Weer blijft onbestendig in M-Oosten

De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Warren Christopher is gisteren na een nieuwe bemiddelingsmissie in het Midden-Oosten hoogst tevreden teruggereisd. In Amman toonde hij ongekende hoop op volledige beëindiging van het Arabisch-Israelische conflict.

Nog maar enkele weken na de algemene somberheid rondom de Israelische plannen Arabisch land in Oost-Jeruzalem te onteigenen, lijkt de lucht plotseling opgeklaard. “Een reusachtige kans voor vooruitgang naar een alomvattende vrede, misschien een betere kans dan op enig moment in de tweeëneenhalf jaar dat ik in functie ben”, zei de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, Warren Christopher, gisteren in Jordanië voordat hij naar Washington terugkeerde. Op zijn twaalf voorgaande bemiddelingsmissies in het Midden-Oosten had hij zich niet eerder zo optimistisch uitgelaten.

Op zijn dertiende pendel tussen de hoofdrolspelers in het Middenoosterse vredesproces heeft Christopher eerst de kille relaties tussen Israel en Egypte naar eigen zeggen “verjongd”. Die hadden ernstig te lijden gehad onder de Egyptische inspanningen Israel te dwingen tot toetreding tot het Non-proliferatieverdrag. Vervolgens slaagde hij erin na een lange impasse een datum voor onderhandelingen over veiligheidsaangelegenheden tussen hoge militaire functionarissen van Israel en Syrië vast te stellen. Kort voordat Christopher vorige week in het Midden-Oosten arriveerde, was bovendien de sfeer in de Israelisch-Palestijnse onderhandelingen aanzienlijk verbeterd.

Maar het politieke weer in het Midden-Oosten wordt vooral gekenmerkt door onbestendigheid. Christopher zelf wees er al op dat “er nog een heleboel hard werk voor de boeg is”, en hij overdrijft niet. De vooruitgang van de laatste dagen is met name te vinden in de stemming. Op alle fronten is men ten aanzien van de wezenlijke problemen deze dagen niet of nauwelijks tot elkaar gekomen. Onder die omstandigheden is er weinig voor nodig om de stemming weer onder het vriespunt te laten zakken.

De Israelische premier Rabin had zich naar verluidt geërgerd aan “het overdreven optimisme” in Amerikaanse kring. Publiekelijk hamerde hij er gisteren op dat met Syrië nog helemaal niets geregeld is. Hij verklaarde vervolgens dat Israel niet tegen elke prijs vrede wil, integendeel, dat hij “in dit stadium” een symbolische terugtrekking van de in 1967 bezette Hoogvlakte van Golan voorstelde in ruil voor normalisering van de betrekkingen, om zo “de waarde van een akkoord te testen”. Damascus herinnerde onmiddellijk aan zijn standpunt dat alleen volledige vrede mogelijk is tegen een volledige Israelische terugtrekking van de Golan. Rabin, zo concludeerde staatsradio Damascus, plaatste “een opzettelijk obstakel” op de weg naar een “rechtvaardige en alomvattende vrede in de regio”.

Minister van buitenlandse zaken Shimon Peres op zijn beurt onderstreepte dat fundamentele kwesties, zoals de diepte van de terugtrekking, het tijdschema daarvan en de normalisering van de betrekkingen, uiteindelijk alleen kunnen worden geregeld in een topbijeenkomst tussen Rabin en de Syrische president Hafez al-Assad, van wie in laatste instantie alles afhangt. En de fundamentele vraag blijft onbeantwoord: wil Assad vrede met de joodse staat? President Weizman formuleerde dat zo: “Uiteindelijk moeten we een situatie bereiken waarin de Syrische president ons niet langer ziet als - ik gebruik het woord - onrein, als ongeschikt voor zijn gezelschap”.

In de onderhandelingen met de Palestijnen is de kwestie van de terugtrekking van het Israelische leger uit Palestijnse woongebieden op de Westelijke Jordaanoever voorafgaand aan Palestijnse verkiezingen nog steeds niet geregeld. Ondanks de verbeterde atmosfeer - omdat de Palestijnse leider Yasser Arafat uiteindelijk naar Israelische tevredenheid maatregelen heeft genomen tegen moslim-extremistische terreur - ziet het er niet naar uit dat er voor de streefdatum van 1 juli een akkoord zal zijn. Christopher zou de Palestijnen meer geld van donorlanden hebben aangeboden als ze akkoord willen gaan met een gedeeltelijke Israelische terugtrekking. Maar vooralsnog zijn de Palestijnen daartoe niet bereid.

Aan dit front is niettemin in de opeenvolging van hoogte- en dieptepunten een langzaam opgaande lijn te ontwaren, weerspiegeld door de uitnodiging van Rabin aan Arafat om voor het eerst Israel te bezoeken. Arafat in Israel: het ultieme taboe overwonnen, dàt zou de Israelisch-Palestijnse normalisering bezegelen.

Maar verder liggen er voorbij Christophers optimisme vooral problemen in het verschiet. De in het Amerikaanse Congres voorgestelde verhuizing van de Amerikaanse ambassade naar Jeruzalem bij voorbeeld, en de bezuinigingen op de Amerikaanse buitenlandse hulp, waaronder Jordanië al te lijden heeft gehad. En vooral: de verkiezingen in Israel in 1996. De nationalistische Likud-partij, tegenstander van verdere concessies, staat voorlopig op winst: over niet al te lange tijd zal Rabins hoofd bepaald niet meer naar grote terugtrekkingen staan.