Geschorste De Bruin voelt zich gepakt

ROTTERDAM, 13 JUNI. Hij wilde het woord stoppen niet in zijn mond nemen. Maar discuswerper Erik de Bruin gedroeg zich gisteren alsof zijn carrière definitief voorbij is. Hij sprak voortdurend in de verleden tijd. Hij had atletiek altijd met veel plezier bedreven. Hij had niet het grote talent gehad en toch succes behaald. Wel kondigde hij aan te zullen blijven trainen. “Maar dat doe ik omdat ik het leuk vind.”

De Bruin vernam gisteren dat de Internationale Amateur Atletiek Federatie (IAAF) hem wegens dopinggebruik voor vier jaar heeft geschorst, een beschuldiging die De Bruin ten stelligste ontkent. Aangezien de straf geldt vanaf 1 augustus 1993, de dag dat de 32-jarige Nederlander werd betrapt, zou hij op zijn vroegst in 1997 weer gerechtigd zijn aan wedstrijden mee te doen. “Ik denk dat het moeilijk is om terug te komen als je er vier jaar bent uit geweest”, oordeelde De Bruin.

Hij trainde de afgelopen twee jaar wel door, maar met beduidend minder motivatie. “Ik heb altijd geleefd voor het deelnemen aan grote wedstrijden”, legde hij uit. “Maar nu trainde ik met de gedachte dat ik daar misschien niet aan zou kunnen meedoen.”

De gevolgen van bijna twee jaar op halve kracht trainen waren gisteren duidelijk zichtbaar. De Bruin, die ook nog lange tijd met een liesblessure kampte, is in vergelijking met de tijd dat hij aan wedstrijden meedeed een stuk lichter geworden. Hij heeft een opvallend mager gezicht en het meest tekenend was misschien wel de ruimte die er tussen zijn nek en de kraag van z'n overhemd zat.

Zijn enige hoop is misschien nog een reglementswijziging. De IAAF neemt in augustus een voorstel in overweging om de straf voor een eerste overtreding van het dopingreglement van vier naar twee jaar terug te brengen. Toen dat ter sprake kwam keek De Bruin op de door hem zelf belegde persconferentie in Rotterdam voor het eerst iets minder somber. “Het zou leuk zijn om volgend jaar tijdens de Olympische Spelen afscheid te nemen.”

Maar veel vertrouwen leek hij er nog niet in te hebben. De Bruin maakte gisteren een timide indruk. “Het is nog zo vers”, verklaarde hij. Zijn stem trilde toen hij degenen bedankte die hem hebben gesteund. Hij leek zijn tranen nauwelijks te kunnen bedwingen. Achterin de zaal zat zijn echtgenote, de Ierse zwemster Michelle Smith, met natte ogen. Later zei De Bruin door de verwikkelingen in de afgelopen twee jaar een ander persoon te zijn geworden. “Ik heb geen geloof meer in mensen en organisaties.” Zijn moeilijkste momenten? “Als er wedstrijden op tv waren.”

Ongevraagd herhaalde hij ook nu weer dat hij onschuldig is. “Iedereen die wordt betrapt zal zeggen dat hij het niet heeft gedaan. Maar nu zou ik geen reden hebben om dat vol te houden.” De Bruin stelt dat er “een smerig spelletje” met hem is gespeeld. Waarom weet hij ook niet. Hij noemt de naam van de Duitse dopingexpert professor Manfred Donike. “Donike heeft wrok tegen Nederlanders en ik ben vier jaar geschorst.” Zijn ogen worden ineens fel. “Donike is feilloos. Dat heeft hij zelf gezegd. Wilfred (advocaat Veldstra, red.) heeft het hem gevraagd. U kunt dus geen fouten maken? Nee, zei hij.”

De Bruin vindt dat de IAAF Donike de hand boven het hoofd houdt. “Het is onbegonnen werk om tegen zo'n organisatie te vechten. Je bent machteloos. Als ik een bemiddeld atleet was geweest had ik mijn eigen experts naar Monaco kunnen sturen.” Naar verluidt heeft de hele affaire hem toch meer dan 100.000 gulden gekost. Hij wil daar niet over praten. “Dat is niet belangrijk.” Hij kreeg gisteren geen motivering van het vonnis. “Ze kunnen dus doen en laten met je wat ze willen.” Advocaat mr. Veldstra moest zelf naar Monaco bellen om de uitslag van de arbitragezaak te horen.

Ook voor de Nederlandse atletiekunie KNAU heeft De Bruin geen goed woord over. Hij vindt dat de bond hem “als een baksteen” heeft laten zakken. “Ik kan me misschien nog voorstellen dat ze niet meewerken, maar ze hebben me zelfs tegengewerkt.” De KNAU liet gisteren niets van zich horen. Desgevraagd werd vanuit Woerden verklaard dat er pas vrijdag een verklaring over de schorsing van De Bruin valt te verwachten. “De bond heeft het vandaag niet kunnen opbrengen ook maar een glimp van waardering voor de carrière van Erik te tonen”, oordeelde mr. Veldstra zuur.