Regenwolken boven een herboren eiland-festival

Oerol duurt nog tot en met zondag 18/6. Inl 06-910 910 13. Que-Cir-Que speelt t/m 14/6. Daarna in Theaterpark Hoboken in Rotterdam (21 t/m 25/6) en Theaterfestival Boulevard in 's Hertogenbosch (4 t/m 13/8).

TERSCHELLING, 12 JUNI. Afgelopen vrijdagmorgen om half negen was het crisisberaad voor de staf van het Terschellinger theater- en muziekfestival Oerol. Niet alleen regende het met harde grijze stralen, er stond ook zo'n storm dat het opzetten van het grote podium op het Groene Strand onverantwoord was. Vrijdagavond was iedereen dat crisisberaad vergeten. Wie 's middags uit Harlingen aan kwam varen, was vertrokken met ruig weer en mocht arriveren onder kalme wolkenvelden. Grijs, maar regen brachten ze alleen af en toe. Hier en daar begon er soms zelfs wat blauw tussendoor te schemeren om zaterdagmiddag ruim baan te geven aan zonnig weer.

Oerol kon beginnen, 'overal' zoals die naam in het plaatselijke dialect aangeeft. Negen dagen lang een explosie van veelvormig straattheater en swingende muziek, in dorpsstraten en boerenstallen, op weides, in het bos, aan het strand. Met een 25 kilometer lange fietstocht onder de titel 'Route Pèlerinage Moderne' langs de variaties die tientallen kunstenaars bedachten op de kapelletjes aan de Franse wegen (een letterlijk Heilig Huisje met aureool en vleugeltjes staat aan het strand, een reuzennest met een reuzenei treffen we tussen de bomen, een tovenaarstorentje vereert de zwarte kunst aan de rand van het veld). Met het project Voisins waarvoor de beeldend kunstenaar Claude Merle achter ramen, in etalages en zelfs op de kerktoren van het dorp Midsland levensechte menselijke gestaltes opriep, luchtspiegelingen uit het Franse dorpsleven: een dronken garagiste, en nieuwsgierige dame met een strohoed, een achterdochtige priester. Met in een ronde witte tent de Nederlandse première van het fenomenale Franse Que-Cir-Que dat bestaat uit twee mannen en een vrouw opgeleid aan de door Jack Lang opgerichte circusschool. Dicht laten zij hun publiek om zich heen zitten. We ruiken hun zweet, we horen hun adem, maar we kijken naar ze of we in een glazen bol turen. We zien wonderlijke, op melancholieke hogeschool-acrobatiek gebaseerde acts die in elkaar overlopen of er een verhaal vol vreemde sensuele logica wordt verteld. Kracht en gratie en beheersing laten zich nadrukkelijk onlieflijk sturen door een mooi gecomponeerde, helse muziekband (ik herkende Janis Joplin en een achterstevoren afgespeelde flard Tom Waits naast en door maten ballroommuziek en barokvioolklanken heen, alles gedreven door het ritmische gedreun van een bouwput).

Aan het feit dat Oerol eigenlijk niet meer bestond, zijn het afgelopen weekend weinig woorden vuil gemaakt. Vorig jaar was er voor het eerst in dertien jaar geen festival, slechts een vervangend spektakel rond vuurtoren de Brandaris. Niet bij gebrek aan belangstelling of ideeën of vrijwilligers, maar organisator Joop Mulder was de strijd om zijn budget rond te krijgen beu en hief het op. Vooral op aandringen van de middenstand ('er gebeurt hier verder nooit wat') en theaterliefhebbers uit het hele land, werd er een Cultureel Garantiefonds ingesteld dat de financiële risico's draagt. Het festival is nu professioneel opgezet en werd ondergebracht bij een stichting die zorgdraagt voor de organisatie. Het kreeg een zakelijk leider naast Mulder die de artistieke leiding behield en zorgdraagt voor de programmering.

Nu staat Mulder te stralen op het grote podium waar de op het kwijlende af behaagzieke band Les Charmeurs met zijn franstalige flamenco-pop de menigte heeft opgewarmd voor de opening. “Vorig jaar was er geen Oerol, maar daar hebben we het niet meer over”, roept hij bij wijze van speech, eer hij het publiek maant om zich naar de dijk te begeven en allemaal een plaatsje vooraan te zoeken. Het loopt tegen half elf. Het is donker genoeg voor het openingspektakel: een voorstelling van de Franse vuurwerkgroep Ephémère. Op even luide als vage New Age-klanken rennen ver weg op het drooggevallen wad schimmen heen en weer. Ze brengen uitzinnige koudvuur-effecten teweeg, culminerend in een ballet voor vijf trucks beladen met meters hoog sproeiende sterrenregens.

Misschien tekenend voor het nieuwe Oerol is dat er eerder die vrijdagavond een officiële opening was, met genodigden en toespraakjes van de Franse ambassadeur (het festival staat losjes in het teken van Frankrijk) en de burgemeester. Twee klassieke zwijgende films, waaronder het prachige surreële Entr'acte van René Clair (met hoofdrollen voor medewerkers Eric Satie en Francis Picabia) werden vertoond in de volle vaart die het Max Tak Orkest eraan verschafte. De Franse mimespeler Daniel Rovai, vaste Oerolgast, verzorgde een aanstekelijke zwijgende vertaling van de speeches, snel geagiteerd onder een alpinopet en achter een dikke bril. Aardig en stijlvol en leuk.

Maar hoe knap de droogkomieke typetjesmaker Rovai zijn werk doet komt pas de volgende dag werkelijk tot uiting, in en om een roodwitgestreepte circustent, tussen de collega's van de straat, die net als hij nu en dan eens iemand uit het publiek sleuren om te helpen, bij het dichtgespen van een dwangbuis bijvoorbeeld. 'Hendrik-Jan de Stuntman' staat er op de bestelwagen gekalkt van twee Amsterdamse lefgosers die bij het vallen van de avond hilarisch variëren op de Houdini-act. Dat een Britse collega eerder die middag en minstens zo geestig ook heeft laten zien wat er te maken valt van het ontsnappen uit zo'n buis, dondert niet.