Porsche-generatie

In het koor dat de trieste nederlaag van het Nederlands voetbalelftal in Minsk begeleidde, klonk een nieuwe kreet: “de Porsche-generatie”. Ik zal deze beoordeling, die vooral een veroordeling is, gaarne aan de bestaande collectie toevoegen, maar twijfel overigens aan de absolute juistheid van dit zware verwijt. Eerst hadden we de patat-generatie (de kreet is van Leo Beenhakker) en nu schijnen de heren hun vette lekkernij te hebben ingeruild voor een dure auto. Letterlijk is dat natuurlijk barre onzin, maar de bedoeling van de bedenkers is niettemin duidelijk: het gaat in beide gevallen om broodspelers, die het niet zo nauw nemen. Bij de ene groep deugen de eetgewoonten niet en de volgende generatie denkt meer aan mooie bolides dan aan hun beroep.

In het algemeen gesproken is dat niet waar. Het huidige Ajax, dat volop tot de zogenaamde Porsche-generatie behoort, heeft een schitterend seizoen achter de rug en in welke auto ze reden heeft aan hun prestaties totaal niets afgedaan. Maar ze hadden wel dagelijks te maken met een zonodig strenge en in elk geval zeer toegewijde baas, die zijn spelers voor verslapping heeft behoed. De doelen waren trouwens van het begin van het seizoen af zo helder als glas: 1. landskampioen worden. 2. kampioen van Europa. Dat had, wat het laatste betreft, natuurlijk best mis kunnen gaan. Van Hanegem, die om duidelijke redenen Feyenoord meer gunt dan Ajax, heeft er dezer dagen nog op gewezen dat de Milanees Simone zijn club in de finale om de Champions Cup op voorsprong had kunnen zetten - en wat zou er dán zijn gebeurd? Omdat geen mens dat weten kan, blijft Van Hanegem's opmerking in de lucht hangen. Maar dat Danny Blind vlak voor tijd alleen voor de Italiaanse keeper kwam en eigenlijk had moeten scoren vertelt de Kromme niet. Het kan hem moeilijk ontgaan zijn, maar wat niet in je betoog past, laat je weg. Zo zijn columnisten, en Van Hanegem zou één van hen kunnen zijn.

Intussen kan niemand volledig verklaren waarom er van Oranje zo weinig meer uitgaat. Het mag dan ook op papier niet het hele Ajax zijn, er stonden in Wit-Rusland niet minder dan zeven Ajacieden in de ploeg. Worden die automatisch een volle klasse minder doordat ze niet in het rood-wit spelen maar in het oranje? Dat lijkt onbestaanbaar, al moet men erkennen dat er toch iets extra's uitgaat van het eigen clubshirt, ook bij broodvoetballers. In grote lijnen moet het te maken hebben met (in willekeurige volgorde) de andere coach, de andere opstelling, het veranderde systeem en in dit speciale geval van een interland in juni, die wel degelijk ergens om ging. Het was een wedstrijd gelijk een blinde darm: een wormvormig aanhangsel, dat de mens eigenlijk kan missen. Voor menige grote jongen eindigde het seizoen in zijn gedachten eind mei. Wat daarna kwam, hoorde er niet echt bij.

Ik moet dan terugdenken aan een interland Nederland-Frankrijk op 10 mei 1934. Elf dagen eerder hadden de Nederlanders zich geplaatst voor de eindronde van het wereldkampioenschap in Italië door in Antwerpen met 4-2 van de Belgen te winnen, nadat eerder de Ieren met 5-2 waren geklopt. De Oranje-koorts gierde door de aderen van voetbalminnend Nederland. Op naar Rome was de kreet. Maar op het bondsbureau van de KNVB herinnerde men zich dat er een bindende afspraak bestond om de Fransen op Hemelvaartsdag te ontvangen. Dat werd als vervelend ervaren. Zo'n westrijd om des keizers baard kon gelijk kiespijn worden gemist. Maar toen het na dertien minuten al 3-0 voor Oranje stond, ging het publiek er eens triomfantelijk voor zitten. Net als de spelers. Die verloren met 4-5 en de zestien dagen tussen die nederlaag en de WK-match tegen de Zwitsers in Milaan waren te kort om het geschokte zelfvertrouwen te herstellen. Oranje verloor met 3-2 en moest haar huis. Wie zal zeggen, wat er met het huidige Nederlands elftal is gebeurd toen Bergkamp zich in Noordwijk als een donderslag bij heldere hemel afmeldde? Wat mankeerde hij trouwens? Speelden zijn liezen op of was het zijn hoofd?