Watjes

Maatstaf 1995/3. De Arbeiderspers, 68 blz. Prijs ƒ 22,50

De Maatstaf-redactie, die tot de aangekondigde koerswijziging nog slechts bestaat uit Martin Ros en Arbeiderspersdirecteur Ronald Dietz, komt met een nogal verplicht nummer op de proppen, waarin als het ware de brievenbus werd geleegd. Een aantal aardige maar niet meer dan aardige gedichten ('Een goede beurt is ook een goed gedicht'); een lang en gedegen stuk over, alweer, Ernst Jünger; een kritisch stuk van Solange Leibovici over het hedonisme van Michel Onfray; een geinig tekstje van Wim Bot over Feyenoord; en verhalend proza van Gidsredacteur Klaus Siegel waarin hij probeert heel verschillende registers te bespelen - uit het dagboek van een puber: “De boerenlullen waren niet zulke watjes als ze er met hun matjes uitzagen”. De boeiendste bijdrage komt eigenlijk van Minne-biograaf Marco Daane, over de relatie tussen Louis Paul Boon en Richard Minne. Minne tobde ook zelf al met het gebrek aan erkenning dat zijn deel geworden is en het hinderde hem bij het schrijven: “Wie vraagt daarnaar? De 27 1/2 lezers die Vlaanderen telt?”