Eemshaven is nog steeds niet over het dode punt

Tussen de Eemshaven en de Eemscentrale, een afstand van zo'n drie kilometer, staat een patatfabriek. In de haven liggen die dag drie schepen. Er zijn zeven kranen en zes loodsen en, nog wat verder verwijderd, veertig windmolens. Voor de rest: kilometers braakliggende grond. Maar hoe leeg het Eemshavengebied sinds de opening op 7 juni 1973 ook is, het havenschap en het provinciaal bestuur blijven optimistisch.

Adjunct-directeur A. Janssen van het Havenschap Delfzijl/Eemshaven heeft nog vertrouwen in de toekomst 'hoewel je wel eens het gevoel krijgt dat je alleen vader bent van doodgeboren kinderen'. Oud-bestuurder J. Beijert van het havenschap is minder optimistisch. Hij ziet maar één mogelijkheid om iets te maken van de Eemshaven, en de hele Eemsmondregio: “Rijksbeleid: fiscale voordelen, premieregelingen, subsidies voor potentiële bedrijven. Anders moeten we dit gebied maar tot reservaat uitroepen. Er zijn mensen die zeggen dat de Randstad vol is en bedrijven vanzelf komen. Dat duurt dan wel erg lang.”

De Eemshaven in Noord-Groningen werd aangelegd als industriehaven, in de veronderstelling dat de iets verder aan de Eems gelegen haven van Delfzijl te klein zou worden voor de snel groeiende chemische industrie en te ondiep voor grote schepen. Maar industrie kwam de afgelopen 22 jaar niet naar de Eemshaven. Het bleef bij die ene patatfabriek en een zogenaamde afbouwwerf van de Groningse scheepsbouwer Pattje.

De laatste jaren begint de Eemshaven zich toch te ontwikkelen, niet als industriehaven, maar als distributiehaven. “Je moet er eigenlijk van uit gaan dat de Eemshaven vijf jaar geleden is aangelegd. Dan moet je eens zien wat er allemaal is gebeurd”, zegt de Groningse gedeputeerde A. Sakkers (economische zaken). Hij ergert zich aan de reputatie van de Eemshaven. “We moeten nu maar eens af van het fossiele imago van een mislukte haven. Het wordt hier gewoon wat, alleen wat anders dan we oorspronkelijk hadden gedacht.”

In 1993 werd 528.000 ton goederen doorgevoerd, vorig jaar steeg de overslag naar 632.000 ton. Dat is zelfs weinig in vergelijking met de haven van Delfzijl, waar in 1994 4,8 miljoen ton werd overslagen. Een groot deel hiervan komt overigens voor rekening van de plaatselijke Akzofabriek. Maar ook Delfzijl bleef vorig jaar in ontwikkeling achter bij de andere havengebieden in het land.

Adjunct-directeur Janssen van het havenschap baseert zijn 'goede verwachtingen' over de ontwikkeling van de Eemshaven als distributiehaven op een aantal factoren, zoals de groeiende overslag met de Baltische staten en een geregelde dienst met fruit en containers naar St. Petersburg. Bij de Northern Expres Terminal neemt overslag van frisdrank, melk en fruit na een moeizame start toe. Een nieuwe kade voor de overslag van bulklading is recent gereed gekomen. Ook zijn er plannen onder de naam Conro voor circa 27 miljoen gulden een containerterminal met roll-on/roll-off faciliteiten neer te zetten.

De Eemshaven zou het 'trekpaard van het Noorden' worden, dacht men in de jaren zeventig. Daarvoor is alleen overslag niet zaligmakend, zegt Janssen. “De werkgelegenheid blijft beperkt. Alleen producerende bedrijven kunnen daarvoor zorgen.” De werkgelegenheid in de Eemshaven nam in 1994 af van 356 naar 321 personen. Dat de Eemshaven zich nooit als industriehaven heeft ontwikkeld komt doordat de haven te vroeg dan wel te laat is aangelegd, zo is de analyse van betrokkenen. De oliecrisis in de jaren zeventig maakte een einde aan de economische groei, in het bijzonder die van de petrochemische industrie.

Een andere belangrijke reden waarom de haven nooit over het dode punt is gekomen, is de invloed van de milieulobby in Groningen. Vooral de PvdA, die destijds de meerderheid had in de Provinciale Staten, wordt verweten dat ze extreme eisen heeft gesteld en zich aarzelend opstelde als een bedrijf aankondigde een fabriek te willen bouwen. Volgens de toenmalige havenschapsbestuurder Beijert liet de provincie in de jaren zeventig de kans lopen dat DSM naar de Eemshaven zou komen. DSM, de voormalige Staatsmijnen, moest in opdracht van het kabinet-Den Uyl 360 miljoen gulden in een fabriek in de Eemshaven investeren, met als doel het Noorden aan banen te helpen. “De directie van DSM had daar helemaal geen trek in”, vertelt Beijert. Toen de provinciale PvdA een stuurgroep wilde instellen om te onderzoeken of zo'n fabriek niet een te zware wissel op het milieu zou trekken, stemde DSM daar meteen mee in. Beijert: “DSM dacht: van uitstel komt afstel. En ja, toen de stuurgroep twee jaar later tot de conclusie kwam dat ze mochten komen, zei DSM dat de markt ingezakt was en ging het allemaal niet door.” In Limburg ging de champagnefles open, weet Beijert. “We hadden moeten zeggen: kom maar meteen. Wat voor fabriek je bouwt, maakt ons niet uit.”

Daarna kwam nog een stoet kandidaat-investeerders voorbij. Zoals ruim een jaar geleden het Amerikaanse Conoco, dat het Britannia-gasveld exploiteert. Conoco zou een aardgasleiding naar Noord-Nederland aanleggen en in de Eemshaven een gasverwerkingsinrichting bouwen. Er was een investering van vier miljard mee gemoeid en het zou 1700 arbeidsplaatsen opleveren. Commissaris van de Koningin Vonhoff zei destijds: “Als dit niet lukt, kunnen we de Eemshaven afschrijven.” Die opmerking is hem niet overal in dank afgenomen, aldus Janssen van het havenschap. “Nergens worden mislukkingen zo breed uitgemeten als in deze regio. Dan kun je zoiets beter niet zeggen.” Conoco koos voor Engeland. Begin dit jaar ging het net zo met het Noorse Statoil. De Eemshaven was kandidaat om de uitvalsbasis te worden bij de aanleg van gasleidingen van het gaswinningsgebieden in de Noordzee naar Duinkerken, maar het Noorse Farsund kreeg het werk. Toch ziet Janssen een lichtpuntje in de recente mislukkingen. “We zijn steeds vaker een serieuze kandidaat. Vooral de offshore-industrie krijgt voor de Eemshaven steeds meer belangstelling. Dat moet toch een keer tot de eerste prijs leiden.”

Daarnaast verwacht Janssen 'spin off' van de Eemscentrale, met een capaciteit van 2200 megawatt de grootste gasgestookte energiecentrale van de wereld die volgend jaar in gebruik wordt genomen. Het havengebied wordt aantrekkelijk voor bedrijven die van de restwarmte kunnen profiteren. Er is al een viskwekerij, maar ook voor de voedings- en genotmiddelenindustrie, drogerijen en glastuinbouw zijn er mogelijkheden. De provincie heeft een gebied van tweehonderd hectare voor glastuinbouwers in de aanbieding gedaan. Het Nederlands Economisch Instituut (NEI) verwacht desondanks dat de Eemshaven en Delfzijl tot 2010 met een overschot aan bedrijfsterreinen blijven zitten. De drie andere nationale havengebieden (Rotterdam, Amsterdam, Terneuzen/Vlissingen) krijgen juist een tekort aan terreinen. Bedrijven mijden het Eemsmondgebied omdat de regio te weinig te bieden heeft.