Voorhoeve roept commandanten VN tot de orde

DEN HAAG, 13 JUNI. Minister Voorhoeve (defensie) wil dat de commandanten te velde in het voormalige Joegoslavië hun kritiek voortaan uiten via hun superieuren.

Zij moeten zich onthouden van kritische uitlatingen in de media, anders onstaat er bij familie en vrienden van uitgestuurde militairen te veel verwarring en onnodige onrust. De betrokken commandanten, die zich de laatste weken openlijk hebben beklaagd over de onveilige situatie in Joegoslavië, is dit via hun superieuren vanuit Nederland te verstaan gegeven.

Defensie wijst erop dat er altijd een zekere spanning bestaat tussen de waarnemingen te velde en de meningen die bij de staven in Den Haag worden ontwikkeld, maar binnen de krijgsmacht is er ruimte genoeg die mogelijke verschillen van mening te bespreken, zo is de opvatting op het ministerie.

In het bijzonder hebben de ministers van buitenlandse zaken en van defensie zich geërgerd aan de uitspraken van kolonel J. de Jonghe, verbonden aan het VN-hoofdkwartier in Zagreb, die in deze krant heeft gezegd dat de Verenigde Naties zich in het voormalige Joegoslavië in een drijfzand van denkfouten bevinden. Hij waarschuwde voor een “vicieuze Vietnam-cirkel in het voormalige Joegoslavië waar de Verenigde Naties bij welk scenario dan ook in alle gevallen verliezen”.

De uitspraken komen op een moment dat zowel minister Van Mierlo (buitenlandse zaken) als Voorhoeve op diplomatiek terrein nieuwe verwachtingen heeft nu het Westen bereid is meer militairen (10.000) voor vrede in Bosnië in te zetten. Twijfel over het nut van die inzet doorkruist volgens hen dat nieuwe diplomatieke offensief en zou de Bosnische Serviërs in hun oordeelsvorming nadelig kunnen beïnvloeden.

De hoge officieren in het voormalige Joegoslavië zeggen in hun verweer dat hun eigen bevelhebber van de landmacht, luitenant-generaal H. Couzy, in Split na een bezoek aan de troepen ook vraagtekens heeft gezet bij het sturen van nieuwe versterkingen naar Bosnië. Als antwoord daarop herhalen de commandanten in Nederland de uitspraak van premier Kok dat er slechts één minister van defensie is, die politiek volledig verantwoordelijk is voor de Nederlandse inspanningen in het voormalige Joegoslavië.

Ondanks de stellige uitspraak van minister Voorhoeve zaterdag dat de Nederlandse troepen op 1 juli uit het 'veilige' gebied Srebrenica zullen vertrekken is er nog steeds geen vervanging gevonden voor de bescherming van de burgerbevolking in de moslim-enclave. Eerder hield Voorhoeve de Kamer voor dat de Nederlandse militairen pas zouden vertrekken als er vervangers gevonden zouden worden maar het geduld van de Nederlandse regering raakt op.

Volgende week maandag heeft Voorhoeve - na een bezoek aan de Antillen en de compagnie Nederlandse mariniers op Haïti - in New York een gesprek met de ondersecretaris-generaal van de Verenigde Naties voor vredesoperaties, Kofi Annan. Tijdens dat gesprek wil Voorhoeve opnieuw de vervanging van de Nederlandse militairen in Srebrenica aan de orde stellen.