Aandoenlijke agitprop in brave republiek Kirgizië

Kyrgyzstan: tussen wanhoop en welvaart. Ned.3, 23.20-0.10u.

In de baaierd van burgeroorlogen, bijna-burgeroorlogen, autoritaire regimes en verarming in de voormalige Sovjet-republieken van Centraal-Azië lijkt Kirgizië een sprankje hoop te vertegenwoordigen. Hoe dat komt is eigenlijk een raadsel, dat ook de aardige documentaire die Caspar Haspels en Jos Kuijer over dit landje hebben gemaakt, niet oplost.

De frustraties zijn er dezelfde als in de overige republieken van de Sovjet-Unie, die in 1991 - soms tot hun eigen verrassing - de status van onafhankelijk land kregen. De staatsbedrijven zijn er failliet of bijna failliet, zodat de arbeiders er veelal zonder noemenswaardige honorering aanwezig zijn.

Slechts de mogelijkheid onderhands het fabrieksinterieur te verpatsen, brengt de arbeiders nog tot aanwezigheid - een vorm van inkomensverwerving die door een Russische arbeider delicaat wordt aangeduid maar de makers van de ondertitels bij de film helaas is ontgaan. Russen worden zachtjes weggepest uit Kirgizië. Nieuwe wetgeving van de overheid valt helaas grotendeels dood in een bevolking, die niet gewend is in termen van wetsnaleving te denken. Er zijn weliswaar talloze nieuwe politieke partijen, maar geen politieke cultuur met debat en wederwoord, zodat de oude communistische partij - deze oude bestuursmachine - nog steeds tot de belangrijkste politieke krachten van het land behoort.

Waar het ook in Kirgizië dus op allerlei manieren broeit en gist is de republiek nog steeds de braafste uit de klas voor het Internationale Monetaire Fonds en andere instanties die zich bezighouden met de economische hervorming van de voormalige Sovjet-republieken. Dat lijkt voornamelijk de verdienste van president Askar Akajev, een op het oog keurige man met redelijk-democratische ideeën, die netjes uitvoert wat het IMF als recept voor de nieuwe tijd heeft gedecreteerd: niet steeds maar nieuw geld drukken om je onrendabele staatsbedrijven aan de gang te houden, en privatiseren.

Hoogtepunt in de documentaire is ontegenzeggelijk een voorstelling van een theatergroep, die dorpelingen probeert uit te leggen dat ze de privatiseringscoupons die - naar Russisch model - van overheidswege zijn verstrekt, ook daadwerkelijk in bedrijven moeten investeren. Het probleem is namelijk dat menige Kirgies, de coupons in ontvangst heeft genomen en thuis netjes opgeborgen, zodat van de beoogde betrokkenheid bij de nieuwe economie niets terecht komt. Met liedjes en komische schetsen poogt men de dorpelingen op andere gedachten te brengen: agitprop lééft in Kirgizië.

Het is allemaal van een grote aandoenlijkheid - te beginnen met de lijdzaamheid van de taxichauffeur, die de weg niet meer kent in zijn eigen stad, omdat de nieuwe democraten er alle straatnamen hebben veranderd. Iedereen is ook zo aardig, krijg je de indruk, en het is moeilijk voorstelbaar dat ook Kirgizië in chaos, wapengeweld en dictatuur zou kunnen verzanden, net als de buurlandjes. Laten we er dus het beste van hopen.