Hockeysters eten niet langer alleen linksgedraaid brood

Nederland geldt als één van de favorieten van het Europees kampioenschap hockey voor vrouwen, dat morgen in Amstelveen begint. Maar is dat wel reëel?

AMSTELVEEN, 13 JUNI. Wat is er misgegaan? En wanneer? Tijdens het WK van 1990 in Sydney zat het al niet meer goed, wordt beweerd. Toch werd Nederland toen onder leiding van Roelant Oltmans wereldkampioen. Een jaar later kwam hetzelfde team niet verder dan de vierde plaats bij het EK. Bij de Olympische Spelen van '92 en het WK van vorig jaar ging het nóg slechter, twee keer zesde, een voor Nederland onwaardige positie.

Het schortte, zo is duidelijk geworden, aan de onderlinge verhoudingen binnen de selectie. Niemand durft achteraf in het openbaar over de precieze feiten te praten. Die zouden te gevoelig liggen. Ook wordt het noemen van de naam van Bert Wentink, de bondscoach na Oltmans, zo veel mogelijk gemeden. Hij is volgens de meeste betrokkenen de hoofdschuldige van het debâcle van het laatste WK. Hij zou de speelsters in een keurslijf hebben geperst.

De internationals mogen zich echter zelf ook het nodige aanrekenen. De verhalen over de voorbereiding op het laatste WK zijn triest. Sommige speelsters kregen pas maanden later weer plezier in hockey. De vraag is, waarom ze destijds niet met z'n allen alarm hebben geslagen. Spits Mieketine Wouters sloeg aan het muiten, maar had, vond men, door haar eigen houding en spel nauwelijks recht van spreken. Alleen keepster Jacqueline Toxopeus volgde Wouters en bedankte voor Oranje. Ze is onder Van 't Hek weer terug in het doel.

Voor de nieuwe bondscoach lijkt gezien de voorgeschiedenis een belangrijke taak weggelegd. “Wij hadden duizend keer meer lef”, zegt Marjolein Eijsvogel, speelster uit de gouden lichting van Van Heumen en nu manager van de nationale ploeg. “Ik wist bij het betreden van het veld niet beter dan dat ik ging winnen.” De oud-aanvalster schrok toen ze voor het eerst bij de huidige ploeg kwam. Ze zag speelsters die angst hadden dat ze hun plaats weer zouden kwijtraken en volgens allerlei regels leefden. “Ik moest uitleggen dat ze ook iets anders mochten eten dan rechtsgedraaide yoghurt en linksgedraaid brood.”

Het is nu, bijna negen maanden later, al flink verbeterd. Van 't Hek zegt dat Nederland volgend jaar in Atlanta een olympische medaille moet halen, maar over goud wil hij niet praten. “Dat zou misplaatste arrogantie zijn.” De coach moet ook zijn geschrokken van de wijze waarop zijn speelsters afgelopen zaterdag het oefenduel tegen Australië verloren. “We hebben meer van dit soort wedstrijden nodig”, zei hij naderhand.

Nederland moet het de komende anderhalve week doen met tegenstanders uit Europa. De laatste jaren blijft het hockey van de Europese landen achter bij dat van Australië, Korea en zelfs Argentinië. Toch zal het interessant zijn om te zien hoe het 'nieuwe Nederland' zich weert tegen het altijd lastige Duitsland en tegen Spanje. Het EK is daarom een uitstekende voorbereiding op het toernooi in Kaapstad, waar Oranje zich in november moet zien te kwalificeren voor de Spelen.

In het Nederlandse kamp heerst optimisme. “Dit team komt terug. Dat voel ik, dat zie ik”, zegt Gijs van Heumen, de meest succesvolle bondscoach aller tijden en tegenwoordig technisch directeur van de hockeybond. Keepster Toxopeus, onder Wentink teleurgesteld in haar teamgenoten, rekent erop dat er speelsters opstaan die de ploeg op sleeptouw gaan nemen. “Dat eist Tom ook van sommigen. Hij pusht speelsters op een goede manier. De taak van een coach bij de nationale ploeg bestaat voor negentig procent uit het formeren van een hecht team. Durven, boem, er staan.” Van 't Hek heeft zijn naam en faam mee. Hij zal ook zijn tekortkomingen hebben en fouten maken. Maar die zullen makkelijker worden geaccepteerd dan bij de vrij onbekende Wentink. Belangrijk is ook dat Van 't Hek goed overweg kan met de clubcoaches. Want hij heeft hun hulp hard nodig om de internationals zo te trainen dat ze straks ook bestand zullen zijn tegen een team als Australië.