Wiener Festwochen: vadermoord tot slot

Joshua Sobol en Niklas Frank: Der Vater, Eine blutige Komödie. Opgevoerd in het kader der Wiener Festwochen in het Theater an der Wien. Er is sprake van opvoeringen in het gerechtsgebouw in Neurenberg en in Israel.

Niklas Frank: Der Vater, Eine Abrechnung. Mit einem Vorwort von Ralph Giordano, Taschenbuchausgabe im Goldmann Verlag, München 1993.

WENEN, 13 JUNI. 'Eert Uw Vader en Moeder' is niet het gebod geweest waarmee de Wiener Festwochen zijn geëindigd. Drie dagen voordat het festival afliep ging de eerste speciaal hiervoor geschreven produktie in première, waarin dit gebod met voeten werd getreden. Der Vater, eine blutige Komödie van de Israëlische toneelschrijver en filmmaker Joshua Sobol ('Weininger's Night', 'The Ghetto Triptych') is gebaseerd op het woedende boek van Niklas Frank Der Vater, Eine Abrechnung. Vol walging en haat en zich niets aantrekkend van bijbelse geboden of goede smaak rekent de auteur hierin af met zijn ouders, in het bijzonder zijn vader Hans Frank - Hitlers trouwe satraap, die eerst nazi-minister van justitie in Beieren was, van 1939 tot 1945 Gouverneur-Generaal van het niet ingelijfde deel van Polen, en in 1946, na zijn veroordeling in Neurenberg met de strop ter dood werd gebracht.

De Duitse Stern-journalist Frank publiceerde zijn boek eerst als serie in zijn eigen weekblad onder de titel Mein Vater, der Nazimörder. Het leverde hem een stroom boze reacties op: 'vadermoordenaar', 'pervers monster', 'ze moesten je ophangen zodat je misdadigerstronie de mensheid niet langer belast'. Henryk Broder schreef destijds in Der Spiegel dat zulke reacties niet te verbazen waren in een land, waar velen zich op 'Befehl ist Befehl' beroepen, andere over de 'genade van de late geboorte spreken' en Auschwitz graag wordt weggestreept tegen het verdrijven van Duitsers uit het oosten of als gevolg gezien wordt van de Goelags. En waar, voegt Niklas Frank er in zijn boek aan toe, honderdduizenden ontwikkelde burgers in de jaren vijftig de nazistische memoires van Hans Frank, in eigen beheer uitgegeven door zijn vrouw Brigitte, met begeleidende brieven vol steun en sympathie bestelden.

Joshua Sobol heeft het nu in Wenen in wereldpremière gegane stuk tegen deze achtergrond geschreven: het gedachtengoed van de nazi's is nog niet dood, de opkomst van de neo-nazi's tonen het aan, een echte historische afrekening met Hitler en zijn moordenaarsbende heeft nog niet plaatsgevonden, het is nog altijd nodig de resten aan respect die velen nog voelen voor aspecten van het naziregime uit te roeien.

Franks boek sprak Sobol aan als basis voor een stuk, omdat het van binnen uit laat zien hoe leugenachtig, laf, hebzuchtig en mensenverachtend de nazi-elite was. Wat een ordinair uitschot deze naar Beethoven luisterende en Goethe citerende heren en dames in feite waren. Uit eigen herinnering kan Niklas Frank tenslotte berichten hoe zijn moeder in haar limousine het ghetto van Krakau bezocht op zoek naar mooie corsetten en bontjassen; hoe het kasteel waar Hans Frank zich koning van Polen voelde tot de nok gevuld was met gestolen kunstschatten, waarvan overigens af en toe gedeeltes naar zijn privé-huis in Beieren werden overgebracht; of hoe zijn vader zijn dagboeken uit de jaren in het koninklijke slot van Krakau in 1945 in de Beierse bergen zat aan te passen om later te kunnen poseren als welwillend vorst over het Poolse Rijk, die pas laat hoorde van vernietigingskampen en nimmer zei dat van de Polen van hem betrof gehakt gemaakt mocht worden.

Sobol en de Oostenrijkse regisseur Paulus Manker hebben van het boek een hard, nu en dan gruwelijk collagestuk gemaakt, waarin ook foto's, oude filmopnamen en geluidsbanden verwerkt zijn. Maar zij hebben ook geprobeerd het nazi-gespuis met zijn voze pretenties en met bont en juwelen behangen entourage belachelijk te maken, zoals ook Niklas Frank dat in zijn boek nastreeft. Een enkele keer lukt dat, maar de werkelijkheid van het ghetto in Krakau, de vernietigingskampen vlakbij, de dagelijkse executies overal in Franks Generalgouvernement zijn niet bevordelijk voor de lachlust.

Vlak na de oorlog kon niemand lachen om persiflages van Hitler in Chaplins Dictator of Lubitsch' To be or not to be, maar dat veranderde in de jaren vijftig en zestig. Dat men nu, vijftig jaar na dato, nog altijd niet lachen kan om Hans Frank komt omdat deze onmenselijke carrièrist en machtsmisbruikende patser te veel lijkt op een doorsneemannetje. Frank was geen potsierlijk monster, maar eerder een intelligente, handige, hypocriete onbenul, die na het verkrijgen van onbeperkte macht over zijn omgeving zich verrijkte, tegenstanders en onruststokers liet vermoorden, zich kortom gedroeg zoals heel wat mensen zich in dergelijke omstandigheden gedragen.

Als farce is Der Vater, Eine blutige Komödie dan ook niet geslaagd. Maar het zeer inventief geregisseerde stuk (het publiek zit op het draaitoneel van het Theater an der Wien en wordt geregeld in zijn geheel verplaatst) boeit en maakt indruk. Daarom zou het jammer zijn als het bij de drie opvoeringen van het afgelopen weekeinde in Wenen zou blijven.