Kluchtige jonge honden uit Rusland

Voorstelling: Gaudeamus naar de novelle Stroibat van Sergej Kaledin door Maly Drama Teatr St. Petersburg. Regie: Lev Dodin. Decor: Aleksis Poraj-Kotsjits. Spel: Oleg Dimitriev, Sergej Kargin, Igor Konjajev, Joeri Kordonski e.a. Gezien 12/6, Amsterdam, Westergasfabriek TTA. Herhaling 13/6.

Uitgelaten jonge honden zijn ze, de rekruten. Ze dollen door de sneeuw en een voor een zakken ze erin weg - onder de sneeuw zitten valluiken. Eer de laatste van hen verdwenen is, balkt hij Hamlets meest befaamde monoloog uit: 'To be or not to be, that's the question...' Even later komen de jongens terug met een kaalgeschoren kop en in slonzig uniform. De voorstelling zal besloten worden met 'Gaudeamus igitur', het studentenloflied op de jeugd. In combinatie met het to be or not to be van het begin klemt het de jongens in binnen een ijzig vacuüm van waanzin en voor niets bloeiende jonge jaren.

Gaudeamus noemde regisseur Lev Dodin ook het stuk dat hij samen met leerlingen van het theaterinstituut van St. Petersburg maakte op basis van improvisaties. Uitgangspunt van de voorstelling was een novelle over een berucht onderdeel van het Sovjetleger, het bouwbataljon waar, uit racistische en andere motieven als minderwaardig beschouwde, rekruten werden ondergebracht om in feite dwangarbeid te verrichten. Inzet is het zeer jong zijn van de acteurs met wie Dodin werkte. Uitkomst is een serie tafrelen die volgens de methoden van de klucht schetsen hoe ziek dat leger was en hoe kansloos Dodin de jeugd van het huidige Rusland acht.

Soms is dat geestig, steeds is dat lawaaiïg, aldoor wordt dat nadrukkelijk de zaal in geacteerd. Te zelden is Gaudeamus tragisch of meeslepend. Dodin en de zijnen bedienen zich van de oubollige luidruchtigheid van de mop, zien provocerend af van subtiliteit en smoren het gevoel. Het raakt ons niet, of we nu een zigeunerzoon bloed zien plassen omdat een officier zijn nieren heeft kapotgebeukt, een jood onder een idioot voorwendsel in elkaar geslagen zien worden, of een troep opgefokte soldaten zich zien storten op een fabrieksmeisje.

Ondanks alle boertigheid krijgt Gaudeamus bij flarden vleugels en dat is wanneer Dodin van dit theater muziektheater maakt, met grote danspassen en onvaste zangstemmen. De smakeloze grollen om de dikke manzieke officiers-eega die de was staat op te hangen (grote onderbroek!, grote bh!!) vervliegen in haar door Jacques Brel begeleide wals met de jongens. De al snel amechtige chaos van dope en doodslag gaat iets diepers beduiden wanneer alle acteurs uit de valluiken een instrument tevoorschijn halen en hun machteloze opstandigheid uiten in een blaasorkest. Ze worden persoonlijkheden door hun swingen op de Russische versie van One Way Ticket to the Moon, hun meisjeshonger geeft steken op Girl van The Beatles en drama ontstaat dankzij de serieuze inzet waarmee ze het wanhopige slotlied zingen: 'Gaudeamus igitur'.