Japanse Anne Frank: wel kopie, geen geest

AMSTERDAM, 13 JUNI.Ergens in Japan zou een kerkje staan van een christelijke sekte, waarvan de voorgevel twee afbeeldingen bevat: een van Jezus Christus en een van Anne Frank. De anekdote wordt door de Zwitserse zaakwaarnemer van de familie Frank verteld ter gelegenheid van de wereldpremière van de lange (100 minuten) Japanse tekenfilm The Diary of Anne Frank van regisseur Akinori Nagaoki en producent Seiya Araki. Die vond gisteren, op de avond van Anne Franks 66-ste geboortedag, plaats in de Amsterdamse Beurs van Berlage.

De anekdote moet aangeven hoe belangrijke Anne Frank wel niet is voor Japan - maar illustreert onbedoeld ook de afstand van de Japanners tot het onderwerp: wanneer in de film de joodse families in het achterhuis bidden, vouwen ze hun handen samen en slaan de ogen neer, zoals christenen dat plegen te doen.

Merkwaardig precies zijn de Japanse makers van de film daarentegen tewerkgegaan in de weergave van Amsterdam. Een team van tien specialisten heeft hier te lande enkele weken gefotografeerd, getekend en oude archieffoto's verzameld. Het resultaat zijn zeer getrouwe backgrounds van bijvoorbeeld de Dam, de Utrechtsestraat met een Karel I-reclame, trams met borden van Van Nelle, de Rivierenbuurt, het Maimonides-lyceum, het Koningsplein. De oude Japanse reputatie van fanatieke kopiïsten, die wel de buitenkant, maar niet de inhoud weten te vangen, krijgt nieuwe impulsen door de overigens uiterst oppervlakkige, zoetige en clichématige tekenfilm.

Zelfs Vincent Frank - geen familie maar de Zwitserse woordvoerder van het in Bazel gevestigde Anne Frank Fonds, dat de auteursrechten behartigt uit de nalatenschap van Anne Frank, van haar vader Otto Frank en van de inmiddels ook overleden auteurs Albert Hackett en Frances Goodrich van het toneelstuk naar het dagboek van Anne Frank - is het opgevallen dat in tegenstelling tot in het toneelstuk van Hackett & Goodrich, in deze film de tot elkaar veroordeelde onderduikers het steeds beter met elkaar weten te vinden.

Voor de vertegenwoordiger van het Anne Frank Fonds lijdt het geen twijfel dat 'de Japanners alleen in het geld geïnteresseerd zijn'. Vincent Frank heeft daar geen bezwaar tegen. Hij sluit niet uit dat het verschil van mening met de in Amsterdam gevestigde Anne Frank Stichting, die geen heil zag in de onderneming, wellicht veroorzaakt wordt door het feit dat zij geen auteursrechten konden investeren: “Maar het staat iedereen natuurlijk vrij er een mening over de film op na te houden”.

Volgens Gerben Schermer, directeur van het in Utrecht gevestigde Holland Animation Filmfestival, die ook de Japanse animatiewereld goed kent, zijn de makers van The Diary of Anne Frank geen vermaarde figuren. Hij schat de mogelijkheid dat de film in de bioscoop zal komen, gezien de armzalige kwaliteit van de houterige animatie en de naïeve boodschap, “buiten Japan nihil, in Japan klein, maar niet uitgesloten”. Internationaal is er wel een (commerciële) televisiemarkt voor dit soort kinderfilms, naar analogie van de eveneens Japanse animatieseries Heidi en Alleen op de wereld. Dat is dan ook de kern van de melodramatische visie van de filmmakers op Anne Frank: net als Heidi en Remi wilde ze slechts vrede en het goede, hetgeen boze volwassenen verhinderden. Producent Araki voegt daaraan toe: “In de primair voor kinderen bestemde film, wilden we de nazi-gruwelen niet expliciet tonen, maar zo veel mogelijk alleen de positieve kanten van haar geschiedenis”.

Na de Amsterdamse première van de Engelstalige versie van de film, met muziek van Michael Nyman (Prospero's Books, The Piano) wordt getracht de wereldrechten van de film aan een internationale distributeur te verkopen. De Anne Frank Stichting had MGM-theaters, de exploitant van Tuschinski in Amsterdam, eerder desgevraagd geadviseerd de zaal niet beschikbaar te stellen voor de wereldpremière. Pikant genoeg komt ook de gevel van het Tuschinski-theater in de film voor, waar Anne als jodin in 1942, toen de bioscoop van Abraham Tuschinski onteigend was en omgedoopt in Tivoli, ook niet meer naar binnen mocht. Gisteravond in de Beurs van Berlage was wel gezorgd voor kosjere catering. Ook zou de film de middag tevoren vertoond worden aan joodse, niet-joodse en Japanse schoolkinderen in Amsterdam. De eerste twee groepen volgden aandachtig de film; de Japanse kinderen moesten helaas verstek laten gaan, volgens de producent omdat ze het te druk hadden met hun schoolwerk.