Chronologie zaak-De Bruin

Met de schorsing voor vier jaar van discuswerper Erik de Bruin is een einde gekomen aan een dopingzaak die ruim 22 maanden sleepte.

1 augustus 1993: De Bruin ondergaat een dopingcontrole bij een Grand Prix wedstrijd in Keulen.

5 augustus 1993: De Bruin en de Koninklijke Nederlandse Atletiek Unie (KNAU) worden op de hoogte gebracht dat in het urinemonster van de atleet een verhoogd testosterongehalte (1:6,85), alsmede sporen van HCG (human chorionic gonadothropin) zijn aangetroffen. De contra-expertise valt ook positief uit.

16 augustus 1993: De KNAU trekt De Bruin terug van het WK in Stuttgart, waar de atleet reeds aanwezig is. Het bestuur van de atletiekunie legt hem een startverbod op.

2 september 1993: De Bruin vecht voor de rechtbank in Utrecht het startverbod in kort geding aan.

3 september 1993: Mr. Schuman, president van de rechtbank, bepaalt dat De Bruin mag uitkomen in de finale van de clubcompetitie in Eindhoven op 6 september.

5 september 1993: De IAAF verklaart deze finale besmet en dreigt atleten die tegen De Bruin uitkomen met schorsing. De wedstrijd wordt een mislukking.

1 november 1993: De tuchtcommissie van de KNAU neemt de zaak De Bruin in Utrecht in behandeling.

15 november 1993: De tuchtcommissie van de KNAU spreekt De Bruin wegens gebrek aan bewijs vrij.

13 december 1993: De IAAF deelt de KNAU mee dat de wereldbond de uitspraak van de tuchtcommissie erkent, maar de zaak doorverwijst naar het bestuur van de IAAF. De Bruin is gerechtigd in wedstrijden uit te komen.

22 april 1994: Vergadering van het bestuur van de IAAF wordt uitgesteld in verband met verhuizing van het kantoor van de wereldbond.

12 juni 1994: IAAF-bestuur verwijst zaak naar de arbitragecommissie.

1 november 1994: Mr. Veldstra, advocaat van De Bruin, vraagt en krijgt uitstel van behandeling van de zaak door de arbitragecommissie.

1 april 1995: Arbitragecommissie IAAF hoort De Bruin en getuige-deskundigen Donike en Cowan in Monaco. De atleet krijgt een maand de tijd schriftelijk verweer te voeren. IAAF krijgt twee weken tijd voor repliek. Arbitragecommissie bepaalt de schriftelijke uitspraak op of omstreeks 10 juni.

12 juni 1995: Arbitragecommissie IAAF schorst De Bruin voor vier jaar ingaande 1 augustus 1993.