Grens tussen zorg en misbruik vaag bij zwakzinnigen

DEN HAAG, 13 JUNI. Vandaag staat voor de rechtbank in Zutphen een man terecht die ervan wordt verdacht als groepsleider drie verstandelijk gehandicapten vérgaand seksueel misbruikt te hebben. Het is niet de eerste keer dat een hulpverlener van zo'n delict jegens zijn pupillen verdacht wordt. Vorig jaar werd een chauffeur aangeklaagd die tijdens de taxirit zijn gehandicapte passagiers lastigviel. De dader ontkent meestal in alle toonaarden en beweert dat de gehandicapte bewoners er juist prijs op stelden liefdevol behandeld te worden.

“Verstandelijk gehandicapten hebben veel behoefte aan lichamelijk contact. Als je niet of nauwelijks kunt praten dan wil je op een andere manier duidelijk maken dat je iemand bijvoorbeeld aardig vindt. Dat weet iedere hulpverlener. Maar er zijn grenzen aan dit contact en die blijken in sommige gevallen te vervagen.” Psychologe W. van Berlo deed in opdracht van het Nederlands Instituut voor Sociaal Seksuologisch Onderzoek (Nisso) en de Federatie van Ouderverenigingen (FvO) onderzoek naar seksueel misbruik bij verstandelijk gehandicapten. Het is de eerste keer dat onderzoek is gedaan naar misbruik van minder begaafden.

De onderzoekers ondervraagden driehonderd hulpverleners, die bij elkaar rapporteerden dat hun de afgelopen twee jaar 320 gevallen van seksueel misbruik ter kennis waren gekomen, althans dat ze daarvan ernstige vermoedens hadden. Harde bewijzen zijn vaak moeilijk te leveren. Daarnaast rapporteerden ze 358 gevallen waarin ze enige vermoedens hadden dat er van misbruik sprake kon zijn geweest. De term 'misbruik' beslaat hierbij het hele repertoire van betasting tot penetratie. Van penetratie zou in 34 procent van de gerapporteerde zaken sprake zijn geweest.

Het is niet zo dat al de gerapporteerde gevallen zich de afgelopen twee jaar hebben afgespeeld: ze zijn slechts de afgelopen twee jaar bekend geworden bij de hulpverleners. Sommige gevallen dateren van verder terug. Daar staat tegenover dat er uiteraard gevallen zijn die nog niet ter kennis zijn gekomen aan de hulpverleners. Van Berlo acht het dan ook verantwoord te spreken van 160 gevallen per jaar.

De ondervraagde hulpverleners hebben samen met ongeveer 26.000 zwakzinnigen te maken. Omdat ze representatief worden geacht voor alle hulpverleners die met zwakzinnigen werken, kunnen hun bevindingen worden geëxtrapoleerd naar alle zwakzinnigen die met hulpverleners te maken hebben. Dat zijn er ongeveer 95.000. Misbruik van 160 op 26.000 impliceert dat er van de 95.000 waarschijnlijk ruim 550 per jaar worden misbruikt. Vermoedens van misbruik bestaan er daarnaast bij ruim 600 van de 95.000. In Nederland wonen 100.000 à 120.000 zwakzinnigen, maar over degenen die geen regelmatig contact heben met hulpverleners kan op basis van dit onderzoek geen uitspraak worden gedaan.

Van Berlo: “Misbruik wordt vaak niet gemeld bij de inspectie omdat men het liever binnenshuis wilde oplossen. Het is buitengewoon moeilijk aan te tonen en daarbij wil men het slachtoffer ontzien. Geen moeilijke ondervragingen en geen onbegrijpelijke confrontaties met hulpverleners die anders juist zo aardig voor hen zijn.” Verstandelijk gehandicapten zijn zeer kwetsbaar en lopen volgens de onderzoekers meer risico dan anderen seksueel misbruikt te worden.

Zwakzinnigen vergen een intensieve verzorging. Zij worden veel en vaak door verschillende handen aangeraakt. Berlo: “Waarom dan 'nee' zeggen als dat opeens aanrakingen met een andere bedoeling zijn geworden. Dat heeft een verstandelijk gehandicapte niet door en die laat dat dan ook maar gebeuren.”

Een ander risico voor deze groep mensen schuilt in de ontwikkeling dat steeds opener over seksualiteit en relaties wordt gepraat. Van Berlo: “Het is goed dat seksualiteit uit de taboesfeer komt en dat de hulpverlening erkent dat ook mensen met een verstandelijke handicap seksuele gevoelens hebben. Zij krijgen nu ook seksuele voorlichting en leren hun eigen lichaam kennen. Maar 'leren masturberen' kan snel ontaarden in iets wat niet acceptabel is. Daar moeten heel strenge afspraken over worden gemaakt.”

Tegelijk met de onderzoeksresultaten werd gisteren een plan van aanpak gepresenteerd. Van Berlo: “Iedere instelling zal in een protocol moeten vastleggen wat wel en wat niet geoorloofd is in de omgang met mensen met een verstandelijke handicap. Hulpverleners zullen signalen van bewoners eerder moeten onderkennen en de gehandicapten zelf zullen een weerbaarheidstraining krijgen. Leren 'nee' zeggen moet ook hun bij te brengen zijn.”

    • Margot Poll