Handelwijze IAAF onzorgvuldig

ROTTERDAM, 13 JUNI. Erik de Bruin was een van de weinige Nederlanders die zich in de internationale atletiek in de loodzware top staande konden houden. Zijn beste prestatie leverde hij bij de wereldkampioenschappen van 1991 toen hij bij het discuswerpen zilver won. Zonder doping te gebruiken kan je tegenwoordig geen medailles meer halen in de atletiek, zeggen experts. En vooral niet in de werpnummers.

Het kan dus zijn dat De Bruin, toen hij zag wat er om hem heen gebeurde, in blinde ambitie uit een verboden potje heeft gesnoept. Anders had hij misschien moeten afhaken in de tak van sport waar hij zo veel van hield. Maar de discuswerper zelf heeft een dergelijke gang van zaken altijd ontkend. Ook nu zijn carrière voorbij lijkt.

De Bruin beweert te zijn geflikt. Maar waarom zou iemand een simpele discuswerper uit Hardinxveld-Giessendam het gooien willen beletten? Misschien vindt de machtige professor Donike, zoals De Bruin zegt, Nederlanders inderdaad wel lastige mensen. Maar zou dat voor de Duitser reden zijn om een sportman als De Bruin er bij te lappen?

Het is voor de Nederlandse sport jammer dat een topper als Erik de Bruin van het strijdtoneel verdwijnt. Maar als hij heeft gebruikt moet hij boeten. Doping is nog steeds niet toegestaan in de sport. Dat er desondanks verboden middelen worden gebruikt staat vast. En dat ondanks de verscherpte controles lang niet iedere overtreder wordt gepakt, is ook bekend. Er zijn altijd weer atleten die slim door de mazen van het net weten te kruipen.

Ook zijn er in de atletiek grote twijfels over de handelwijze van de internationale atletiekfederatie IAAF. Waarom worden er zo weinig Amerikanen op dopinggebruik gepakt? Doen ze, in de ook in de sport zo machtige Verenigde Staten echt minder foute dingen dan elders? Vorig jaar zette de Russische sprintster Irina Privalova daar nog openlijk vraagtekens bij. Ze zei dat ze zelf voortdurend door de vliegende dopingbrigades in de kladden werd gepakt, maar dat Amerikaanse collega's bijna nooit worden gecontroleerd.

Ook in de slepende kwestie van Erik de Bruin is de indruk ontstaan, dat niet alles is verlopen zoals het hoort. Zo weet de atleet pas 22 maanden na de bewuste controle in Keulen waar hij aan toe is. Het meest vreemde verhaal is dat van professor Donike die eigenlijk per ongeluk bemerkte dat De Bruin de verboden stof stanozonol had gebruikt. Hij had, toen hij in zijn laboratorium een nieuw apparaat kreeg bezorgd, toevallig de urine van de Nederlander in de buurt staan en gebruikte die om zijn aanwinst in te wijden. Alleen daardoor zou hij de overtreding hebben opgemerkt. Kan het knulliger? Of hij nu wel of niet de regels heeft overtreden, de atleet Erik de Bruin had een zorgvuldiger behandeling verdiend.