Heel wat poten

Zwarte sterns gaan zeker al vijftig jaar achteruit. Terwijl ze wel degelijk hun best doen om vóóruit te gaan.

Eigenlijk nestelen zwarte sterns op krabbescheer. Maar waar geen krabbescheer meer is, accepteren ze de vlotjes die in moerasgebieden speciaal voor dit doel worden uitgelegd.

Eigenlijk hebben zwarte sterns voor hun jongen grote insekten nodig. Dat werd vorig jaar nog eens bevestigd door een onderzoekje in Polen. Vooral larven van de geelgerande watertor.

Maar waar geen grote insekten meer zijn, moeten ze wat anders. Dan maar visjes, constateerde Albert Beintema. Hij zit zijn vierde voorjaar bij een kolonie zwarte sterns in de Ooij. In voorgaande jaren werden bijna uitsluitend visjes aangevoerd.

Nu is er opeens ook iets met visjes aan de hand. Er zijn er te weinig of ze zitten te diep of zo. In elk geval hebben de zwarte sterns het dit keer in ons land massaal laten afweten. Vermoedelijk zijn ze langsgeweest, hebben ze vastgesteld dat er echt geen beginnen aan was en zijn ze doorgetrokken. En in de Ooij, waar ze uiteindelijk wél zijn neergestreken, proberen ze hun jongen nu groot te brengen met kleine insekten (zo klein, dat ze zelfs met een telescoop niet te onderscheiden zijn) of regenwormen.

Beintema: “Eigenlijk hebben zulke vogels heel wat poten onder hun stoel. Maar op zeker moment zijn er nog maar drie van over en als dan ook daar nog aan gezaagd wordt, houdt het op.”