Roemenie: Opmars van extremisten

Met de benoeming, eerder deze week, van een lid van de extreem-nationalistische en antisemitische Partij van Groot-Roemenië (PRM) tot onderminister is de Roemeense regering opnieuw een stukje opgeschoven van het politieke midden naar het politieke extremisme.

PRM-lid Toma Nastase werd onderminister van toerisme. Dat is geen beleidsbepalende functie, maar de toetreding van de PRM tot het kabinet is toch veelzeggend genoeg, want de PRM is geen doorsneepartij. In Roemenië staat ze bekend als 'de politiepartij' wegens haar goede banden met voormalige leden van Ceausescu's Securitate. Hoofddoel van de partij is volgens het blad România Libera “de rehabilitatie van communisme, xenofobie en chauvinisme”. PRM-leider Corneliu Vadim Tudor heeft zich vóór 1989 vooral onderscheiden door lofzangen op Ceausescu. Tegenwoordig stelt hij met trots de enige levende Roemeense schrijver te zijn die bereid is toe te geven dat hij nog altijd van Ceausescu houdt. In maart 1991, anderhalf jaar na de executie van de Conducator, schreef Tudor in een 'ballade' voor Ceausescu: “Alle Roemenen wachten op uw terugkeer om het land van dieven te zuiveren, Ceausescu, kom uit uw graf, zet de zigeuners aan het werk en wijs de Hongaren terecht.” Toen president Iliescu twee jaar later de inwijding van het Holocaust-museum in Washington bijwoonde kreeg hij van Tudor te horen dat hij “een joodse obsessie” heeft: “Joden gaven u bevelen. Joden hebben u aan de macht gebracht en houden u aan de leiding, en de prijs is de ruïnering van Roemenië.”

De benoeming van PRM-lid Nastase werd kennelijk ook in Boekarest ietwat pijnlijk gevonden, want bij de bekendmaking zei de regeringswoordvoerder desgevraagd “niet te weten” tot welke partij de nieuwe onderminister van toerisme precies behoorde.

De toetreding van de PRM tot de regering is het resultaat van een 'samenwerkingsprotocol' dat de regerende sociaal-democratische partij in januari sloot met drie extremistische partijen, de PRM, de extreem-nationalistische Partij van Nationale Eenheid van de Roemenen (PUNR) van Gheorghe Funar en de openlijk communistische Socialistische Partij van de Arbeid (PSM) van Ilie Verdet, die onder Ceausescu nog premier is geweest. De sociaal-democraten sloten het akkoord om zich in het parlement te verzekeren van de gedoogsteun van de drie extremistische partijen. Die hebben echter sindsdien voortdurend geëist dat premier Vacariou ook een aantal kabinetsposten voor hen inruimt - een druk waartegen Vacaroiu zich niet heeft kunnen of willen verzetten.

Eerder al kreeg de PUNR, die haar extreme nationalisme vooral bundelt in virulente aanvallen op de Hongaarse minderheid, de ministersposten van communicatie en landbouw. Ook de PSM eist inmiddels een of meer regeringsfuncties op en het is waarschijnlijk slechts een kwestie van tijd voor de communisten die krijgen. De signatuur van de PSM wordt onder meer geïllustreerd door een uitlating van haar vice-voorzitter Adrian Paunescu (vroeger nog prominenter als hofpoeet van Ceausescu dan Tudor) die het Donau-Zwarte Zeekanaal, centrum van de Roemeense Goelag in de jaren vijftig en graf van duizenden antistalinistische dwangarbeiders, “een voorbeeld van de creatieve kracht van het Roemeense volk” noemde.

De toetreding van de extremisten tot de regering kan ernstige gevolgen hebben voor de etnische verhoudingen in Roemenië, en met name voor de positie van de Hongaren en hun politieke partij, de UDMR (Democratische Unie van Hongaren in Roemenië). De UDMR, die ijvert voor autonomie voor de Hongaren in Roemenië, is het doelwit bij uitstek van de extremisten. Dat geldt voor de PUNR van Gheorghe Funar, die eist dat de UDMR wordt verboden, maar ook voor de PRM van Tudor, die onlangs de partij van de Hongaren “een tegen de staat gerichte terroristische organisatie” noemde waarvan de leiders moeten worden gearresteerd.

Jarenlang hebben de ultra-nationalisten ongestraft kunnen fulmineren. Nu worden ze in de regering opgenomen. Die ontwikkeling - die neerkomt op een legalisering van het gedachtengoed van de PUNR en de PRM - kan, zo vrezen sommigen in Roemenië, leiden tot een sfeerwijziging waarin het licht zou kunnen komen tot een verschuiving van verbaal extremisme naar extremistische handelingen.

Wellicht is het al zover: deze maand ontvingen de leiders van de drie grootste nationale minderheden, László Tökés en Béla Marko van de Hongaren, Paul Philippi van de Roemeense Duitsers en Nicolae Gheorghe van de zigeuner-minderheid, bompakketjes. Marko kreeg er zelfs twee. De bommen waren gepost in het Oostenrijkse Graz en verpakt in uitgeholde Frans- of Engelstalige boeken, met bedrading in de kleuren van de Roemeense vlag. Geen van de bommen ontplofte, maar in drie van de vijf gevallen stonden ze wel op scherp.