Skip Voogd: 'Rock'n'roll was achterbuurtmuziek'

Skip Voogd stelde op 16 cd's een overzicht samen van veertig jaar rock'n'roll. Voogd (61), als journalist en dj ook al veertig werkzaam in de popmuziek, is echter geen liefhebber van het genre. Hij houdt nog steeds meer van de populaire muziek van vóór de rock'n'roll.

Happy Birthday Rock'N'Roll (Diverse Artiesten) MCA 32138

Sentimental Journey: The 40's Vol. 1 t/m 3 (Samenstelling Skip Voogd) MCA 32631, 32632 en 32633.

Dezer dagen is het precies veertig jaar geleden, dat Bill Haley and his Comets de Amerikaanse hitparade haalden met Rock around the clock. Het indertijd vooral op 78 toeren verkochte nummer staat te boek als de eerste internationale rock'n'roll-hit, hoewel het nog enige tijd zou duren voordat die verzamelnaam ingeburgerd zou raken.

Haley, een al wat oudere orkestleider met een zorgvuldig op het voorhoofd gedrapeerde spuuglok, haalde zijn inspiratie niet alleen uit zwarte rhythm & bluesmuziek, maar baseerde de nieuwe stijl voornamelijk op de western swing van respectabele orkesten als Bob Wills and his Western Playboys. Door zijn rol in Blackboard jungle, een succesvolle speelfilm over tienerrebellie in een Amerikaanse vakantiekolonie, werd Bill Haley min of meer tot zijn eigen verbazing gepromoveerd tot de held van de jeugdige rock'n'roll-revolutie.

Het veertigjarig jubileum is voor platenlabel MCA aanleiding tot de heruitgave van zestien 'klassieke' rock-albums, aangepast aan het cd-tijdperk met extra nummers en een kraakhelder geluid na een digitale opknapbeurt. Behalve coryfeeën als Bill Haley, Chuck Berry, Bo Diddley en Buddy Holly zijn ook minder bekende, maar daarom niet minder belangrijke rock-pioniers als Arthur Alexander (van You better move on en het door The Beatles onsterfelijk gemaakte Anna), Junior Parker (de componist van Elvis Presley's Mystery train) en Dale Hawkins ('Oh! Suzy Q') in de serie vertegenwoordigd.

Bovendien is er de aanbevelenswaardige verzamel-cd Happy Birthday Rock'N'Roll met invloedrijke hits als Book of love van doowop-groep The Monotones en de surf-klassieker Wipe out van The Surfaris. Zelfs Pat Boone, de keurige theologiestudent die de schandalige oerwoudmuziek van Little Richard en consorten een vriendelijk (blank) gezicht gaf, wordt op een voetstuk geplaatst met een cd vol smetteloze coverversies.

In Nederland zou het na Rock around the Clock nog enkele jaren duren, voordat het rock'n'roll-geweld in alle hevigheid tot de gevestigde media kon doordringen. Skip Voogd, die naam maakte als de eerste popjournalist van Nederland, wierp zich op als poortwachter van de rock door zich in het muziekblad Tuney Tunes sceptisch uit te laten over de 'vreemde verschijnselen in de muziek' die hij als liefhebber van het heel wat minder ongeremde swing-genre constateerde. Toen Elvis Presley hier een storm ontketende met Heartbreak Hotel, zijn eerste Nederlandse hit, werd de keurige Pat Boone naar voren geschoven als de artiest die een einde zou gaan maken aan 'het schrikbewind van de rock and roll' en de bijbehorende 'schreeuwende, stuiptrekkende zangers.'

Op 61-jarige leeftijd geldt diezelfde Skip Voogd als een groot kenner van de vroege popcultuur, met nadruk op de periode die direct vooraf ging aan de rock'n'roll-explosie. Het is curieus om te constateren dat Voogd, als samensteller van een driedelige serie verzamel-cd's onder de titel Sentimental Journey: The 40's, de sleutelbewaarder is van de geheime schatkamer van de rockmuziek.

Hoewel de deskundigen het niet eens zijn over de precieze geboortedatum van de rock'n'roll, komt de dag in aanmerking waarop de jonge vrachtwagenchauffeur Elvis Presley voor het eerst de Sun-studio in Memphis betrad om er een plaatje voor zijn moeders verjaardag op te nemen. Die zaterdag in augustus 1953 zong de achttienjarige Elvis het sentimentele liedje My Happiness, in een volwassen bariton die alle kenmerken had van de stem waarmee hij twee jaar later beroemd zou worden. Hij kende het nummer van een hit uit 1948, gezongen door Jon & Sandra Steele. Rond die tijd moet ook jazzdiva Ella Fitzgerald haar versie van My Happiness hebben opgenomen, zoals die nu terug te vinden is tussen de evergreens van The Andrews Sisters, Bing Crosby en Louis Jordan op deel 2 van Sentimental Journey.

“Jazz stond toen nog veel dichter bij populaire muziek. Sinds de jaren dertig werden de hits die je op de radio hoorde gebracht door orkesten als dat van Benny Goodman. Toen ik als twaalfjarige in 1945 geïnteresseerd raakte in populaire muziek, hoorde je bijna alleen vocale groepen als The Andrews Sisters en The Ink Spots.

“Als jongetje keek ik in de radiobode, en daar stond keurig welke nummers je in een bepaald kwartier te horen zou krijgen. Na de oorlog was er schaarste aan schellak, maar rond 1948 kwamen de eerste importplaten. Mijn eerste plaat was er een van The Ramblers, het huisorkest van de Vara. Ik werkte in de zomervakantie bij een groentewinkel en dat geld spaarde ik op om een 78-toerenplaat te kunnen kopen.

“In de officiële Amerikaanse hitlijsten kwam toen nog geen rhythm & bluesmuziek voor, want er waren aparte lijsten voor de zogenaamde race records. The Ink Spots waren weliswaar zwart, maar hun muziek was sophisticated en ze wisten een groot blank publiek te behagen. Voor mij bestond er nog geen verschil tussen zwarte en blanke muziek, hoewel ik later moest constateren dat zwarte muziek vaak meer uitdrukkingskracht en emotionaliteit had, terwijl blanke muziek ingehouden en netjes klonk. The Mills Brothers waren het levende bewijs dat zwarte zangers niet alleen maar konden krijsen en schreeuwen.”

Met de muziek van Elvis Presley had Voogd meer moeite. “Ik vond het verschríkkelijk, dat Heartbreak Hotel. De uitgever van Tuney Tunes zei dat we er met terughoudendheid over moesten schrijven: 'want mensen uit achterbuurten, daar doen we niet aan'. Pas toen RCA flink begon te adverteren, mocht ik uitvoerig ik over Elvis schrijven.

“Het wordt me nu heel erg kwalijk genomen dat ik er niet van hield, maar ik kwam uit een andere cultuur. Dit kwam uit de lucht vallen en moest ik het dan zomaar mooi vinden? Het primitieve van die begeleidingsgroepen, die maar een páár akkoorden speelden? Het swingde ook niet. Dat had te maken met de opnametechniek en met het feit dat veel muzikanten nauwelijks een opleiding hadden. Pas in de jaren zestig is het een volwassen muziekvorm geworden. The Beatles kon je al geen echte rock'n'roll meer noemen, hoewel die er nog wel elementen van gebruikten.”

Skip Voogd geeft volmondig toe dat hij indertijd zonder scrupules foto-onderschriften en 'vraaggesprekken' met onbereikbare Amerikaanse sterren uit zijn duim zoog, in een blad dat volgens de uitgever bestemd was voor 'keukenmeiden die maar vijftig woorden tot hun beschikking hebben'. Legendarisch is het bericht bij een foto van Fats Domino, die volgens Tuney Tunes bezig was met het bereiden van 'zijn lievelingsgerecht: gekookte olifantslurf'.

Rock'n'roll werd beschouwd als een bevlieging in de lichte muziek, en de onderwerpkeuze in muziekbladen werd bepaald door de gratis foto's die door de platenmaatschappijen werden geleverd. “Indertijd dacht iedereen dat het wel weer over zou gaan met die rock'n'roll, zoals de populariteit van Johnny Ray een paar jaar eerder ook van korte duur was geweest.”

Sinds 1957 werkt Skip Voogd in Hilversum, waar hij Pat Boone meer zendtijd gaf dan Elvis Presley. “Eerlijk gezegd vond ik Pat Boone mierzoet, maar het was wel een artíest. Hij sprak een breed publiek aan; de ouders en de grootouders van de tieners vonden het ook mooi. Hij had een gezinnetje en hij studeerde voor dominee, dus dat deed het goed. Ik denk dat er wel degelijk Elvis-liefhebbers waren die platen van Pat Boone kochten. Die dingen liepen veel meer door elkaar dan het nu lijkt. Pas later is men gaan terugkijken en moest alles worden gerubriceerd. Het zijn eigenlijk de muziekjournalisten geweest, die de herinnering aan die rock'n'roll-periode hebben verziekt!”