Tweede leven voor eigendomscoöp

MAASTRICHT, 13 JUNI. Zelfstandige ondernemers die hun bedrijf niet in een bv hebben ondergebracht leiden in Nederland een gevaarlijk bestaan. Omdat bedrijfs- en privébezit in kleine en middelgrote bedrijven vaak samenvallen, verliest een ondernemer bij een faillissement niet alleen zijn bedrijf maar ook al zijn andere bezittingen. Volgens fiscaal jurist A. Wattenberg is dit gevaar te vermijden. Meer dan tweehonderd bedrijven kozen de afgelopen zes jaar voor de eigendomscoöperatie, een ruim honderd jaar oude ondernemingsvorm die volgens Wattenberg de persoonlijke risico's beperkt.

Samen met H. Bartels van het Maastrichtse adviesbureau Business Compass wil Wattenberg zijn vondst op grote schaal gaan promoten. “Wij bieden wel de lusten, maar niet de lasten van de bv”, verklaart Bartels het grote enthousiasme van beide juristen voor de vergeten ondernemingsvorm. “Ook in een bv is de mogelijkheid om schulden op de ondernemer te verhalen beperkt, maar de oprichting daarvan is gezien de hoge kosten voor veel ondernemers geen begaanbare weg.”

Voor een bv is 40.000 gulden startkapitaal nodig. Voor een coöperatie geldt geen stortingseis. Volgens Bartels kan Business Compass voor ongeveer 2000 gulden een coöperatie oprichten. Bartels ziet nog meer voordelen: “De oprichting van een bv is een langdurig proces. Er is een ministeriële verklaring van geen bezwaar nodig. Een coöperatie kan binnen enkele weken worden opgericht.”

Volgens de laatste gegevens van de Kamers van Koophandel (begin april 1995) bestaan in Nederland meer dan 121.000 vennootschappen onder firma en bijna 346.000 eenmanszaken. “Wanneer deze bedrijven, meer dan 60 procent van het Nederlandse totaal, op de fles gaan, loopt de ondernemer het risico dat hij de rest van zijn leven schulden afbetaalt. Dat is niet nodig”, vindt Bartels.

Directeur Hoovers van Outland Records maakte drie jaar geleden op advies van Wattenberg van zijn platenmaatschappij een eigendomscoöperatie. Samen met D.J. Dimitri en E. Nouhan vormt hij het bestuur van de onderneming. Hoovers is behalve directeur ook lid en werknemer van de coöperatie. Hij heeft “niets dan goede ervaringen met de constructie”.

Het lijkt te mooi om waar te zijn. Dat vindt ook een woordvoerder van het ministerie van justitie: “Dit soort coöperaties voldoet niet aan de wettelijke definitie. Je kunt ze wel oprichten, maar het zijn geen echte coöperaties.” Volgens Justitie mag een coöperatie overeenkomsten met derden (klanten) sluiten, maar niet in zodanige mate dat het belang van de leden daaraan ondergeschikt raakt.

Ook de Kamers van Koophandel reageren sceptisch op Wattenbergs idee. Ze adviseren onomwonden de coöperatie niet als rechtsvorm te kiezen.

Wattenberg heeft geen hoge pet op van de expertise bij “adviesgevend Nederland: “Die terughoudende reactie berust op onwetendheid. Ze lezen de wet niet goed.” Volgens hem zegt de wet niet dat een coöperatie minder klanten mag hebben dan ze leden heeft. “De Rabobank, ook een coöperatie, sluit immers ook met meer mensen hypotheken af dan ze leden heeft”, verklaart hij.

Een jurist van een Amsterdams advocatenkantoor geeft Wattenberg maar gedeeltelijk gelijk: “De wet is vaag over de verhouding tussen het belang van leden en derden. Van de Rabobank kunnen alleen mensen lid worden die een beroep of een bedrijf uitoefenen. Mensen die een hypotheek of een lening voor een auto afsluiten worden geen lid.”

Dat de Rabobank veel meer klanten dan leden heeft en toch de coöperatieve rechtsvorm kent, is in de juridische literatuur evenwel omstreden. Veel juristen betogen dat een vennootschappelijk structuur beter zou passen.

Bartels en Wattenberg vinden dat zij een goed alternatief bieden voor omstreden buitenlandse ondernemingsvormen als de Britse Limited Companies of de Delaware Corporations. Minister Sorgdrager van justitie diende in april van dit jaar een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer in om juist deze rechtsvormen, niet zelden misbruikt door malafide ondernemers, aan te pakken.

Op suggesties dat louche ondernemers, die geen bv mogen oprichten, misbruik zouden kunnen maken van de eigendomscoöperatie, reageert Wattenberg geprikkeld. “Dan benader je de zaken vanuit een verkeerde invalshoek, minder dan een kwart procent van de Nederlandse ondernemers heeft criminele bedoelingen. Misbruik is hier niet aan de orde. We willen nadrukkelijk de beeldvorming vermijden als zouden wij een mogelijkheid bieden voor louche ondernemers. Bovendien kunnen bestuurders van een coöperatie net als die van een bv bij fraude of oplichting aansprakelijk worden gesteld.”