Wielerdal kan nog dieper

Het stond vorige week in de krant. Hij mag toch mee! Erik Breukink is gekozen in de Tourploeg van Once, zijn zwakke optreden in de Giro ten spijt.

Volgende maand is hij knecht van Zülle en Jalabert. Nederlands beste ronderenner als waterdrager - het illustreert hoe beroerd het vaderlandse wielrennen er voor staat. Post heeft geen team, Raas raakt zijn sponsor kwijt en wellicht is er in 1996 alleen nog TVM. Hoeveel Oranje-renners zullen aan de Tourstart staan? Kan het dal nog dieper? Jawel! Denk maar aan de Franse ronden van 1958, '59 en '60, toen nog met landenploegen. Ons land was niet eens in staat een volwaardig team af te vaardigen. Het vormde samen met Luxemburg de Nelux-ploeg, met acht Nederlanders en vier Luxemburgers. De belangstelling was desondanks groot: speciale Tour-edities van Belgische dagbladen gingen 's zondags na de Hoogmis in Brabant en Limburg van hand tot hand. De Tour van 1958 was zelfs onvergetelijk. Niemand verwachtte veel, want de toppers Gerrit Voorting en Wim van Est waren al een beetje op leeftijd. En kopman Charly Gaul? Ach, die Luxemburger... Het succes was enorm: Voorting won één rit, droeg net als Van Est even de gele trui en Gaul won de Tour! De fans waren blij verrast, weinig gewend als ze waren. Hoe weinig bleek toen Piet Damen in Pau tweede werd na met banddikte te zijn verslagen door ene Bergaud. Damens woonplaats Helmond feestte, Pietje's naam lag er op ieders lippen. Om het radio-interview van Jan Cottaar met de plaatselijke held nog te horen, reed een broodbezorger op zijn bakkersbrommer zó hard, dat hij met zijn doodskist op wielen over de kop sloeg. Dat waren nog eens tijden! Tegenwoordig lopen supporters alleen nog warm voor hoofdprijzen. Who the fuck is Breukink?, vragen ze zich af nu hij niet meer wint. Vroeger waren de fans trouwer. Neem die van Van Est, ze gingen voor De Locomotief door het vuur. Altijd. Toen hij nog amateur was, toen hij in 1951 zijn eerste gele trui in de Tour veroverde, toen hij die verspeelde door een val in een ravijn (“Zeventig meter viel ik diep, mijn hart stond stil, maar mijn Pontiac liep”) en toen hij een keer door Kees Pellenaars voor de Tourformatie werd gepasseerd. Woest togen ze naar het Bredase Liesbos, om 'De Pel' een aframmeling te geven. Pellenaars was niet bang voor het volk van 't Heike. Dat was je in die tijd niet. Hij hing zelfs een houten bord op zijn huis met daarop de tekst 'Hier is 't'.