Duizenden uren holocaust

AMSTERDAM, 13 JUNI. Ook het verhaal van duizend Nederlandse overlevenden van de holocaust wordt vastgelegd op videobanden die elk twee uur zullen duren. De duizendmaal twee uur uit Nederland vormen onderdeel van een project van de Amerikaanse cineast Steven Spielberg die in de hele wereld 50.000 getuigenissen van nazi-misdaden laat vereeuwigen. Spielberg financiert dit project uit de opbrengst van zijn film Schindler's List, waarvoor hij 'the Survivors of the Shoah Visual History Foundation' heeft opgericht.

Honderdduizend uur oorlogsverhalen worden ondergebracht in een 'databank' die op vier plaatsen in Amerika en in het holocaustmuseum Yad Vashem in Jeruzalem kunnen worden geraadpleegd. Het is de bedoeling dat ook het Joods Historisch Museum in Amsterdam een kopie van het archief krijgt.

Denise Citroen (42) uit Amsterdam heeft de taak op zich genomen interviewers te vinden die de Nederlandse getuigenissen vastleggen. Nadat begin dit jaar in verschillende media aandacht was besteed aan het Spielberg-project, meldden zich ruim tweehonderd mensen, onder wie journalisten, verpleegsters, psychiaters en historici. Op een daarna verstuurde sollicitatie-oproep reageerden 150 mensen. Van hen werden 125 uitgenodigd voor een training die vorige maand onder leiding van een groep Amerikanen in Amsterdam plaatshad. Vorige week is het eerste gesprek opgenomen. Tot nu toe hebben zich ruim tachtig Nederlanders gemeld die hun verhalen willen laten vastleggen.

“De benadering bij de interview-training was heel Amerikaans”, vertelt Denise Citroen. “Iedereen was welkom, tenzij iemand zich had opgegeven uit schuldgevoel over wat de joden tijdens de Tweede Wereldoorlog is aangedaan. Of tenzij iemand het vooral voor het geld wilde doen. Mensen krijgen vijftig dollar per interview. Het is vrijwilligerswerk.” De jongste deelneemster was een meisje van 19. Citroen: “Verschillende mensen dachten die is veel te jong, maar ze was het toonbeeld van het ideale kleinkind van wie wordt vermoed dat een overlevende juist aan haar het verhaal zou willen vertellen.”

De deelnemers werd vooral geleerd te luisteren, niet steeds te onderbreken en er vooral op te letten dat de geïnterviewde niet al na twee minuten in 1943 zit. “Want de vooroorlogse periode is ook van belang. Hoe werd sabbat gevierd, hoe zag het joodse leven er toen uit, werden op vrijdagavond kaarsen aangestoken, naar wat voor school ging iemand”, aldus Citroen.

Pag. 2: 'Het gaat niet om dé waarheid, het gaat om hún waarheid'

Van de 125 deelnemers konden 31 direct aan de slag, een aantal moest nog meer ervaring op doen, weer anderen vielen af. “Je moet jezelf kunnen wegcijferen. Iemand die een lang verhaal houdt en pas dan met een vraag komt, is geen goed interviewer”, aldus Citroen.

Volgens Citroen gaat het niet alleen om getuigenissen van kamp-overlevenden. Ook zij die 'de onderduik' hebben overleefd en getuigenissen van niet-joden die joodse onderduikers hadden, zijn van belang voor het project.

Citroen: “Als iemand niet wil dat bij hem thuis wordt gefilmd, wordt het gesprek elders opgenomen waar hij zich op zijn gemak voelt. In de band wordt niet gesneden, dus als iemand zich even iets niet herinnert en zwijgt, gebeurt er niks. Een gesprek is geslaagd wanneer sprake is van een zodanige wisselwerking tussen interviewer en geïnterviewde dat die zich bepaalde details voor de eerste keer herinnert.” Ze beseft dat het geheugen vijftig jaar na dato kan zijn aangetast. Maar fouten worden niet gecorrigeerd: “Het gaat niet om dé waarheid, het gaat om hún waarheid.”

Na de gesprekken wordt de vidiobanden linea recta naar Los Angeles gestuurd waar het hoofdkantoor van de organisatie is gevestigd. De opnamen worden opgeslagen in de data-bank. Er worden vier kopiën gemaakt. Een wordt direct in een kluis opgeboren, een gaat terug naar de geïnterviewde, er komt een in de computer en de reserve-kopie wordt ook opgeborgen. Citroen: “Alle banden worden behandeld als gewichtiger dan goud.”