Vier toponderzoekers vallen voor twaalf miljoen in de prijzen

ROTTERDAM, 13 JUNI. Vier Nederlandse toponderzoekers hebben van NWO, de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, in totaal 12 miljoen gulden aan Spinoza-premies ontvangen.

Het gaat om prof.dr. F.G. Grosveld, hoogleraar celbiologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, prof.dr. E.P.J. van den Heuvel, hoogleraar astronomie aan de Universiteit van Amsterdam, prof.dr. G. 't Hooft, hoogleraar theoretische natuurkunde aan de Universiteit Utrecht en prof.dr. F.P. van Oostrom, hoogleraar Nederlandse letterkunde tot de Romantiek aan de Rijksuniversiteit Leiden. De eerste twee ontvangen ieder 4 miljoen gulden, de laatste twee ieder 2 miljoen. Op 24 oktober zullen de prijzen door minister Ritzen (Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen) worden uitgereikt.

De Spinoza-premie is een eerbewijs voor reeds verricht, baanbrekend onderzoek, maar tegelijkertijd een stimulans voor toekomstig onderzoek. Deze nieuwe wetenschappelijke prijs, verreweg de hoogste die in ons land te behalen valt, is bedoeld om het nationale toponderzoek een extra impuls te geven. Als zodanig past hij in de strategie die NWO vorige maand in zijn beleidsnota 'Kennis verrijkt' ontvouwde: vermindering van de breed gespreide projectsteun en versterking van geconcentreerde vormen van stimulering. De komende vijf jaar heeft NWO 50 miljoen voor 'uitdagende wetenschap' gereserveerd.

De vier bekroonde onderzoekers genieten een grote internationale reputatie. 't Hooft (48) houdt zich bezig met de theoretische hoge-energie fysica en quantumveldentheorie. Grosveld (46) onderzoekt de regulatie van gen-expressie, de basis van alle biologische ontwikkelingsprocessen. Van Oostrom (42) heeft zich als mediaevist gespecialiseerd in de Middelnederlandse letterkunde en neemt deel aan het Huizinga-instituut. Van den Heuvel (54) onderzoekt de vorming en evolutie van compacte sterren en heeft als astrofysicus sterk bijgedragen aan de koppeling van radiosterrenkunde en de röntgen- en gammasterrenkunde.

De winnaars van de Spinoza-premies genieten een ruime mate van vrijheid in de besteding van het geld. Ze zijn geselecteerd op bewezen, internationaal erkende topkwaliteit en op de mate waarin zij jonge veelbelovende onderzoekers aan zich hebben weten te binden. De verwachting is dat zij nog geruime tijd tot de wetenschappelijke top zullen behoren. De Spinoza-premie moet, aldus NWO, “een impuls betekenen voor nieuw onderzoek en de ontwikkeling van de betrokken onderzoekgroep als centrum van toponderzoek”.