S.O.S.

Radiostation St. Joris, Curaçao.

De Marineleiding had besloten om de integratie van vrouwen binnen de krijgsmacht een extra impuls te geven. Na de successtory van de Zuiderkruis, waar, naar insiders zeggen, in elk hoekje en nisje werd gewipt en ternauwernood een heuse muiterij kon worden verijdeld, leek nu het moment gekomen om een deel der damesafdeling naar 'De West' te transfereren. Een wijs besluit! Maar bovenal, zo bleek al snel, een welkome afleiding voor de jongens en mannen die het er negen maanden, in de moordende hitte, zonder partner moesten stellen.

Mijn eerste nachtdienst met een vrouw werd een feit. Margreet. Ze was onzeker en een rang hoger maar vriendelijk. Ik kende haar van mijn opleiding. We waren van dezelfde lichting met dat verschil dat zij, net als alle andere vrouwen, maar de helft hoefde te doen, iets wat ook gold voor haar promotie, vandaar het verschil in rang. Welke helft van de opleiding ze gemist had zou later die nacht duidelijk worden.

Tot twaalf uur zouden we, zoals te doen gebruikelijk, met z'n tweeën werken en van twaalf tot zeven zou de dienst in twee delen van drieëneenhalf uur worden gehakt zodat er ombeurten geslapen kon worden. We wilden allebei het tweede gedeelte slapen en uiteindelijk gaf ik toe, ik weet niet waarom. Toen het kwart voor twaalf was legde ik haar uit wat te doen en ging naar bed. Ik kroop in het onderste deel van het stapelbed waar ik draaide en draaide en mezelf lag af te vragen of ik niet iets vergeten was te zeggen. Het geluid van monotoon ratelende telexen aan de andere kant van de muur zorgde er voor dat ik uiteindelijk tegen half twee in slaap viel.

Met een misselijk gevoel werd ik wakker en zag Margreet in het felle kamerlicht naast het bed staan. Ze vroeg of ik wakker was en liet me haar horloge zien waarop rode digitale cijfertjes mij vertelden dat het kwart over drie was. Ik zei met schorre stem dat ik er aan kwam waarop ze de kamer verliet. Ik was totaal gebroken. Moeizaam draaide ik mijn benen uit bed en stond op. Mijn tong was droog en minstens tweemaal zo dik. Ik begon me aan te kleden. Pas toen ik in de spiegel keek en m'n haar wilde kammen drong de muziek tot me door. Had Margreet een radiootje meegebracht? En opeens herinnerde ik me wat ik was vergeten. Ik liep de slaapkamer uit en zag onmiddellijk dat de muziek niet uit Margreets radiootje kwam maar uit een van de drie RACAL-ontvangers in de grote hal. De andere twee waren uitgezet om de ontspannende muziek, want dat was het, niet te verstoren. Zo snel ik kon zette ik de twee weer aan en checkte of ze nog op de juiste frequentie stonden. Toen ik eenmaal hoorde wat ik moest horen draaide ik de muziek weg en zette ook deze op z'n gebruikelijke frequentie. Margreet kwam verbaasd vragen waarom ik de muziek af had gezet. Ik keek haar aan en zei dat op de drie ontvangers permanent noodfrequenties werden beluisterd en ze nooit of te nimmer af mochten. Toen ze me vroeg wie daar dan naar luisterde wist ik opeens wat ze tijdens haar opleiding had gemist: Morse. Ik legde het haar uit en ze werd lijkbleek. Ze begreep dat wanneer er tijdens haar dienst een schip was vergaan dat een S.O.S. had uitgezonden, het haar schuld zou zijn geweest. Ik stelde haar gerust door te zeggen dat dat in de zes maanden dat ik er werkte nog nooit was voorgekomen. Niettemin zou ze die nacht niet meer slapen. Wat zinloos was want een S.O.S. zou ze toch nooit hebben herkend.