Roeister Vermulst altijd in gevecht met weegschaal

AMSTERDAM, 12 JUNI. 'Niet voor handelsdoeleinden', staat er op de ouderwetse weegschaal onder de hoofdtribune van de Amsterdamse Bosbaan. Het instrument is meer een pronkstuk dan een hulpmiddel voor de deelnemers aan de nationale roeikampioenschappen. De meeste atleten maken tegenwoordig gebruik van een draagbare, digitale weegschaal. Handig voor thuis bij het ontbijt, handig voor op reis in een hotelkamer. De lichtgewicht weegschaal is een noodzakelijk kwaad voor de lichtgewicht roeiers.

Terwijl tientallen rondborstige studenten zich in het Amsterdamse Bos achter de biertap verschuilen, legt Laurien Vermulst (34) het koekje bij de koffie doelbewust opzij. Ze oogt als een afgetrainde atlete. De zonverbrande huid geeft haar gezicht een fris karakter, maar tussen de rimpels van het ouder worden liggen de ogen diep verscholen. Haar handen dragen het eelt van de ervaren toproeier, haar armen suggeren meer spieren dan massa. Haar vetpercentage ligt deze zomer onder de tien procent, vijftien minder dan een gemiddelde Nederlandse vrouw.

Vermulst beseft dat elke calorie er een te veel kan zijn. Ze is 1 meter 74 lang en weegt momenteel 59 kilogram, het maximale gewicht voor een skiffeuze in de lichte categorie. Weegt ze meer, dan moet een lichte roeister haar krachten meten in de zware categorie met veel zwaardere en dus sterkere concurrenten. Vandaar de neiging om toch vooral maar niet boven de 59 kilogram uit te komen. “Anders ben je opeens twee koppen kleiner in de kleedkamer, dan sta je toch raar te kijken”, zegt Vermulst die 's winters meestal 63 kilo weegt, maar vanaf januari steevast een dieet begint.

Ze legt uit dat er op een afstand van twee kilometer “een natuurlijk verschil” van tien seconden bestaat tussen een zware roeister en een lichte roeister. Vandaar haar tevredenheid, toen ze gistermiddag samen met de lichte Ellen Meliesie op een derde plaats was geëindigd temidden van de vrouwelijke zwaargewichten. “Die zijn tegenwoordig helemaal niet zo slecht, dus ik weet dat onze vorm groeiende is.”

De afgestudeerd psychologe hoopt zich nog een jaar met de wereldtop te kunnen meten. Na de Olympische Spelen van Atlanta neemt ze afscheid van de wedstrijdsport. Nu al werkt ze zestien uur per week op Papendal, als secretaris van de atletencommissie van NOC*NSF. Wat ze na haar actieve loopbaan gaat doen, kan ze nog niet vertellen. Misschien iets in de sport, misschien iets wat met haar studierichting te maken heeft. Wellicht valt het een met het ander te combineren.

Vermulst heeft veel ervaring opgedaan aan de internationale top. Bij de diverse wereldkampioenschappen won ze een keer goud, vier keer zilver en een keer brons. Bij de Spelen van 1992 eindigde ze als vierde. Vrijwel nooit hoefde ze rare capriolen uit te halen om onder het maximale gewicht te komen. Maar bij de Rotsee Regatta van 1987 deed ze noodgedwongen een regenpak aan. Omdat de wedstrijd in alle vroegte begon en de lichtgewicht Vermulst meer woog dan het toegestane gewicht, moest ze al zwetend nog voor het ochtendgloren de laatste onsjes zien kwijt te raken. “Achteraf is het een leuk verhaal, maar eigenlijk was het gekkenwerk.”

Met het oog op de wereldkampioenschappen die eind augustus in het Finse Tampere worden gehouden, heeft ze dit seizoen haar zinnen gezet op de lichte Dubbel twee. In deze categorie mogen de roeisters maximaal 59 kilogram wegen, maar dan mag het gemiddelde gewicht van het tweetal niet hoger zijn dan 57 kilo. En dus wil Vermulst nog een paar ons kwijt raken. Volgens sommige omstanders aan de Bosbaan krijgt haar gezicht aan het eind van elke zomer een bijna onnatuurlijk uiterlijk. Zelf kan ze zich goed voorstellen dat anorexia-patiënten hun eigen lichaam te dik vinden. “Als je zo met je gewicht bezig bent, vind je een ander mens al gauw te zwaar.”

Ze vertelt over de verschillende roeipakken die voor de nodige verwarring kunnen zorgen. Twee uur voor de wedstrijd worden de roeiers gewogen in hun wedstrijdtenue, dat niet altijd even zwaar is als een trainingspak. Het lijkt alsof het gevecht met de weegschaal een aparte discipline is. “Je bent er altijd mee bezig, maar het mag natuurlijk geen obsessie worden”, zegt Vermulst. Volgens de Utrechtse routinier zijn sommige onervaren roeiers zo bezeten van de weegschaal, dat ze het belang van het wedstrijd nog wel eens willen onderschatten. De strijd om het ideale gewicht mag de strijd op het water niet naar de achtergrond verdringen.