskras door het land, op zoek naar mensen bij wie ze aanzienlijke bedragen hebben uitstaan. “Als ze pech hebben,” zegt de advocaat, “zit degene van wie ze geld krijgen in de gevangenis en is hij de enige die aan het geld kan komen.”

Bolle Arie zegt dat hij cocaïne koopt in Zuid-Amerika. “Voor een kilo betaal ik iets minder dan duizend gulden. In Europa ga ik ongeveer vijfenveertig keer over de kop. De tussenhandel doet er nog vijfduizend bovenop.” Hij is op weg naar het postadres van een obscuur handelsmaatschappijtje. De directeur van die maatschappij, 'Jansen', zou hem vele miljoenen schuldig zijn. “Via via”, verklaart Arie zijn missie, “ben ik er achter gekomen dat Jansen in Azië nog zo'n negen miljoen op een rekening heeft staan. Mijn geld, maar op naam van de zuster van zijn vrouw.”

Hij verontschuldigt zich voor de Opel Kadett waarin hij rijdt: “De Mercedes stond achterin de garage.” Arie is die dag de enige automobilist die ondanks de regen met een zonnebril op rijdt. Met zijn rijstijl verraadt hij de instelling van de crimineel; regels bestaan niet. Bij de geringste twijfel wordt over het trottoir gereden, worden U-turns genomen of wordt door rood licht gereden. Met een ruk komt hij tot stilstand: “Alleen voor mooie vrouwen stop ik”, zegt hij en maakt een hoofs gebaar over zijn stuur naar een blonde dame die wil oversteken. Hij parkeert zijn auto uiteindelijk op een invaliden-parkeerplaats. “Ik voel me ook wel eens gehandicapt”, zegt hij.

In de flat waar 'Jansen en Co' zijn handelskantoor heeft gehad, staat de brievenbus open. Geroutineerd stopt Arie alle post die hij daarin vindt in zijn zak. Hij vraagt aan de buren waarheen Jansen is verhuisd. Niemand weet iets. Zijn volgende gang is naar de plaatselijke kamer van koophandel. Daar speurt hij naar andere handelskantoren die mogelijk zakelijke relaties met Jansen onderhouden. Hij stopt, wanneer de baliemedewerksters niet kijken, een stapel formulieren in zijn tas. “Die mist toch niemand”, zegt hij. Op de terugweg telt Arie zijn verdwenen miljoenen en mompelt “Jansen heb een probleem.”