Unprofor wijzigt koers: geen confrontaties meer

SARAJEVO, 12 JUNI. De VN-vredesmacht in Bosnië vermijdt elke confrontatie met de strijdende partijen in Bosnië en accepteert derhalve de Servische voorwaarden bij de uitvoering van de VN-missie; van dreiging met militair geweld is geen sprake meer.

Het nieuwe beleid werd zaterdag verwoord door Aleksandr Ivanko, woordvoerder van de vredesmacht UNPROFOR. Hij zei dat de vredesmacht streeft naar een terugkeer naar de status quo ante, die bestond voordat het na twee luchtaanvallen van de NAVO tot een gijzelingscrisis kwam. Tot het nieuwe beleid is besloten door de opperbevelhebber van de VN-vredestroepen in ex-Joegoslavië, de Franse generaal Bernard Janvier.

Dit weekeinde werd duidelijk wat het nieuwe beleid inhoudt: de blauwhelmen in Bosnië is opgedragen Servische voorwaarden bij het uitvoeren van de VN-missie te accepteren en geen confrontatie aan te gaan. De VN hebben ingestemd met de eis van de Serviërs dat hulpkonvooien naar Sarajevo niet worden begeleid door blauwhelmen. Ze hebben zich evenmin verzet tegen de inbeslagname, door de Bosnische Serviërs, van voedsel dat voor de belegerde moslims in de enclave Zepa bestemd was. Het voor Zepa bestemde konvooi is drie dagen lang door de Serviërs tegengehouden toen in zakken meel “voor de moslims bestemde” munitie was gevonden. De blauwhelmen zeggen dat die munitie door de Serviërs zelf in het meel was verstopt. Toch verzetten ze zich niet tegen de confiscatie van het voedsel en gingen ze ermee akkoord dat het voor de moslims bestemde voedsel werd uitgedeeld aan Bosnisch-Servische burgers in Sokolac.

Ivanko zei zaterdag dat de terugkeer naar de status quo ante “een platform moet bieden voor het vredesproces en voor de diplomatieke pogingen om een oplossing te vinden voor het conflict”. Op grond van het nieuwe beleid, aldus Ivanko, zijn luchtaanvallen “niet erg waarschijnlijk”.

De Bosnische Serviërs houden nog steeds rond 145 blauwhelmen en VN-waarnemers in gijzeling. Ze lieten dit weekeinde één Canadese waarnemer vrij. Deze was vrijdag tijdens een vuurgevecht tussen Bosnische Serviërs en soldaten van het regeringsleger gewond geraakt.

In heel Bosnië laaide dit weekeinde de strijd op. In het noordoosten veroverde het regeringsleger enkele strategisch belangrijke heuveltoppen op de Bosnische Serviërs. In Gorazde, in het oosten, werd zondag zwaar gevochten. Bij Breza, ten noorden van Sarajevo, ontruimde het regeringsleger een dorp, hetgeen kan wijzen op een naderend offensief. De Serviërs beschoten ook Sarajevo; daarbij kwamen twee vrouwen en twee kinderen om het leven. Bij diverse incidenten zijn dit weekeinde drie Britse, twee Canadese en een Spaanse VN-soldaat gewond.

De secretaris-generaal van de VN, Boutros Boutros-Ghali, heeft in een vraaggesprek met het Duitse blad Der Spiegel gezegd een nieuwe internationale Joegoslavië-conferentie met deelname van alle partijen te willen. Boutros-Ghali zei ervan “overtuigd” te zijn dat de conferentie een oplossing zal opleveren. De Bosnische regering heeft zich bij monde van vice-president Ejup Ganic tegen het denkbeeld uitgesproken. Zo'n conferentie heeft pas zin als de Bosnische Serviërs eerst het vredesplan van de internationale contactgroep accepteren. Ook de Nederlandse minister van buitenlandse zaken, Van Mierlo, ziet weinig in Boutros-Ghali's idee. Hij verwees naar de hervonden eenheid binnen de internationale contactgroep voor Bosnië, de recente gesprekken met de Servische president Milosevic en de steun die de nieuwe EU-onderhandelaar Bildt tijdens besprekingen met de Russische minister Kozyrev heeft gekregen. Volgens de minister zijn dit omstandigheden die het zoeken naar een politieke oplossing voor het conflict een stimulans kunnen geven.

De Franse president Chirac en de Britse premier Major hebben zaterdag in Parijs de Bosnische crisis en vooral de inzet van de 'snelle reactiemacht' - die uit Britten, Fransen en Nederlanders zal bestaan - besproken. Chirac zei na afloop: “We kunnen niet toestaan dat de (VN-)soldaten worden vernederd. Ze zullen mogelijk moeten vechten, ze zouden helaas zelfs kunnen worden gedood. Maar een zaak waarmee ze niet oog in oog mogen komen te staan is vernedering.” (Reuter, AP, AFP)