Oman: minder afhankelijk worden van olie en gassector

ROTTERDAM, 13 JUNI. De regering van het sultanaat Oman in het uiterste zuiden van het Arabisch schiereiland, heeft een nieuw programma bekendgemaakt om de economie ook buiten de olie- en gassector te stimuleren. “Ons milde systeem van importtarieven, lage belastingen en volop energie tegen redelijke prijzen moeten ons in staat stellen veel meer buitenlandse investeringen aan te trekken”, zegt minister Mohammed bin Musa Al-Yousef van Ontwikkelingszaken in een telefonisch vraaggesprek.

Oman is met zijn kleine bevolking van 2,1 miljoen niet alleen in de regio Midden-Oosten en Noord-Afrika maar ook in de wereld een van de snelst groeiende landen. In de periode 1982-1993 werd een gemiddelde economische groei van ruim 8,5 procent per jaar bereikt.

De olie- en gaswinning levert een relatief veel lagere bijdrage aan het nationaal inkomen dan in de meeste andere landen in het Midden-Oosten: circa 40 procent. Door uitbreiding van het huidige niveau van de olieproduktie van 800.000 vaten per dag zal die bijdrage op peil blijven, zegt minister Al-Yousef. Maar de uitbreiding zal zeer geleidelijk gaan. Door een gelijktijdige ontwikkeling van andere economische sectoren moet de afhankelijkheid van de oliewinning en van de huidige lage prijzen voor ruwe olie verminderd worden.

Oman heeft behalve ruwe olie vanaf het jaar 2000 een tweede belangrijk exportprodukt: aardgas. Shell heeft bij de olievelden in Oman zoveel aardgas gevonden dat er mogelijkheden voor grootschalige export naar het Verre Oosten ontstonden. Volgens minister Al-Yousef zijn onlangs de intentieverklaringen getekend voor de bouw van een fabriek die het gas vloeibaar moet maken, en voor het transport met tankschepen naar Japan, China en Zuid-Korea. “Een groot deel van de gasverkoop is inmiddels gecontracteerd”, zegt de minister.

Ook heeft de Omaanse regering onlangs een besluit genomen om een petro-chemische fabriek te bouwen die meer toegevoegde waarde moet geven aan de export van energiereserves. De fabriek zal 300.000 ton grondstoffen voor de kunststof-industrie per jaar gaan produceren. Door de lage kosten voor energie kan Oman daarmee makkelijk op de wereldmarkt concurreren. “In discussie is nog”, zegt de minister, “een plan voor de bouw van een moderne, grote exportraffinaderij”, die het land ook meer inkomsten moet gaan opleveren dan alleen de verkoop van ruwe olie, waardoor de economie verder versterkt kan worden.

De energiereserves van het land zijn veel kleiner dan in buurlanden als Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten, Iran, Koeweit en Irak. “Diversificatie is voor ons een belangrijk middel om een duurzame ontwikkeling van groei en verbetering van leefomstandigheden voor onze bevolking te krijgen”, aldus Al-Yousef. Het inkomen van de Omaniërs is de afgelopen tien jaar met 4,5 procent per jaar toegenomen tot gemiddeld ruim 8000 gulden per jaar. Volgens het Visieplan kan dat bedrag tegen het jaar 2010 verdubbeld worden.

Als mogelijkheden voor meer en andere bronnen van inkomsten ziet Minister Al-Yousef “een sterke ontwikkeling” van de niet-oliesector: industrie, technologie, landbouw, visserij en toerisme. “Wij hopen spoedig lid te worden van de nieuwe wereldhandelsorganisatie WTO, en een sterkere rol te gaan spelen in het scheepvaart- en handelsverkeer tussen West-Europa en de Verenigde Staten aan de ene kant en de markt in het Verre Oosten aan de andere kant van de wereldbol. Gezien onze ligging hebben we daar een prima positie voor.”