Dollar drijft Fokker naar recordverlies

PARIJS, 13 JUNI. Als de dollarkoers de komende maanden niet fors stijgt, stevent vliegtuigbouwer Fokker dit jaar af op een recordverlies van ongeveer 750 miljoen gulden. Fokker-president Ben van Schaik wilde gisteren tijdens een toelichting op de luchtvaartshow van Parijs weliswaar geen exacte cijfers bekendmaken, maar hij bevestigde dat Fokker alleen al door de lage dollar in de eerste zes maanden van dit jaar een schade heeft opgelopen van 150 miljoen gulden.

Naast dit forse operationele verlies drukken ook de 350 miljoen gulden saneringskosten van de laatste ontslagronde bij het bedrijf zwaar op de begroting van dit jaar. Bij Fokker verdwijnen 1760 banen. De vestiging Ypenburg wordt gesloten.

Pas bij een dollarkoers van 1,72 gulden maakt Fokker, bij de huidige produktiekosten van vliegtuigen, weer winst. “Dat is de grote frustratie van deze industrie. We zijn beslist niet ontevreden over de afzet van onze vliegtuigen, maar worden links en rechts ingehaald door de dollar. Wanneer de dollar de komende tijd niet omhoog gaat, hebben we een groot probleem”, legde Van Schaik uit.

De Fokker-president maakte tijdens een bijeenkomst met de Nederlandse pers in Parijs vier nieuwe orders voor Fokker bekend voor twintig nieuwe toestellen. Maar door de dollarperikelen lijdt het bedrijf grofweg tientallen miljoen guldens verlies op de order voor tien turboprops (Fokker 50's) en tien straalvliegtuigen (vier Fokker 70's en zes Fokker 100's). De onderneming moet bovendien van deze klanten drie oude Fokker 27's terugnemen. “Maar die knappen we op en verkopen we aan derde-wereldlanden. Daar verdienen we ten minste nog iets aan”, zegt een woordvoerder.

De nieuwe vliegtuigen worden pas in 1996 en 1997 aan de klanten geleverd. Want de produktielijn voor de Fokker 70 en 100 zit voor dit jaar vol. Dat is juist waar voormalig topman E.J. Nederkoorn destijds in zijn rapport 'de toekomst van Fokker' al voor waarschuwde: bij een produktieomvang van circa veertig toestellen lukt het nooit de kosten voldoende omlaag te brengen. Nederkoorn pleitte indertijd voor een minimale produktie van zestig vliegtuigen.

Fokker heeft mede door de saneringen al een kostenverlaging van 30 procent gerealiseerd maar dat is niet genoeg. Veel vaste kosten blijven en moeten nu over een kleiner aantal toestellen worden uitgesmeerd. Daarmee is de cirkel rond: Fokker-vliegtuigen blijven nog steeds te duur voor de markt, die op zichzelf licht aantrekt.

Na de verliezen in 1993 (449 miljoen) en 1994 (460 miljoen) balanceert Fokker financieel opnieuw langs de afgrond. Vorig jaar werd het eigen vermogen versterkt met een kapitaalinjectie ter grootte van 600 miljoen van moeder Daimler-Benz Aerospace. Een techno-lease constructie met de Rabobank leverde bovendien 400 miljoen op. Maar met verliezen van naar verluidt twee miljoen gulden per dag teert Fokker razendsnel in op zijn schaarse eigen vermogen.

Daimler Benz Aerospace staat ook dit jaar in ieder geval nog garant voor Fokker. De Duitsers voeren regelmatig overleg met de Nederlandse overheid, nog steeds aandeelhouder in Fokker, om nieuwe kapitaalstromnen aan te boren. De Duitsers zouden wat dat betreft het liefst contant geld zien, maar gerichte ondersteuning van de overheid, bijvoorbeeld in de vorm van exportkrediet, is ook welkom. “De overheid zal hoe dan ook iets moeten doen”, aldus Van Schaik. “Dan heb ik het niet over subsidie. Maar als er helemaal niets gebeurt, dan geef je deze industrie in Nederland op.”

Niettemin betoogde Van Schaik gisteren tijdens een tweede persconferentie, voor de internationale media op Le Bourget, “dat Fokker nog lang niet dood is”. Hij haalde uit naar Fokkers voornaamste concurrenten British Aerospace, het Frans-Italiaanse ATR en Boeing met de uitspraak: “Die zouden maar al te graag de kuil graven voor onze kist.”

Fokkers hachelijke financiële positie maakt het steeds minder denkbaar dat de Nederlandse vliegtuigbouwer bij het bouwen van een nieuwe 120-zitter in de toekomst, eventueel in samenwerking met Europese of Aziatische partners, de leidende rol zal krijgen. Hetgeen de Nederlandse overheid indertijd wel gesteld heeft als eis aan Dasa toen de Duitsers een meerderheidsbelang verwierven in Fokker. “Het is natuurlijk in dit internationale concurrentiegeweld onmogelijk een luchtvaartindustrie op eigen bodem te houden tegen nultarief”, zo zei Van Schaik.

Uitbesteden van produktie aan lage-lonen-landen en afrekenen van de toeleveranciers in dollars zijn mogelijkheden voor Fokker om de kosten te drukken. Op dit moment worden de verkopen van vliegtuigen afgerekend in dollars, maar moeten de onderdelen in hardere valuta als de gulden en D-mark worden betaald.

Steeds meer klanten gaan bovendien over tot het leasen van vliegtuigen. Met Debis, een andere dochter van Daimler Benz, onderhandelt Fokker over overname van de lease-portefeuille, die bij Fokker voor een miljard gulden op de balans drukt. Debis vindt echter dat de onderliggende waarde van de vliegtuigen die Fokker aan de nieuwe leasemaatschappiij wil overdoen gezien de lage dollarkoers zwaar onvoldoende is. Of zoals Van Schaik dat formuleert: “Het verschil in waardering tussen Fokker en Debis is veel te groot om zo maar over te steken.”