De grote feestdag van Antonius, een heilige goochelaar

Heiligen zijn te heilig voor een top tien, maar als zo'n ranglijst toch zou bestaan lijdt het geen twijfel wie er bovenaan zou prijken: Antonius van Padua. In de officiele hierarchie neemt hij niet zo'n prominente plaats in. Hij was wel een kerkvader maar niet de belangrijkste, en een eigen kloosterorde heeft hij nooit gesticht. Maar onder de gewone gelovigen is hij zonder concurrentie de populairste heilige. Antonius is een thaumaturg. Het woord is ontleend aan het griekse thaumatourgein. Dat betekent eigenlijk goochelen, maar katholieken gebruiken een wat beleefder woord: Sint Antonius is een wonderdoener. Miljoenen malen moet hij zijn aangeroepen. 'Sint Antonius, beste vriend, geef dat ik mijn sleutels vind.' Of mijn vulpen, of iets anders wat zoek is. Typisch is overigens dat Antonius vooral in noordelijker landen fungeert als hoofd van de afdeling gevonden voorwerpen. Meer naar het zuiden is hij vooral de beschermer bij ongelukken en een hemelse geneesheer. Er zijn in Italie nog genoeg automobilisten die rondrijden met een sticker van Antonius op hun ruit. Soms hebben ze ook een rood pepertje aan hun binnenspiegel hangen. Voor extra zekerheid, tegen het boze oog. Vandaag is de grote feestdag van Antonius. Het is een combinatie van twee data. Volgens de kerkelijke overlevering, waarvoor geen wetenschappelijk bewijs bestaat, is hij in 1195 geboren. De datum van zijn overlijden staat vast: vrijdag 13 juni 1231, tegen zonsondergang. Zijn faam als prediker en wonderdoener was zo groot, dat er meteen een ruzie uitbrak over de vraag welke wijk van Padua de eer toeviel om het graf van Antonius in haar midden te hebben. Nu viert de stad eensgezind zijn achtste eeuwfeest. Voor Padua is hij simpelweg 'de heilige'. Er is een Weg van de Heilige. Er zijn (lekkere) amandelkoekjes van de heilige. De stad staat vol met plastic en aardewerk beeldjes van de heilige. En er zal vast wel een restauranthouder zijn die een pasta van de heilige op zijn kaart heeft staan. Het moet te verkopen zijn, want Antonius trekt miljoenen mensen uit de hele wereld naar Padua. Iedere dag stoppen er bussen met pelgrims die de Basiliek van de Heilige komen bezoeken en gaan bidden in de weelderige kapel die aan hem is gewijd. Overal in de kerk staan grote houten bakken waar mensen een kaars in kunnen leggen. Er worden zoveel kaarsen voor hem gekocht dat die niet allemaal tegelijk aan te steken zijn. De faam van Antonius als wonderdoener wordt breed uitgemeten in het Museum van de Heilige. Dit is een groot dank-u-wel aan Antonius. Meteen na binnenkomst stuit de bezoeker op vitrines vol met kleine zilveren harten, nieren, longen, ogen, borsten, armen en benen, al naar gelang het lichaamsdeel dat door de interventie van Antonius gespaard is gebleven. PGR staat er soms in gegraveerd, Per grazia ricevuta. Of, zoals in het Nederlands op een gedenksteen staat: 'Dank aan de H. Antonius voor een bekomen gunst'.

Iets verder hangen de pictorale verbeeldingen van de wonderen. Oude en primitieve schilderijtjes van een ziekbed, met Antonius zwevend in de lucht. Een auto en een koets die tegen elkaar botsen, gedateerd 1913. Er zijn mensen die uit een raam vallen, tussen boomstammen bekneld raken, zich moeten redden uit een brandend huis of een zinkend schip. De meeste van deze herinneringen zijn al decennia oud. Recentere dankzeggingen zijn te vinden in de kapel in de basiliek. Maar in het museum staat ook een wieltje van een kinderfiets met '1991' erbij, en recente foto's tonen autowrakken waar de inzittenden wonder boven wonder kennelijk levend uit zijn gekomen. Opvallend is dat het merendeel van deze ex-voto's uit zuidelijker landen komt. Naast Italie zijn Spanje, Latijns Amerika en de Filippijnen sterk vertegenwoordigd. Wie in noordelijker streken in hemelse interventie gelooft, gedraagt zich onbevanger en richt zich in zijn dankwoord vaak direct tot de allerhoogste. Italianen doen dat niet zo makkelijk. Ook in het dagelijks leven gaat alles via via. Je krijgt niets gedaan zonder een aanbeveling, zonder hulp van een bemiddelaar. Daarom zijn heiligen hier nog zo belangrijk. Ter gelegenheid van het eeuwfeest is in een aparte zaal van het museum een tentoonstelling ingericht over Antonius in de schilderkunst. Hij is meestal makkelijk te herkennen. Een van zijn vaste attributen is een lelie, teken van zijn zuiverheid. Een ander symbool is een boek, al dan niet met het kindje Jezus erop. Antonius was een buitengewoon geletterd man, een uitzondering tussen de eenvoudige monniken van de orde van de franciscanen waarbij hij zich had aangesloten. Soms staat er een ezel bij, symbool voor het nederige leven dat hij voor zichzelf had gekozen. Een aantal schilderijen is gemaakt door Spaanse en Portugese meesters. Antonius van Padua is eigenlijk Fernando uit Lissabon. Hij was de zoon van een licht adellijke familie die al jong de witte pij van de augustijnen aantrok. Aan zijn jaren in die orde, in de universiteitsstad Coimbra, heeft Fernando-Antonius zijn intellectuele vorming te danken. Na een paar jaar stapte hij over naar de franciscaanse minderbroeders, als een definitief afscheid van het rijke, aristocratische leven uit zijn jeugd. Om te voorkomen dat zijn ouders hem zouden kunnen opsporen koos hij een nieuwe naam, ontleend aan een lokale kluizenaar. In de donkere pij van de franciscanen trok de jonge monnik als missionaris naar Marokko, maar een hevige storm bracht hem naar de Siciliaanse kust, naar Italie. Op de meeste schilderijen wordt Antonius afgebeeld als een kalende man met een zacht, vriendelijk gezicht en een krans van donkerblond haar op zijn schedel. Dat is waarschijnlijk een hagiografisch verzinsel, om hem te onderscheiden van de mensen in zijn omgeving. In 1981 is het een meter lange kistje geopend waarin volgens de overlevering de stoffelijke resten van de heilige werden bewaard. In een vak zaten de resten van zijn pij, in het andere lagen zijn botten opgestapeld. Wetenschappelijk onderzoek van de schedel heeft uitgewezen dat het traditionele portret van Antonius onjuist is. Bij de uitgang van het museum staat een beeld dat waarschijnlijk meer op hem lijkt. Scherpere gelaatstrekken, doorlopende wenkbrauwen, kort zwart haar. Een 'gewone' heilige. Zo is Antonius nog dichter bij zijn gelovigen komen te staan.